dinsdag 2 november 2010

STUDIEREIS DÜSSELDORF ZATERDAG 20 NOVEMBER 2010

STUDIEREIS DÜSSELDORF
20 NOVEMBER 2010

Nog tot eind januari 2011 loopt in Düsseldorf een vierjaarlijks kunstenfestival. Alle musea van de stad en andere culturele centra werken mee aan dit grootse festival. De stad Düsseldorf heeft in de geschiedenis van de moderne kunst een zeer belangrijke rol gespeeld, niet enkel dank zij Joseph Beuys, die er directeur van de academie was, maar vooral als kunstencentrum waar veel kunstenaars elkaar ontmoetten. De tentoonstellingen die lopen tijdens deze quadriënnale illustreren dit belang en trachten de kunst van de avantgarde uit de jaren voorafgaand aan 1980 te confronteren met wat er daarna kwam.

Tijdens deze daguitstap bezoekt Konsept de tentoonstelling tekenkunst ‘Mit Kopf und Hand - Variationen zur Zeichnung’ in de Kunstgalerie, de tentoonstelling ‘Auswertung der Flugdaten: Kunst der 80er. Eine Düsseldorfer Perspektive in K21, en ‘Von realer Gegenwart: Marcel Broodthaers heute.


MIT KOPF UND HAND - VARIATIONEN ZUR ZEICHNUNG

Tijdens de ganse 20ste eeuw, en een laatste keer tijdens de laatste tien jaren ervan, werd het medium ‘tekenen’ telkens opnieuw geherdefiniërd.

In een eerste fase werd de tekening evenwaardig bevonden aan het schilderij of het beeldhouwwerk, dus niet enkel meer als slechts een voorbereiding van een kunstwerk.


Vervolgens ondersteunde de tekening de kunstenaars in hun zoektocht naar de grondbeginselen van de kunst, een zoektocht die de ganse 20ste eeuw diepgaand beïnvloed heeft. En tenslotte kwam de tekening de kunstenaars tegemoet in hun drang naar spontaniteit en impulsiviteit, krachten die zouden leiden naar het verdwijnen van strakke stijlconcepten. De kunsthistorische bijdragen van E.K. Kirchner, Francis Picabia, Henri Michaux, Roy Lichtenstein en van de beeldhouwer David Smith markeren een gebied van de tekenkunst dat ook door kunstenaars van de Düsseldorfse akademie werd onderzocht en verder werd uitgebreid. De samenhang van tekenen en schrijven bij Kirchner, het ineenvloeien van figuratie en verbeelding bij Picabia, van abstractie en het teken bij Michaux en tenslotte het systematische zoeken van David Smith naar sporen in de witte ruimte van het vlakke vel papier duiden enkele richtingen aan waarin jonge kunstenaars verder konden werken.

In deze tentoonstelling zijn meer dan 100 werken te zien, onder andere van Tomma Abts, Siegfried Anzinger, Joseph Beuys, Anthony Cragg, Peter Doig, Franz Eggenschwiler, Helmut Federle, Jörg Immendorff, Konrad Klapheck, Dieter Krieg, Markus Lüpertz, A.R. Penck, Tal R., Gerhard Richter, Fritz Schwegler, Rosemarie Trockel en vele anderen.


AUSWERTUNG DER FLUGDATEN:
KUNST DER 80ER. EINE DÜSSELDORFER PERSPEKTIVE

Deze tentoonstelling belicht de kunst uit de jaren 80 van vorige eeuw, vanuit het perspectief van de Dusseldorfse kunstscene.

Er wordt werk getoond van 10 internationaal bekende Dusseldorfse kunstenaars, in confrontatie met het werk van 6 kunstenaars uit andere landen die dezelfde doelen nastreven, vanuit dezelfde houding vertrekken,

en gebruik maken van dezelfde werkmethodes.
Kenmerkend bij deze kunstenaars is dat zij beroep doen op het kritisch perspectief van de avantgarde en dit proberen te verbreden en te veranderen. Zo krijgen in hun werk de metafoor, de herinnering, het verhaal en de enscenering een nieuw gewicht. Zelfreflectie en het binnensijpelen van thema’s, beeldtaal en vormen uit de dagelijkse leefwereld zijn typisch voor deze kunstenaars. Beeldhouwkunst en ook fotografie krijgen een belangrijke plaats.
Deze tentoonstelling focust op een periode (1980-1990) waarin de Dusseldorfse kunst een belangrijke internationale betekenis had. Alle getoonde werken zijn sleutelwerken waarmee de kunstenaars voor het eerst internationaal doorbraken.

Er is werk te zien van: Richard Deacon, Peter Fischli und David Weiss, Katharina Fritsch, Isa Genzken, Ludger Gerdes, Andreas Gursky, Candida Höfer, Harald Klingelhöller, Jeff Koons, Reinhard Mucha, Thomas Ruff, Thomas Schütte, Cindy Sherman, Thomas Struth, Jeff Wall en Franz West.

VON REALER GEGENWART
MARCEL BROODTHAERS HEUTE

Deze tentoonstelling toont werk van internationaal bekende kunstenaars die zich expliciet op Broothaers beroepen of die motieven uit zijn oeuvre verder ontwikkelen. Reeds tijdens zijn leven was de invloed van Broothaers op zijn tijdgenoten bijzonder groot, maar ook nu nog inspireert zijn werk veel kunstenaars. Daardoor is zijn kunst als het ware een goede referentie voor veel hedendaagse kunstenaars die zich met dezelfde thema’s bezig houden: onderzoek van het instituut museum, aandacht voor verbeelding en schijn als demontage van het filmbeeld, de verhouding tussen taal, beeld en schrift.
De werken in deze tentoonstelling vormen als het ware een genealogie van de avantgarde, en refereren uitdrukkelijk naar hun grote voorganger. Zo maken ze hem in zijn afwezigheid toch aanwezig.

Er is werk te zien van oa: Tacita Dean, Olivier Foulon, Andreas Hofer, Henrik Olesen, Kirsten Pieroth, Stephen Prina, Rirkrit Tiravanija, Joëlle Tuerlinckx, Susanne M. Winterling, Cerith Wyn Evans.


Vertrek: 8h45 aan het stadhuis van Mortsel
Terug: rond 20h00
Deelname in de kosten: leden konsept 35€ Niet leden 40€

Inschrijven voor 15 november 2010
Alle inschrijvingen via het telefoonnummer: 0473/93 86 71.
Spreek steeds een boodschap in en vermeld je telefoonnummer. Ook een sms met dezelfde informatie is welkom.
De inschrijving is pas officieel na storting van het bedrag op nr: 320-0692986-88, volgend op een telefonische (of sms) reservatie.

vrijdag 22 oktober 2010

HOE PLAATST U EEN REACTIE BIJ EEN BERICHT?


Beste Konseptfan,


Deze blog biedt u de mogelijkheid om op elk bericht te reageren.

Hoe gaat dat in z'n werk:

- u klikt onderaan het bericht op reactie;
- plaats uw tekst in het witte veld;
- scroll bij 'profiel selecteren' naar beneden;
- kies het veld naam/url;
- vul in het naamvak uw voornaam en naam;
- klik op reactie plaatsen








Wie dit alles te omslachtig vindt, mailt gewoon zijn/haar reactie naar:

KONSEPT@SCARLET.BE

De blogmaster doet de rest!

Onderaan elk bericht ziet u het aantal reacties. U kan ze lezen door eenvoudig op reacties te klikken.

Wij zijn benieuwd naar uw massale reacties!!!!

woensdag 20 oktober 2010

HELENE VAN EVERBROECK OVER WIM DELVOYE, FELIX TIMMERMANS EN PIETER BRUEGEL

WIM DELVOYE ?

In Felix Timmermans Pieter Bruegel (1927) trof mij deze passage:

'En het teekenen bliksemde in zijn vingeren, maar bij God, geen papier, niets dan een verken!
En met een stuk blauw krijt teekende hij vlug, hartstochtelijk en duidelijk, op den rozen rug van een luiliggend verken, dit gulden galjoen, dat statig naar de geurige morgenlanden dreef.
"Maar dat houden die vetlappen niet tegen!" sakkerde hij, gonzend van geluk, toen hij zag, hoe goed het geteekend was.'

Geëindigd om 7 uren 's avonds, toen den Engel des
Heeren luidde op den St. Gommarustoren, op
den laatsten dag van 't jaar 1927, den
dag van St.Sylvester. God zij dank,
dat het af is geraakt; 'k heb er
lang aan gewerkt, maar er
veel geluk aan
gehad.

