Het Bauhaus (Weimar, Dessau, Berlijn) kent iedereen.
De naoorlogse opvolger, de HfG te Ulm heeft ondanks het relatief korte bestaan ervan (1953-1968) een haast even mythisch aura.
Het was een school met internationale draagwijdte.
40 a 50% procent van de studenten waren buitenlanders, afkomstig uit 49
verschillende landen. Dit zorgde voor een wereldwijde verspreiding van Ulm-ideeën. ‘Ulm-ideeën waren ambassadeurs.’
De stichters hadden uitgesproken antifascistische intenties.
Een private stichting die de naam droeg van Hans en Sophie Scholl – leden van de ‘Witte roos’ en terechtgesteld door de Nazi’s- gaf de school zowel sympathisanten als verborgen vijanden. De Scholl-stichting met Amerikaanse en Noorse fondsen zorgde bij de aanvang voor onafhankelijkheid t.o.v. de Duitse onderwijsbureaucratie.
De school was gekenmerkt door hoop en wolkeloos optimisme, gesteund door Max Bills credo ‘het realiseren van een nieuwe cultuur’. Bronnen waren de verlichtingsfilosofie (rationalisme, positivisme, primaat van de rede), pedagogische ideeën van Pestalozzi, Montessori en Kerschenstein (actief leren, ‘work college’), de moderne cultuur (constructivisme, De Stijl, Bauhaus)
en institutionele concepten (campus universities, het Pratt Institute).
Max Bill 1953
‘We beschouwen kunst als de hoogste expressievorm in het leven, en het is ons streven het leven als een kunstwerk te realiseren. Zoals Henry van de Velde ooit stelde, willen we vechten tegen het lelijke met de hulp van het schone, het goede en het praktische. Het Bauhaus, als opvolger van de kunstschool door Van de Velde opgericht te Weimar had hetzelfde doel. Wij te Ulm nemen de zaak verder op, door nog meer waarde toe te kennen aan de vormgeving van objecten, door stadsplanning toe te voegen, door het departement Visueel Design up to date te maken en uiteindelijk door een departement Informatie toe te voegen. Dit alles komt voort uit de natuurlijke noden van onze tijd.’
Max Bill, oud-leerling van het Bauhaus, ontwierp het gebouw en werd de eerste rector. HfG was geen klakkeloze kopie van het Bauhaus. Vanaf ‘56 kreeg de school een typischer karakter, gekenmerkt door een nauwere relatie tussen design, wetenschap en technologie. Overheidsfinanciering werd noodzakelijk en wetenschap ging uiteindelijk over design heersen. Rond de jaren ‘60 raakten designers in de minderheid. Planologen, wiskundigen en industriële sociologen gingen domineren. Moraliteit, esthetica, normatieve waarden leken nutteloos geworden. Bij de docenten veroonde zich een ‘innerlijke emigratie’. Tussen 1962 en 1966 ontstond er onder Otl Aicher en Tomas Maldonado een nieuw evenwicht tussen theorie en praktijk.
De ideologische conflicten gecombineerd met de studentenrevoltes in ’68 werden de HfG fataal. De Landdag (inmiddels de belangrijkste financieringsbron geworden) stemde om het college te sluiten. De tegenstanders konden het zo voorstellen dat het college zichzelf had opgeheven.
Om de impact van HfG te illustreren enkele ontwerpen die in de school ontstonden:
- het design concept voor de firma BRAUN
- de metro van Hamburg
- TC 100 hotelgereedschap
- het eerste BRAUN HIFI-systeem
- de KODAK diacarrousel
- het corporate design van DEUTSCHE LUFTHANSA
Voormalige Ulmstudenten doceerden over heel de wereld. De school stond model voor vele designscholen. Veel ideeën en ontwerpen werden gemeengoed en dagelijkse realiteit. Veel kans dat u onbewust Ulm design in huis hebt!
foto: Hochschule für Gestaltung Ulm 1953-1968
Bron:
ULM DESIGN
The Morality of Objects
Herbert Lindinger
1991
ISBN-10:
0-262-12147-6
ISBN-13:
978-0-262-12147-7
zondag 17 augustus 2008
ULM DESIGN. THE MORALITY OF OBJECTS, HERBERT LINDINGER. EEN BOEKENTIP VAN DIRK VERHAEGEN
zondag 10 augustus 2008
ULM VOOR DROMERS: EEN VOETTOCHT LANGS RIJN EN DONAU, PATRICK LEIGH FERMOR. EEN BOEKENTIP VAN KONSEPTVOORZITTER CARL STUBBE
WANDELEN LANGS DE DONAU
“Toen hij me op de beijsde keien van Ulm afzette, wist ik dat ik een belangrijk punt op mijn tocht had bereikt. Want daar, in de schaduw van de ommuring, donker onder de tuimelende sneeuwvlokken en al verkleurd door meegesleurd slib, stroomde de Donau.
Het was een gedenkwaardige ontmoeting. De rivier werd overspannen door een fraaie brug en van beide oevers rukte het ijs op dat zich uiteindelijk in het midden van de stroom sloot. Landinwaarts waren de daken, die zich in verwarring van de oevers terugtrokken, te steil voor de sneeuw: de vlokken vonden elkaar, vormden banken en gleden vervolgens met een sissend geluid de stegen in. In het centrum van dit mensenpakhuis verhief zich het munster van Ulm, letterlijk in het zadel, op een achthoekige toren die tegen het westelijke uiteinde van een enorm schip was aangebouwd, met de hoogste spits ter wereld, waarvan het opengewerkte gedeelte in een ruiende donzen deken van wolken verdween.”
“Ik moet weerstand bieden aan de verleiding uit te weiden over de fascinerende stad buiten de kerk: de overvoed van schitterende gebouwen, de met fresco’s beschilderde gevel van het huis van de Fuggers, de met baldakijnen van smeedijzer versierde putten. Ik joeg, terwijl ik kauwend voortliep, op een meer algemene prooi: op niet minder dan de hele sfeer en het