(uit: Felix Timmermans: Pieter Bruegel, zoo heb ik u uit uwe werken geroken)
























Natuurlijk moest ik aan de getatoeëerde varkens van Wim Delvoye denken. Heeft de kunstenaar zich op Timmermans gebaseerd? Hebben anderen deze link reeds gelegd ? Blijkbaar niet en de kunstenaar zelf viel uit de lucht toe ik hem de passage voorlegde. Hoe verlopen creatieve processen ? Wat leeft in ons al dan niet collectieve geheugen ?
Uit welke bron put de schrijver en de beeldende kunstenaar? Ik wil de oorspronkelijkheid van Wim Delvoye niet betwisten maar met deze passage wordt Felix Timmermans toch een beetje actueler.

Hélène Van Everbroeck
Mortsel, 20 10 2010

dinsdag 19 oktober 2010

DIRK VERHAEGEN OVER DE VIERDAAGSE STUDIEREIS KONSEPT HERFST 2010

KONSEPTREIS HERFST 2010

DONDERDAG

Soms zijn we in gedachten het reizen voorop, en soms moeten we het in gedachten bijbenen. Op zeldzame momenten houden gedachten en reële ervaringen gelijke tred. Nog zeldzamer zijn de momenten waarop
we in pure ervaring één zijn met het universum.

We vertrekken met regen en het regent de hele weg. Het regent verder in mijn halfslaap. Dommelen, kuchen en neussnuiten. Dafalgan. Fisherman's Friend. Af en toe vat ik moed en lees ik in mijn boek. Ik lees over geopoëten en pelgrims van de uitersten. Over utopie en 'atopie'. Geen gericht zijn op het hemelse. Geen gericht zijn op een verre toekomst. De lijnen van de aarde lezen als basis voor een echte, open cultuur. Ik mag niet vergeten dat onze reis een landschap zal zijn, een landschap van bergen en rivieren. Een landschap dat ook een cultureel landschap is, in de tijd gevormd, complex en -nooit te vergeten- in vele opzichten grensoverschrijdend.

We krijgen een pak documentatie. Over de wijncultuur in Duitsland, over Arp, over het sacrale vorstendom, over de investituurstrijd en over de Romaanse kunst. Van Cees Nooteboom is er een mooie tekst over Tiepolo. Ook Nooteboom reist in een landschap, leest de lijnen van de wereld:

“Rijdend door Duitsland beleef ik de overgang van ets naar fresco. Bij het Siebengebirge strijkt de late zon een veeg ondergangsrood over een besneeuwd veld waarin zwarte grillige wijnstokken geëtst staan. De zon is niet als bal waar te nemen; te sterk, een gat waaruit vuur stroomt, taai en stroperig over de gearceerde heuvels. Daarna wordt het snel somber, en ik ook een beetje. Blauwig, paarsig, zwartig, zo zakt een groot gebrek aan licht over de aarde.”

In Remagen regent het nog steeds. We bezoeken het Arp Museum Bahnhof Rolandseck. Hans (of Jean) Arp is meteen aanwezig met een buitensculptuur: een acrobatische half-figuratieve Bewegtes Tanzgeschmeide (Bewogen dansjuweel) dat doorkijk op de Rijn en op het Siebengebirge geeft. Een tunnel en liften maken binnen de verbinding tussen het fraaie negentiende-eeuwse classicistische stationsgebouw en de hoger gelegen nieuwbouw van Richard Meier. Op de wand van de tunnel een citaat van Arp: ‘Daar waar de concrete kunst verschijnt, verdwijnt de melancholie en met haar de grijze valiezen vol zwarte zuchten.' Dat is naar mijn hart. Wat concrete kunst is vertel ik later wel. Ik kan nu reeds zeggen dat Arp onder de 'concreten' een buitenbeentje was, en, zoals het bij een Elzasser past, een grensgeval. Ietwat onverwacht vangen we aan met een kleine tentoonstelling Franse schilderkunst. Ik beperk mij tot twee kunstenaars. Op een schilderijtje van Eugène Boudin zit de burgerij, netjes uitgedost op stoelen op het strand. Een tijdsbeeld. Het atmosferisch wolkenspel is echter tijdloos en kondigt reeds het impressionisme aan. Van Claude Monet zien we een kleurige klip in een woelige zee. Zijn kleuren, die nochtans hun oorsprong in waarnemingsfenomenen vinden, zijn met artistieke vrijheid stoutmoedig verhevigd. Zo is deze impressionist dus in zekere zin een fauvist en soms zelfs een expressionist. Er is ook nog een Noors sneeuwlandschap van Monet. Hier is de kleur gereduceerd tot bijna wit en bijna zwart.

Het meubilair in de gangen -speelse combinaties van houten stoelen en banken- nodigt ons uit om door de grote ramen tegen de beboste bergwand aan te kijken. Dit is in de geest van Arp, die de natuur zo respecteerde dat hij zijn werken nederig en naamloos als vruchten wou. De mens als maat van alle dingen is volgens Arp een dwaling, want daarmee heeft hij de maat gegeven aan het mateloze.

“Weisst du, schwarsst du?” is een aan Arp ontleende titel voor een tentoonstelling met werk van Daniel Spoerri. Zijn tableaux pièges (vastgelijmde tafelresten) hebben met bepaalde werken van Arp gemeen dat zij, althans in principe, volgens de wetten van het toeval ontstonden. Ook bij zijn assemblages en objectverzamelingen vervaagt humoristisch en provocerend de grens tussen kunst en leven. Maar ik mis de klare soberheid van Arp. En kunstenaars overleven al te vaak zichzelf.

Een andere tentoonstelling in het museum stelt de sokkel in vraag. Ook dat past bij Arp. Een werk van hem uit 1932 heeft als titel Om in een bos te leggen. Waar is Brancusi met zijn sculpturale sokkelstapelingen ? En waar is Manzoni met zijn sokkel voor de wereld ?

We drinken koffie op het terras. We kunnen ons met dekens bedekken en de gasvuren worden aangestoken. De Rijn vloeit zoals gewoonlijk naar het noorden en de boten varen in beide richtingen. De veerboot zoekt het eerder dwars. Het regent nog steeds. Het Zeven Gebergte verdwijnt in de grijze regen. Een goede oefening in coulissenperspectief. Heb ik koorts ?

In Mainz bezoeken we het Landesmuseum, gesitueerd in een barok gebouw met modernistische uitbreiding. Voor Dürers Adam en Eva moeten we het met een kopie stellen. Kleine landschappen uit de Nederlanden vormen een authentieker geheel. De Toren van Babel van Lucas van Valkenborch is één van de vele verwerkingen van Pieter Brueghels thema. In een andere zaal houden we halt bij enkele devotiestukken die ontroeren door hun naïviteit: een kruisbeeld uit de eerste helft van de 13e eeuw en een Ten grave draging van Maria met antisemitische trekjes. Bij de modernen vinden we een schrille Rothko (waarover de meningen hier uiteen lopen), een ‘kussen-schilderij’ van Graubner (die we eerder in Insel Hombroich leerden kennen) en enkele werken van Willy Baumeister in het tussengebied tussen constructivisme en surrealisme. Een ons onbekende Jan Voss toont de geordende chaos in beweging. Een beetje Joan Miro of Henri Michaux. Van Picasso is er een vroeg kubistische Vrouwenkop, echt een topwerk. Op een andere verdieping zien we de Polospelers van Max Lieberman oplossen in vloeiend penseelwerk. Van Max Slevogt is er een heftig Onweer in de vroege herfst en Jan Toorop bekoort met een fijnzinnig gestileerd pointillistisch Strandlandschap. Een Verzoeking van Franz von Stuck verdwijnt gemakkelijk tussen Jugendstil en decoratief symbolisme. Bedenk echter dat hij les gaf aan o.a. Paul Klee en Kandinsky. Beroepsmisvorming: ik vraag mijn gezelschap ook de aandacht voor een somber Landschap met berken van Adolf Hölzel. Het schilderij doet enigszins aan de melancholische werken van Paula Modersohn-Becker denken. Maar er is meer. Adolf Hölzel was de zeer vooruitstrevende leraar van Nolde, Baumeister en Itten. Hij stelde de studie van de beeldelementen in de plaats van de toenmalige op kopiëren gebaseerde academische praktijk. Hölzel ontwikkelde ook een kleurentheorie. Hij was een pionier van de abstractie en had grote invloed op het Bauhaus en meer bepaald op de daar gegeven Vorkurs. In het Landesmuseum vindt men al bij al niet zo veel grote namen. Kleine ontdekkingen zijn dan des te aangenamer.

In de regen zoeken we de Dom van Mainz, onze eerste keizerlijke domkerk. Het imposante, ietwat heterogene bouwsel in rode zandsteen zit ingesloten in het historische stadscentrum. Het weer laat niet toe veel aandacht aan de buitenkant te schenken. Binnen blijft de ervaring eerder negatief. Ik ben niet in de stemming om deze duistere, drukkende wereld van macht en manipulatie welwillend te aanvaarden. Of toch, die bronzen deur en die sierlijke zuilen, die wil ik betasten. Op de valreep kunnen we de gotische kloosterrondgang met grafstenen en sculpturale brokstukken nog net meenemen. Met de sombere regen raakt het onze romantische gevoeligheid.

Weinstube. Indrukken uitwisselen en van de vloeibare producten van de gearceerde heuvels genieten.

We klinken met Arps definitie van de humor:

l'humour
c'est l'eau de l'au-delà
mêlée au vin d'ici-bas

Inderdaad, het regent, we drinken wijn en we lachen.


VRIJDAG

Speyer. Het weer klaart op. Tussen de bomen verschijnt de roodkleurige domkerk met haar groene daken. Als goede minnaars benaderen we haar met aarzelingen, uitstel en omwegen. In het plantsoen een sculptuur van Franz Müller-Steinfurth: hoekig geschakelde stalen buizen. Verder een abstracte Speyerer Kopf van Franz Bernhard, in cortenstaal uitgevoerd. We wijken uit naar de oude wal, komen via een poortachtige doorgang bij een bemoste muur waarop ‘volgens de wetten van het toeval’ goudkleurige herfstblaadjes dwarrelen. Daarachter uitzicht op het park in de vroege herfst, afgewend van waarvoor we gekomen zijn. We naderen opnieuw. Ik verlustig mij aan details: aan de toevallige schoonheid van de zachte schakeringen van de rozige stenen, aan de duistere gaten en hun vochtige vlekken. We verzamelen op het plein. Bij de voorgevel zijn de bouwstenen in decoratieve patronen gerangschikt. Sculpturen en gracieuze ornamenten blijven goed gedoseerd en overzichtelijk. Ik ben niet de enige om te vinden dat het iets Italiaans heeft. Deze Romaanse domkerk –de grootste ter wereld- oogt niet zwaar en dominerend. Dat gevoel hebben we ook binnenin. Dit werelderfgoed wordt met smaak en inzicht beheerd. Hoog genoeg, dat bouwsel, maar voor het echte hoogtepunt moeten we afdalen. De crypte -een zuilenhal met dobbelsteenkapitelen en met gordelbogen in afwisselend rode en gele zandsteen- bezorgt een indrukwekkende ruimtelijke ervaring. Hier wordt de goddelijke orde mathematische geconcretiseerd. Ik opper en men bevestigt: Cordoba.

In Speyer bezoeken we ook de restanten van het Judenhof, het religieuze centrum van het middeleeuwse joodse kwartier. Van de synagoge rest slechts een muur. Het rituele bad is goed bewaard en wordt bovengronds overspannen met een elegant glazen dak. We dalen af op zoek naar de bron der bronnen. In deze Romaanse context verrassen in de diepte enkele kruisribgewelven. Op de bodem van het bad liggen munten, alweer ‘volgens de wetten van het toeval'.

In de namiddag bezoeken we de dom van Worms. Gotische toevoegingen vullen hier de Romaanse stijl aan. Toch blijft het een harmonisch geheel, ook al dank zij de uniformerende rode zandsteen. Rond de kerk is het aangenaam wandelen. We gaan op verkenning langs sierlijke, gebogen trappen en onopvallende sculpturale juweeltjes.
Elders weer historische brokstukken en sarcofagen, opgesteld als stemmige expositiestukken. Binnen moet men het barokke koorgedeelte nemen zoals het is. Wij verkiezen de terecht beroemde westelijke apsis met het prachtige spel van cirkelvormen. De crucifix heeft mij helemaal betoverd. Het lichaam van de gekruisigde vertoont, getrouw aan de geest van de Romaanse stijl, geen kwelling of pathos. Het kruis zelf is rechthoekig met dynamisch gerangschikte stroken groen en rood op goud. Ik kan niet anders dan denken aan de strenge, fascinerende geometrische ordeningen, aan de zichtbaar gemaakte gedachten, van de Zwitserse concreten.

De zon. Via een mooi parkje komen we bij Museum Kunsthaus Heilshof. Een private negentiende-eeuwse verzameling wordt zo goed en zo kwaad als dat kan in haar oorspronkelijke context getoond. Een aquarel van Leopold Rottmann, Das Tennen gebirge, verbluft ons door de technische verfijning. Blauwe bergen, een meanderende rivier, rotsen, bomen en wolken vormen een eenheid die het anekdotische ver achter zich laat. De lijnen van de wereld lezen. Een mannenportret van Tintoretto loopt een eeuw voor op Rembrandt. Er is ook en ruige Ruine mit Staffage van Guardi. Veel kunst uit de lage landen: Patenir, Teniers, Rubens, Aart van der Neer, Jacob en Salomon Ruysdael, Jan Van Gooyen. Een ijstafereel van Hendrick Avercamp, niet groter dan een postkaart, is vele reisgenoten opgevallen.

We krijgen een plannetje om te voet tweeduizend jaar geschiedenis te verkennen. Het joodse kerkhof Heiliger Sand, het oudste van Europa, kunnen we slechts van op afstand bekijken: een goede gelegenheid om foto's zonder mensen te maken. Het zonlicht speelt prachtig op de helling met de rommelige zerken. Later wandelen we langs de ring, groeten Luther -die niet anders kon dan daar staan- en komen bij de oude stadswallen waar we nog net de synagoge kunnen bezoeken. Ook hier een ritueel badhuis. Iets te vluchtig bezoeken we het joodse museum Raschi-Haus. De Romaanse Stiftskirche St. Paul, bescheidener dan de domkerken, is wellicht juist daarom de aandacht waard. Het portaal is een architecturaal en sculpturaal juweel. De vermoeidheid laat zich voelen. Tijd voor een terrasje in de late zon. Streekwijn uiteraard.

ZATERDAG

Würzburg. Residenz. De aartsbisschoppelijke woning, ontworpen door Balthasar Neumann. Barok. Onze vrouwelijke gids met Beiers accent heeft gevoel voor grandeur en voor het ceremoniële. De dames worden uitgenodigd om in gedachten de rokken wat op te schorten en schrijdend de trappen te bestijgen op weg naar Tiepolo's hemelse explosie. Deze geleerde plafondschildering,met kennis van geschiedenis, mythologie en aardrijkskunde, dateert van 1752. Tiepolo was toen zesenvijftig jaar oud en had ook in Spanje gewerkt. Een grensoverschrijder dus. Ik had het eerder in deze tekst over het tijdloze atmosferische wolkenspel bij Eugène Boudin. In Het roze van Tiepolo legt de Italiaanse schrijver Roberto Calasso een verband tussen de wolken van Boudin en Tiepolo's aarde en kosmos. Hij doet dit aan de hand van Charles Baudelaire die zich op de Parijse Salon alleen thuis voelde bij de wolken van Boudin: ‘die wolken met hun fantastische, stralende vormen, die grillige schaduwen, die groene en roze onafzienbaarheid, gewichtloos, voor elkaar schuivend, gapende vuurovens, firmamenten van zwart of violet satijn, verfrommeld, opgerold of gescheurd, die rouwomfloerste horizonten met hun fonkeling van gesmolten metaal’. Het is wel degelijk Calasso en niet Baudelaire die het verband legt met Tiepolo. Dat is fantastisch, vooral als men bedenkt dat Boudins werken vaak slechts het formaat van een schilderkoffertje hebben, terwijl Tiepolo's meesterwerk zowat het grootste schilderij ter wereld moet zijn. Waar Baudelaire zich tegen afzette was de bloedeloze historieschildering. En Roberto Calasso alweer over Tiepolo: ‘zonder dat openlijk uit te spreken of te benadrukken (omdat hij nooit iets openlijk uitsprak of benadrukte) zorgde Tiepolo dat er iets gebeurde wat al snel een steevaste component van elke ervaring zou worden: de transformatie van de Geschiedenis –en het hele verleden- tot fantasmagorie, materiaal dat net zo goed geschikt was als decor voor een kermisattractie als om een obsessief beeld te worden, pure potentie van de geest.’ Ik ben vooral onder de indruk van de centrale leegheid van deze schilderingen: pure potentie van de geest. De mengeling van trompe-l’oeil en sculpturale elementen aan de periferie doet mij daarentegen inderdaad wat kermisachtig aan. Het bezoek wordt verder gezet via kamers met spiegels en kamers met wandtapijten. Zicht op de hoftuinen in Franse stijl. Het ontbreekt ons aan tijd om daarin te wandelen, om tot een stukje geordende aarde terug te keren. We verlaten de wereld der megalomane paleizen en begeven ons in de richting van de middeleeuwse brug, met haar sculpturen, kraampjes en toeristische drukte. Zicht op de Main met dam, sluis en drijvende kranen. Hoger op de bergflank alweer vestingen en paleizen.

Museum im Kulturspeicher. Een bij de oude haven gelegen graanopslagplaats is bijzonder knap omgebouwd tot museum. Authentieke elementen zijn in de mate van het mogelijke bewaard. Indrukwekkend is het houten gebinte onder het dak van de inkomhal. We bezoeken eerst een tentoonstelling van Georges Vantongerloo, een Belgische kunstenaar waarvan het internationale belang nog steeds niet ten volle beseft wordt. Hij introduceerde een uitgesproken mathematisch denken in de kunst, waarmee hij kunstenaars als Max Bill en François Morellet beïnvloedde. Tegelijk had hij een dichterlijke ziel. Hij kon de algebra laten glimlachen en hij omhelsde de regenboog en het noorderlicht. In de geest van De Stijl en het vroege constructivisme waagde hij zich aan utopische projecten. Zijn ontwerp voor een brug over de Schelde brengt in ons gezelschap de discussie over de Lange Wapper weer op gang. In het museum is ook de Sammlung Ruppert, met naoorlogse concrete kunst uit Europa, ondergebracht. Wat is concrete kunst ? Het is abstracte kunst zonder abstraheringsproces. De concrete kunstenaar vertrekt dus niet van een figuratief gegeven, hij werkt rechtstreeks met elementen lijn, vlak, kleur. In 1930 publiceerde Theo van Doesburg zijn manifest van de concrete kunst. Bij hem klonk het allemaal vrij streng. Het kunstwerk moest universeel zijn, het moest volledig op voorhand in de geest bedacht zijn, zonder naturalisme, sensualiteit, sentimentaliteit, lyrisme, dramatiek of symboliek, het moest verder ook volledig geconstrueerd zijn met zuiver plastische elementen, terwijl het geen andere betekenis mocht hebben dan 'zichzelf', de constructie en de elementen moesten eenvoudig en controleerbaar zijn, de techniek moest exact zijn en ten slotte moest er naar absolute klaarheid gestreefd worden. Max Bill zal vanaf 1936 deze ideeën verder uitwerken en verfijnen. 'Concrete kunst is, daar waar ze zichzelf het meest trouw is, pure expressie van maat en harmonische wetten. Ze rangschikt systemen en geeft leven aan deze rangschikkingen met de middelen waarover de kunst beschikt. Ze is reëel en intellectueel, anti-naturalistisch en toch dicht bij de natuur, ze is universeel en cultiveert nochtans het unieke, ze dringt het individuele terug, maar ten gunste van het individu.' Alhoewel de concrete kunst in het constructivisme, 'De Stijl' en het Bauhaus wortelt, en veelal geometrisch van uitzicht is, liet Max Bill ook ruimte voor het organische en informele. Terwijl in de meeste concrete kunst vooruitgangsoptimisme en rationalisme de toon aangeven -de werken van Richard Paul Lohse zijn hier exemplarisch voor-, cultiveert Hans Arp het irrationele, flirt hij met het surrealisme en gaat hij terug naar Duitse romantici zoals Novalis. Dat belette Arp niet om bevriend te zijn en samen te werken met Van Doesburg en hij schreef waarderend over Günter Fruhtrunk en Josef Albers. Concrete kunst is tot op heden over vele generaties en landen een wijdvertakt, open gebied met steeds nieuwe inventies. In het werk van François Morellet zien we door het gebruik van toeval en humoristische woordspelingen de dadaïstische geest voortleven. Ook wetenschappelijke inzichten, technologie en ecologie gaven nieuwe impulsen. Van Manfred Mohr bekijken we space.color.motion. De op sobere beeldschermen getoonde computergestuurde 6-D animaties maken veel indruk op ons gezelschap. Merkwaardig genoeg vertrok Manfred Mohr indertijd niet vanuit het constructivisme maar vanuit de action-painting en de free-jazz. Met de nodige euforie begin ik spontaan te gidsen.

In de late namiddag bezoeken we in Aschaffenburg het Pompejanum, de in opdracht van koning Lüdwig I gebouwde reconstructie van een Romeins woonhuis. Didactiek, archeologie en idealistische fantasie zijn hier maar moeilijk van elkaar te scheiden. Nog onder de indruk van de concrete kunstenaars richt ik mijn aandacht vooral op het op antieke voorbeelden gebaseerde veelkleurige lijnenspel in de verschillende kamers en op de geometrische patronen in de mozaïekvloeren. Buiten hebben we in het avondlicht van op de hoge oever stemmig zicht op de Main en op Schloss Johannisburg. Het Wörlizer Gartenreich, dat we van een vorige Konseptreis kennen, komt vanzelf in onze herinnering. Wandelend in het park is de verleiding groot om af te dalen tot beneden bij de oever. Maar de tijd dringt.

ZONDAG

We bezoeken de Siedlung Römerstadt, een zeer uitgebreide stedelijke interventie van de Duitse architect Ernst May. Ze dateert van de late jaren twintig. Gebogen gevelpartijen herinneren ons aan Hans Scharoun in Weissenhof Siedlung. Aanhanger van de rationalistische en functionalistische principes was May in de jaren dertig ook in de Sovjet-Unie werkzaam. De wijken geven ons vandaag geen overtuigende esthetische ervaring. Het is moeilijk het origineel terug te vinden tussen de latere ingrepen en eigenzinnige bewoning. Uitzicht op de aangrenzende volkstuintjes en de groene ruimte geeft voldoende aanleiding tot discussie over die noden waar de rationalisten toen geen oog voor hadden.

Frankfurt. We bezoeken het Museum voor Moderne Kunst, het 'taartpunt' van Hans Hollein. The Lucid Evidence toont een selectie uit de omvangrijke collectie fotografische werken van het museum. De reeks Kobe 1995 after the Earthquake van Ryuji Miyamoto toont de schoonheid van de catastrofe en het universele spanningsveld tussen orde en chaos. Van Nobuyoshi Araki is er de serie Private Tokyo. Uitstallen en insnoeren. Een lichtbak van Jeff Wall toont een fris jong meisje dat de trap af komt in een oud, armtierig portaal. Hier geen mise-en-scène zoals we dat van deze kunstenaar gewend zijn en daardoor des te overtuigender. Van Günther Förg , ook verantwoordelijk voor de intense monochrome muurschildering in de traphal, zien we een reeks Architektur Moskou 23-41. Het lijkt een echo van Ernst May. De zwart-wit foto's hangen hoog en zijn los golvend met schroeven op houten frames bevestigd. De materialiteit wordt benadrukt. Larry Clark toont uitgebreide series Teenage Lust, die ondanks hun expliciete seksualiteit voldoende fijnzinnig zijn om zich van pornografie te onderscheiden.

Van op de andere oever van de Main hebben we zicht op 'de maat van het mateloze', scherp getekend tegen de azuren hemel. Boothaus am eisernen Steg. Frankfurter Bratwurst met mosterd. Pils. Voorbij varende boten doen de steiger wiegen. We keren terug over de brug en varen over een wijnkleurige zee naar anderstalige mensen.

Limburg an der Lahn. De dom is uniek door de veelvuldig bewaarde polychromie, zowel binnen als buiten. Het interieur is licht en coherent. We worden gegidst door een non die ons met de nodige humor en zin voor het conceptuele in hemelse sferen brengt. Ook buiten, in de hellende straatjes, lijkt het beschilderde vakwerk een hulde aan het veelkleurige.

De concrete kunstenaars zijn doorgaans niet al te hemels georiënteerd. Arp was al weer de uitzondering. Die was hemels en aards tegelijk. Ziehier zijn advies om beelden te maken:

'Wie een wolk wil verslaan met pijlen zal tevergeefs zijn pijlen verschieten. Veel beeldhouwers lijken op deze vreemde jagers.
Ziehier hoe het echt moet: men charmeert de wolk met een beetje vioolspel op een trommel en met een beetje getrommel op een viool. Dan duurt het niet lang of de wolk daalt neer en gaat van geluk languit op de grond liggen, en uiteindelijk wordt ze vol welwillendheid steen.
Het is op deze manier dat een beeldhouwer in een handomdraai zijn mooiste beeld maakt.'

Dirk Verhaegen
Mortsel, oktober 2010

foto's:Dirk Verhaegen

maandag 11 oktober 2010

THEATERTIP: 'VAN PLATO TOT NATO' OF 'WAT BEWEEGT LEIDERS TOT HET WILLEN TEMMEN VAN KUNST?'

KVS & DE VERENIGING VAN DE ENTHOUSIASTEN VOOR HET REËLE EN HET UNIVERSELE

spelen

VAN PLATO TOT NATO


In een curieuze passage uit het tweede boek van ‘De Republiek’ ontzegt Plato alle artiesten het recht om in zijn ideale staat te wonen. Schilders, beeldhouwers, dichters, acteurs... worden onder geen beding getolereerd. De enige kunsten die misschien nog van nut kunnen zijn voor de gezagshebbers van de Republiek zijn de dans en de muziek, maar dan ook alleen maar binnen de streng afgebakende lijnen van militaire marsen, religieuze ceremonieën of nationale volksfeesten.

Waarom riep Plato die excommunicatie af? Wat beweegt leiders tot het willen temmen van kunst? Het is belangrijk om die redenen te kennen, om de tot op vandaag moeilijke relatie tussen kunstenaars en de politieke maatschappij te begrijpen en te plaatsen.
In de voorstelling ‘Van Plato tot Nato’ nemen de artiesten het heft in handen om zich te wreken op Plato en gaan ze mee in het denken van Plato’s leerling Aristoteles die zich vierkant keerde tegen de aanvallen van zijn meester op het theater en de andere kunsten. 

De KVS & De Vereniging van de Enthousiasten voor het Reële en het Universele vormen samen een indrukwekkende cast van acteurs waarvan een deel ook muzikant is. Theatermakers ‘hors categorie’ zijn het, die van doordacht toneel vuurwerk maken.

Van en met: Willy Thomas, Mieke Verdin, Dirk Van Dijck, Ryszard Turbiasz, Johan Dehollander, Kristien De Proost, Wim Willaert, Charlotte Van Der Meersch, Robbie Cleiren

zaterdag 18 december 2010 - 20.30 uur
cultuurcentrum Berchem
Driekoningenstraat 126
2600 BERCHEM
www.ccberchem.be

Een tip van Konseptlid Suzanne Van Bree

donderdag 7 oktober 2010

BOEKENTIP: MARY BEARD - POMPEII

In 79 na Christus werd Pompeii bedolven onder lava na een explosie van de Vesuvius.
In haar boeiende boek Pompeii gaat classica Mary Beard op zoek naar antwoorden op voor de hand liggende vragen als: hoe werkten, leefden en vrijden onze voorouders uit de oudheid? En waarom stonken ze allemaal zo uit hun mond?

Meer dan dertig jaar geleden liep de jonge studente oude geschiedenis Mary Beard voor het eerst door de overblijfselen van de Romeinse stad Pompeii. Ze had een lessenreeks over Pompeii gevolgd, er veel over gelezen, en ging er met een vriendin naartoe die er niets van afwist.

'Ik zou haar rondleiden. Maar vrij snel merkte ik dat de stad er totaal anders uitzag dan wat ik erover geleerd had. Toen al wist ik dat ik ooit de ultieme geschiedenis van de stad zou schrijven.'
Anno 2009 is Mary Beard (54) de beroemde en meest gerespecteerde classica van het Verenigd Koninkrijk. Ze leidt het departement oude geschiedenis van de universiteit van Cambridge, en heeft heel wat boeken over de oudheid op haar naam staan. Onlangs voegde ze daar het indrukwekkende Pompeii, Het dagelijkse leven in een Romeinse stad aan toe.

'Ik heb me altijd geërgerd aan vakbroeders die bang zijn voor het alledaagse', zegt ze. 'Historici vinden je maar naïef als je het dagelijkse leven uit het verre verleden probeert te reconstrueren. Ik vind dat juist heel belangrijk. Al is het geen eenvoudige opdracht. Er zijn sporen van het alledaagse leven te vinden in de literatuur van die tijd, maar vaak gaan die teksten over heersers en multimiljonairs en niet over gewone mensen. Van het leven op straat komen we weinig te weten.

Uit de pers:
'Bevlogen rondleiding in de verdwenen stad, gelardeerd met vrolijke debunking van mythen, door een uitdagende Mary Beard.’ Tom Holland in The Observer
‘Beard schrijft over alles even prachtig. Bankiers, bordelen, gladiatoren, badhuizen, theater, voedsel, straten en riolen, alles komt aan bod en nooit word je teleurgesteld.’ Guus Luijters in Het Parool.

Mary Beard doceert in Cambridge en is redacteur oudheid van The Times Literary Supplement. Lees ook haar hilarische weblog ‘A Don’s Life’.

Auteur: Mary Beard
Vertaler: Boukje Verheij
ISBN: 978 90 253 6725 1
Aantal pagina's: 464
Uitvoering: Paperback
Uitgever: Athenaeum-Polak & v Gennep
NUR: 683
Prijs: € 19,95

Een boekentip van Konseptlid Dirk Aerts

woensdag 29 september 2010

STUDIEREIZEN ROTTERDAM: KEES VAN DONGEN EN EDVARD MUNCH 24 EN 28 OKTOBER 2010

STUDIEREIZEN

ROTTERDAM: KEES VAN DONGEN EN EDVARD MUNCH

24 en 28 OKTOBER 2010

EDVARD MUNCH
De Kunsthal Rotterdam presenteert met ruim honderdvijftig schilderijen en werken op papier een overzicht van het oeuvre van de Noorse schilder, die bij het grote publiek vooral bekend is door het schilderij ‘De Schreeuw' (1893).

Alle werken in de tentoonstelling zijn afkomstig uit particuliere collecties en worden éénmalig samengebracht; een absolute buitenkans voor iedereen die het oeuvre van Edvard Munch (beter) wil leren kennen. Munch schildert over het leven, over de liefde en de dood; diepe emoties zoals eenzaamheid, angst en innerlijke spanningen zijn de leidraad in zijn werk. Door de thematiek, de krachtige compositie, vloeiende lijnvoering en het bijzondere kleur- en materiaalgebruik raken zijn schilderijen ons tot op de dag van vandaag. 

KEES VAN DONGEN ‘de grote ogen van Kees van Dongen’
In het museum Booijmans Van Beuningen laat de tentoonstelling ‘De grote ogen van Kees van Dongen’ circa tachtig internationale topwerken zien van de befaamde schilder Kees van Dongen.

Maar liefst zestig schilderijen en een selectie tekeningen, keramiek, affiches en fotomateriaal worden speciaal voor de tentoonstelling overgevlogen uit internationale topcollecties, van New York tot Monaco en van Genève tot Moskou.

‘De grote ogen van Kees van Dongen’ toont de weidse blik van deze in Nederland geboren kunstenaar, die in Parijs wereldberoemd werd met zijn kleurrijke vrouwenportretten. Vrouwen met grote ogen, acrobates, naakte vrouwen, vrouwen gekleed in de couture van de ontwerper Paul Poiret en vrouwen die hij schilderde tijdens zijn verre reizen. Ook zijn eigen geliefden en goede vriendinnen – zoals de minnares van Pablo Picasso, met wie Van Dongen in Parijs een atelier deelde – werden door de schilder vereeuwigd. Soms schilderde Van Dongen ook mannen, waaronder zijn vader, de bokser Jack Johnson en enkele jazz artiesten.


Op 24 oktober hebt u ongetwijfeld voldoende tijd om ook een bezoek te brengen aan het ‘HUIS SONNEVELD’, dat deel uitmaakt van het architectuurmuseum van Rotterdam.

Huis Sonneveld is een monument van het Nieuwe Bouwen. Een functionalistische architectuur die begin 20e eeuw opkwam en zijn hoogtepunt tussen de beide wereldoorlogen beleefde. Niet monumentaliteit lag aan de basis van het ontwerp, zoals bij veel traditionele architectuur, maar de functie van het gebouw en de behoeften van de gebruikers.



Gezonde leefomgeving
De architecten van het Nieuwe Bouwen gebruikten graag moderne technieken en materialen als beton en staalconstructies. Daarmee zouden ze efficiënte, hygiënische gebouwen kunnen ontwerpen. Belangrijk ook was een functionele plattegrond met open, liefst vrij indeelbare ruimtes. Een gebouw moest een open, luchtige indruk maken, in tegenstelling tot de traditionele, gesloten bouwblokken. Ze streefden naar een gezonde leefomgeving waarin frisse lucht en veel zonlicht onontbeerlijk waren. 'Licht, lucht en ruimte' werd de slogan van de Nieuwe Bouwers.

Vrij indeelbare ruimte
De uitgangspunten van het Nieuwe Bouwen zijn gemakkelijk in Huis Sonneveld te herkennen. Zowel aan de voor- als aan de achterzijde zijn grote strookvensters te zien. Deze zorgden ervoor dat in ieder vertrek veel licht binnen kwam. De vele deuren die naar de tuin en de balkons leiden maakten een intensief gebruik van de buitenruimte mogelijk. Met een staalskeletconstructie en betonnen vloeren waren er geen dragende muren meer nodig en kon de ruimte vrij worden ingedeeld. Muren werden alleen nog gebruikt om de ruimtes van elkaar te scheiden.

Zondag 24 oktober 2010

Vertrek: 8h30 aan het stadhuis van Mortsel
Terug: rond 19h30
Deelname in de kosten: leden konsept en studenten academie 35€
Niet leden: 40€
Inschrijven vanaf 5 oktober 2010 en voor 20 oktober 2010 via het
telefoonnummer: 0473 93 86 71.
Spreek steeds een boodschap in en vermeld je telefoonnummer. Ook een sms met dezelfde informatie is welkom.
De inschrijving is pas officieel na storting van het bedrag op nr: 320-0692986-88, volgend op een bericht.


Donderdag 28 oktober
Vertrek: 8h00 aan het stadhuis van Mortsel
Terug: rond 17h30
Deelname in de kosten: leden konsept en studenten academie 35€
Niet leden: 40€
Inschrijven vanaf 5 oktober 2010 en voor 20 oktober 2010 bij Karen van Vlaslaer op de academie.

maandag 23 augustus 2010

DE WIJNTIPS VAN KONSEPT VOOR DE VIERDAAGSE STUDIEREIS NAAR DE KEIZERLIJKE DOMSTEDEN & WÜRZBURG (30/09 - 3/10/2010)

DE DUITSE WIJNEN

Witte Wijnen

De beroemdste Duitse wijnen zijn de halfzoete wijnen, vooral de geweldige Rieslings. Duitsland was echter ook pionier bij de ontwikkeling van nieuwe soorten en kruisingen, zoals de müller-thurgau, die voor drogere, frissere wijn zorgt.



MÜLLER-THURGAU



KLEUR: Meestal strogeel, soms een beetje groenig
AROMA: Vers groen fruit en citrusvruchten; bloemen en amandel.
SMAAK: Delicaat en licht, soms een nootachtige smaak, een licht bittere afdronk.

De druivensoort müller-thurgau werd in 1882 ontwikkeld door Dr. Hermann Müller. Hij wilde de kwaliteit van de riesling mengen met de vroege rijping van de sylvaner.
tegenwoordig lijkt het er echter op dat hij in feite twee rieslings heeft gemengd.

Müller-thurgau staat bekend om zijn hoge productiviteit. De vroege rijping zorgt dat hij bestand is tegen de koelste gebieden, zoals zelfs in Engeland.
Een groot deel van de müller-thurgau vormt de basis voor veel karakterloze Duitse wijntjes zoals Liebfraumilch en Niersteiner. Dat is jammer, want de druif kan licht gecorseerde wijnen voortbrengen met een delicate, droge smaak en een frissen zuurte. Ik beveel een Müller-Thurgau aan bij een lichte lunch, misschien op zijn Duits – met koud vlees of bij een hartige strudel met aardappelsalade.

Aanbevolen producenten:
Meersburger
Rudolf Furst


Duitsland zal altijd worden geassocieerd met de rieslingdruif. Deze groeit langs de Rijn en de Moezel. De aromatische wijnen die ervan worden gemaakt zijn vol, fruitig en geweldig complex – iets heel anders dan het bekende slobberwijntje Liebraumilch.

RIESLING

KLEUR: Helder bleek strogeel met groen zwemen
AROMA: Intens en complex, perzik, ananas, citrus, vuursteen en rook
SMAAK: Harmonieus en diep; finesse; pittig als hij jong is, minerale afdronk.


Riesling is beslist de beste druivensoort van Duitsland. Er wordt een aantal van de beste en houdbaarste wijnen ter wereld van gemaakt.
Mosel-Saar-Ruwer is de Riesling-hoofdstad. De wijnen hebben weinig alcohol, zijn bleek, licht en sappig met een goede zuurgraad en fruit. Vaak zijn ze licht mousserend. De leisteenbodem van de streek geeft de wijn een duidelijke smaak, van fijn fruitig tot aards of ‘vuursteenachtig’. Er wordt ook wel gezegd dat ze naar rook smaken of, na rijping, naar dieselolie.



Riesling van de Rheingau (op de oostelijke Rijnoever) heeft een iets rijkere textuur en meer diepte en body dan de Moezelwijn. Drink hem jong.
Aan de andere oever ligt de Nahe. De beste Rieslings hier zijn kristalhelder. De smaken variëren van passievrucht, guave, abrikoos en vanille tot rode bessen en mineralen.
Pfalz, aan de grens met Frankrijk, is net zo belangrijk als de Moezel. De Rieslings die er vandaan komen, zijn vol gecorseerde met een essentieel mineraal tintje.
Drink Duitse riesling met koud vlees of met vis; ik drink hem graag bij geitenkaassalade.

Aanbevolen producenten:
Fritz Haag
Carl Loewen
Weingut Egon Müller-Scharzhof
Reichsgraf von Kesselstatt


RULÄNDER

KLEUR: Helder stroogeel met citroenkleurige accenten
AROMA: Dicht en rijk met bloemachtige suggesties van accacia en fresia
SMAAK: Soepel en fijn afgestemd, met een duidelijk pittige afdronk

Van ruländer, een neef van de pinot gris, wordt goede wijn gemaakt met meer vlees en minder uitbundigheid dan andere Duitse wijnen. De wijn kan twee tot drie jaar worden bewaard en ontwikkelt exotische, vuursteenachtige smaken.
Ruländer wordt voornamelijk verbouwd in Pfälz en Baden (het relatief warme Zuidwest-Duitsland). Hij heeft een diepe, zware bodem nodig voor complexe wijn met een vol bouquet. Bij de aanbevolen producenten vindt u zeker een aantal wijnen van klasse.


Aanbevolen producenten:
R und C Schneider
Weinhaus Heger

Rode wijnen

Duitsland is vooral beroemd om zijn witte wijn. Er wordt ook een licht rode wijn gemaakt, de Spätburgunder, die op Pinot Noir lijkt.

SPÄTBURGUNDER

KLEUR: gewoonlijk robijnrood, maar kan zeer licht roze zijn
AROMA: Helder en fris, met kers, vanille, noten en dennen
SMAAK: Vleugjes braam, kruiden en mineralen, milde, soepele afdronk.


Duitse rode wijnen zijn nogal zeldzaam. Men vindt ze nauwelijks buiten Duitsland. De beste wijnstreken zjn Rheinhessen, Pfalz en Baden. Wijnen van de spätburgunderdruif lopen uiteen van rosé-achtig rood tot een volle rode wijn, die op een Franse Bourgognewijn lijkt. De meeste spätbugunderwijnen zijn geurig, licht, levendig elegant en fluweelachtig, met een zeer soepele afdronk.

Een Duitse rode wijn duidt op een speciale gelegenheid. Ik probeer er dus altijd Duitse gerechten bij te eten, zoals geroosterd varken of braadworst, hoewel deze wijn ook prima bij wild en gevogelte past. De droge afdronk past bij blauwe kazen. Versies met een zoetere afdronk kunnen prima als dessertwijn worden geserveerd. Als u een van deze wijnen kunt vinden, koop die dan. Het is eens iets anders.



Aanbevolen producenten:
B Huber
Bernhardt
Salwey

Net zoals de Oostenrijkers consumeren de Duitsers de meeste eigen rode wijn zelf; de export is dus beperkt. Duitsland maakt voornamelijk licht rode wijn, maar er zijn ook enkele zeer interessante medium varianten, vol met fruit en karakter.


Rijpe soepele rode wijnen

DORNFELDER

KLEUR: Zeer intens donker granaatrood, met een robijnrode rand
AROMA: Aantrekkelijke rode vruchten en zoete bosvruchten
SMAAK: Zeer fruitig; fluweelactige afdronk met een lichte hint van tannines


Rode wijnen vormen een klein percentage van de Duitse wijnen en een donkere, smaakrijke rode wijn is nog ongebruikelijker. Dornfelder produceert een zeer diep gekleurde wijn met grote intensiteit van aroma’s en een harmonieus, goed gestructureerd smaakpatroon. De beste flessen geven meer genot dan de meeste Spätburgunders en dornfelder wordt steeds meer aangeplant. De druif is zelfs bestand tegen bewaren in eikenhout, hetgeen de smaken een nog grotere complexiteit geeft. Over een paar jaar is deze wijn vergelijkbaar met merlot en de zoetere Cabernets. Dornfelder past tevens goed bij allerlei gerechten. Het is de ideale drank bij worstsoorten en pas ook goed bij rundsvlees, spare ribs van de barbecue, lasagne en gehaktballen. Roquefort is een van de beste kaassoorten bij deze wijn. Serveer de wijn iets gekoeld, vooral in de zomer.

Aanbevolen producenten:
Meckenhem
Castel Vollmer
Bürklin-Wolf

Duitsers zijn enthousiaste consumenten van mousserende wijnen. Hun nationale bubbel voor alledag is sekt, van pinot Blanc- en rieslingsdruiven. Die wordt op industriële schaal vervaaardigd en biedt zeker waar voor zijn geld.

Mousserende wijnen

SEKT

KLEUR: helder; delicaat lichtgeel met een zweem van zilver
AROMA: jeugdig en fris aromatisch; citrus, groen fruit en peer
SMAAK: verfrissende texturen, met geïntegreerde schuimigheid

Sekt is een fruitige wijn, met meestal minder alcohol dan champagne en is iets zoeter dan goede schuimwijnen uit Frankrijk, Spanje en de VS. De beste sekts gisten op fles, maar de meeste worden gemaakt via de tankmethode. De voordelige sekt wordt verkocht als trocken (droog) en halbtrocken (halfzoet) en beide zijn goede alternatieven voor asti. De basiswijnen die in een sekt-blend gaan, worden vaak geïmporteerd uit Frankrijk of Italië en de mix wordt in Duitsland alleen nog aan het schuimen gebracht. De term ‘Deutscher Sekt’ duidt op een wijn die uitsluitend van Duitse druiven is gemaakt (meestal riesling of müller-thurgau). Als u een Riesling-Sekt tegenkomt, kan dat wel eens het proberen waard zijn.

Aanbevolen producenten:
Kuperferberg
Schloss Wachtenheim
Heymann-Lowenstein.

Ook Duitse wijnen kunnen echt zoet zijn, maar ze hebben een natuurlijke, hoge zuurgraad, zodat ze prima in balans zijn. Sommige wijnen worden gemaakt van druiven die in de vorst hebben gehangen om hun suikergehalte op te voeren - een eeuwenoude techniek.

Duitse zoete wijn

KLEUR: Diep stro- tot goudgeel, met een zweem van zilver
AROMA: Intens, elegant, fris; gedroogde abrikoos, citrus en exotisch fruit; rook
SMAAK: Rijke en weelderig, ondersteund door een uitgesproken zuurgraad, complex

Duitse zoete wijnen horen tot de fijnste en best houdbare in de wereld.
Jong kunnen ze rijk, kleverig en siroopachtig zijn, maar ze hebben een uitstekende zuurgraag als balans voor de zoetheid; de afdronk is zuiver en fris. Een wjjn met Auslese op het etiket (wat wil zeggen dat de druiven bij de oogst zijn geselecteerd) zal zoet zijn, maar vrij licht. Beerenausleese en trockenbeerenauslese zijn gemaakt van druiven die later zijn geplukt en deels rozijn zijn geworden.
Voor de laatste zijn ze ook aangetast door edelrot, waardoor ze nog zoeter, complexer en heerlijk zijn. Duitse Eiswein is fantastisch; erg zoet, maar niet weeïg en met een uitstekende balans.

Aanbevolen producenten:
Selbach-Oster
Merklebach

Bron: De Ultieme Wijn-en Bierbijbel van DeMorgen

woensdag 4 augustus 2010

OOK SNOOPY WORDT ZESTIG!!!

Zestig jaar Snoopy 60 jaar Peanuts

van 14 juli tot 12 september 2010

in het Nederlandse Stripmuseum

in Groningen


Charlie Brown en Snoopy werden in 1950 de hoofdrolspelers in de stripreeks "Peanuts"
van de Amerikaan Charles Schulz.

De hond werd beroemder dan zijn baasje.



Naar aanleiding van de zestigste verjaardag van Peanuts loopt in het Nederlandse Stripmuseum in Groningen een tentoonstelling.


Niet Bobby, Lotje of Goofy maar hun soortgenoot hond Snoopy staat vanaf 14 juli centraal in een jubileumexpositie over de wereldberoemde stripreeks Peanuts van striptekenaar Charles M. Schulz. De zwaarmoedige zwart-witte Beagle, zijn gevleugelde maatje Woodstock, de honkballende Charlie Brown en andere bekende Peanuts-personages vieren hun zestigjarige bestaan in Het Nederlands Stripmuseum Groningen. Snoopy zal op 14 juli zelf de tentoonstelling openen. Bezoekers die even oud als Snoopy zijn, mogen deze dag gratis naar binnen.

Aan hun uiterlijk is het niet direct te zien, de hoofdrolspelers uit de bekende Peanuts stripreeks lijken nog steeds over de eeuwige jeugd te beschikken. Toch vieren ze dit jaar wereldwijd alweer hun zestigste verjaardag. Ook in Het Nederlands Stripmuseum Groningen (Westerhaven 71, Groningen) wordt dit gevierd met een waardige jubileumtentoonstelling. De tentoonstelling wordt mede mogelijk gemaakt door de Nederlandse agent van Peanuts, Wavery Productions en geeft een overzicht van zestig jaar Peanuts met onder meer strips, schetsen en reclame-uitingen.

Peanuts
Snoopy is in Europa veruit het beroemdste figuur uit de Peanuts-reeks, die begon met een kleine cast waar alleen Charlie Brown en zijn hond deel van uitmaakten. Later deden ook andere personages hun intrede, zoals de pianospelende Schroeder, de dominante Lucy van Pelt en haar kleine broertje Linus van Pelt. De strip verscheen vanaf 1950 in talloze kranten, stripalbums en op televisie. Tekenaar Schulz stierf op 12 februari 2000. Omdat hij in zijn testament had laten vastleggen dat niemand de strip mocht voortzetten na zijn dood, verscheen de laatste Peanuts-strip op 13 februari 2000 een dag na zijn dood.
(bron: Radio 1)

woensdag 23 juni 2010

COMPLICITEIT: EEN TENTOONSTELLING MET O.A. LIES DIERCKX, OUD LEERLING ABK MORTSEL EN LAUREAAT ACADEMIE ANTWERPEN

LIES DIERCKX, schilderen
PRISCILLA BISTOEN, fotografe ten huize
MATTHIAS HAECK, woordenaar

NODIGEN UIT:

VERNISSAGE: zo 27 juni van 16 tot 20 uur
KIJKDAGEN: do 1, vr 2 en za 3 juli van 18 tot 20 uur
FINISSAGE: zo 4 juli van 16 tot 20 uur




VELDESTRAAT 132, 9850 MERENDREE

zondag 6 juni 2010

MET STIP TE NOTEREN IN UW AGENDA: 18, 19 & 20 JUNI 2010 - EINDEJAARSFEEST KONSEPT EN OPENDEURDAGEN ABK MORTSEL























Vrijdagavond 18 juni

18.30 uur:
PROCLAMATIE MET NADIEN GRATIS KONSEPTAPERITIEF!

20 - 23 uur:
EINDEJAARSFEEST KONSEPT MET DOORLOPEND FRIETKRAAM MET UITERAARD FRIETEN EN SNACKS!

Geen inschrijvingen vooraf!
Bij elke portie frieten die u bestelt, ontvangt u een lotje, en maakt u kans op een mooie prijs!
Geniet samen met uw ateliergenoten, familie, vrienden en kennissen van ons nationaal gerecht op het grootste terras van Mortsel!


Zondag 20 juni

15 uur:
TOMBOLA

Wat kan u winnen?
- de premieplaat van dit jaar (zie navigatiebalk rechts);
- 5 oude premieplaten;
- 2 tickets voor een studiereis van Konsept voor het volgende academiejaar!

LIDMAATSCHAP KONSEPT!

Wie erelid wordt van Konsept (vanaf 30€), ontvangt gratis de premieplaat!

Voor slechts 5€ bent u Konseptlid:

- U ontvangt de nieuwsbrief;
- U krijgt korting op de studiereizen;
- U krijgt vermindering op de jaarlijkse 4-daagse Konseptreis;
- U kan tentoonstellingstips, boekentips, nieuwtjes... op de Konseptblog laten plaatsen;
- U ontvangt uitnodigingen voor tentoonstellingen;
- U hebt toegang tot de Bobliotheek...

VRIJWILLIGERS

Wie zich aangesproken voelt om Konsept op de één of andere manier te ondersteunen, of te komen helpen tijdens de opendeurdagen, kan dit altijd melden op het Konseptnummer 0473 93 86 71

BOBLIOTHEEK
Wie nog kunstboeken, catalogi of interessante publicaties wil schenken voor de Bobliotheek, mag dit ook op het Konseptnummer doorgeven!

SPONSORS GEZOCHT!
Konsept is op zoek naar sponsors!
Kent u mensen uit de bedrijfswereld, uit de middenstand, of mensen die Konsept en de ABK Mortsel een warm hart toedragen en mee de werking van Konsept financiëel willen ondersteunen, laat het ons weten!

Konsept biedt in return:
- visibiliteit op de Konseptblog, de nieuwsbrief en alle publicaties;
- de premieplaat;
- erelidlmaatschap Konsept!


Beslist tot op de opendeurdagen!

vrijdag 21 mei 2010

'MENS - LANDSCHAP': EEN BELGISCH-ZWITSERS PROJECT WAARAAN LINDA VINCK EN STADSDICHTER PETER HOLVOET- HANSEN SAMEN DEELNAMEN
























Dit project komt voort uit een samenwerking tussen het Masereel Centrum, LiterGra vzw (Antwerpen) en de Lithographie- und Radierwerkstatt Schloss Haldenstein (Zwitserland). Telkens werden artistieke duo's (dichter en graficus) samengesteld om rond een thema te werken en te komen tot een bibliofiel resultaat.

Dichteres Annmarie Sauer en grafisch kunstenaar Roeland Kotsch inspireerden zich op het thema "Mens en Landschap". Er ontstonden zes gedichten en drie bladen grafiek, recto-verso gedrukt, met aan de ene zijde een ets waarin het gedicht werd verwerkt en aan de andere zijde een kleurenlino.

De drijvende gedachte: het geheugen is als een landschap en het landschap is ook een geheugen, laag op laag gesedimenteerd. En zo wordt het lichaam ook opgenomen in het landschap, als de herinnering aan een bestaan.

Luister ook op zaterdag 29 mei (tussen 14 en 16 uur) naar TARANTELLA op Klara, waar Johan van Cauwenberghe het project zal bespreken.

woensdag 5 mei 2010

STUDIEREIS KONSEPT (30/09 - 03/10/'10) KEIZERLIJKE DOMSTEDEN EN WÜRZBURG

STUDIEREIS KONSEPT
30 SEPTEMBER 2010 TOT 3 OKTOBER 2010
KEIZERLIJKE DOMSTEDEN EN WÜRZBURG
VAN ROMAANSE BOUWKUNST TOT MODERNE KUNST


In 2008 maakte Konsept een boeiende, verrassende en interessante studiereis naar Ulm en omgeving. Centraal in deze reis stond de kennismaking met hoogtepunten uit de Duitse Barokke (bouw)kunst. Uiteraard genoten we ook uitgebreid van de rijke Duitse museumcollecties moderne en hedendaagse kunst. Een vervolg op deze reis kon niet uitblijven.
De reis die we dit jaar organiseren brengt ons naar het kernland van de Nibelungen, het kernland dus ook van het Duitse Keizerrijk van de 8ste tot de 12e eeuw, waarin hoogtepunten van Romaanse bouwkunst werden gerealiseerd, denk maar aan de domkerken van Worms, Mainz en Speyer. Würzburg is dan weer bij iedereen bekend om zijn barokke Rezidenzschloss, en de moderne metropool Frankfurt beschikt over prachtige collecties moderne kunst.
Zo hopen we een gevarieerd en uitdagend programma aan te bieden:


REMAGEN


Bezoek aan Bahnhof Rolandseck met het nieuwe Hans Arp museum.(Architect Richard Meier)












MAINZ

Bezoek aan het Landesmuseum (kunst van de Romeinse tijd tot en met de Jugendstil en de modernen)
- Bezoek aan de historische Romaanse domkerk
- Eventueel bezoek aan de domschat

SPEYER


Bezoek aan de grootste en wellicht meest indrukwekkende romaanse domkerk van Duitsland






MANNHEIM

Bezoek aan de Kunsthalle (museum moderne kunst)
- Bezoek aan de Jezuïetenkerk
- Kennismaking met het stadsbeeld en het Kurfürstliches Residenzschloss



WORMS

- Bezoek aan de Domkerk

- Bezoek aan het Heylshof Museum, een van de mooiste privé kunstcollecties van Duitsland

- Bezoek aan de stad







ASCHAFFENBURG




Bezoek aan het Pompejanum. (Koning Ludwig I van Beieren (1840-1848) liet op een heuvel een ideale reconstructie maken van een villa uit Pompei)










WÜRZBURG


Bezoek aan het barokke paleis Würzburger Residenz dat behoort tot het Unesco werelderfgoed. Wereldberoemd zijn de barokke trap ontworpen door Balthazar Neumann), en het grootste fresco ter wereld van de Italiaanse schilder Tiepolo.
- Bezoek aan de Dom Kilian, de vierde grootste romaanse kerk van Duitsland, (omstreeks 1000) met een barokke kapel gebouwd door Balthazar Neumann
- Bezoek aan het Museum Im Kulturspeicher. In een oud industriecomplex aan de haven werd in 2002 dit museum geopend. De collectie bestaat uit werken van de 19de, 20ste en 21ste eeuw: romantiek, Biedermeyer, impressionisme, expressionisme, en hedendaagse kunst. Er is een belangrijke verzameling ‘Konrete Kunst in Europa na 1945’ met kunstenaars als Max Bill, Vistor Vasarely, Günter Fruhtrunk)



WIESBADEN



Bezoek aan het Museum Wiesbaden: kunst van de 15de tot de 20ste eeuw. Belangrijk is de grootste verzameling werken in Duitsland van Alexej Von Jawlensky (80), die in Wiesbaden werkte en stierf. Er zijn werken van ‘Die Konstructive Positionen’ met vertegenwoordigers als Erich Buchholz en Laszlo Moholy-Nagy, en de kunst na 1945 is vertegenwoordigd door oa Boltanski, Rebecca Horn, Donald Judd, Gerhard Richter en vele anderen.







FRANKFURT

- Bezoek aan het Städel Museum (met een aanbouw van Hollein): kunst van de middeleeuwen tot de 20ste eeuw.


Een prachtig museum met een schitterende verzameling….dit behoeft geen commentaar












LIMBURG AN DER LAHN


- Bezoek aan de Dom St Georg en Nikolaus, voltooid in het midden van de dertiende eeuw.
- Als het kan even verpozen in de binnenstad.

PRAKTISCH

- Vertrek op 30 september 2010 om 7h15; lunchpakket mee te brengen
- Aankomst op 03 oktober 2010 rond 2200
- Verblijf gedurende drie dagen in Mainz, hotel Intercity, op basis van half pension met drie gangen menu
- Warme avondmaaltijd op de terugreis is inbegrepen in de prijs
- Verder inbegrepen in de prijs: vervoer, baantaksen, fooien, inkomsten van de musea, annulatieverzekering en informatiebrochure.
- Prijs op basis van 30 deelnemers
o Tweepersoonskamer: 390 € per persoon
o Opleg voor eenpersoonskamer: 70 €
o Niet leden van Konsept: opleg 25 €

INSCHRIJVINGEN
Inschrijven voor 20 juni 2010
Alle inschrijvingen via het Konsepttelefoonnummer: 0473/93 86 71. Spreek steeds een boodschap in en vermeld je naam en telefoonnummer. Ook een sms met dezelfde informatie is welkom.
Je telefonische inschrijving is pas officiëel na storting van het bedrag op nr: 320-0692986-88

dinsdag 20 april 2010

DIRK VERHAEGEN NEEMT DEEL AAN TENTOONSTELLING CUBE & SQUARE IN SINT GILLIS

DIRK VERHAEGEN nodigt u van harte uit op de vernissage


WOENSDAG 28 april 2010

PARCOURS D'ARTISTES

18.30 uur Volkshuis - Sint Gillisvoorplein
20.30 uur Huis van de Culturen - Belgradostraat 120

De tentoonstelling loopt nog tot 23 mei!

Openingsuren:

di-vrij: 13.30 - 16.30 uur
weekends: 8,9,15,16,22 en 23 mei van 14 tot 19 uur


www.parcoursdartistes.be

donderdag 15 april 2010

WALPURGIS ORGANISEERT FENIKS FESTIVAL 2010: MUZIEK, TEKST, DANS, THEATER EN MUZIEKTHEATER IN MORTSEL VAN 29 APRIL T/M 2 MEI 2010

Muziektheaterwerkplaats Walpurgis (en overbuur ABK Mortsel) heet u allen welkom op haar nieuwe editie van het Feniks Festival, een broeinest voor artistieke ideeën en verrassende ontmoetingen.




Meer info op www.walpurgis.be . Ga zeker eens een kijkje nemen op hun opendeurdag van zondag 2 mei 2010.



DEURNELEITJE 6
2640 MORTSEL

dinsdag 6 april 2010

OPENING WEEK VAN DE AMATEURKUNSTEN: VRIJDAG 23 APRIL 2010 OM 19 uur

OPENING WEEK VAN DE AMATEURKUNSTEN

Vrijdag 23 april 2010 om 19 uur

THEMA: GOESTING

Deelname Hogere Graad

Tentoonstelling: 23/04 t/m 2/05/'10

Info volgt!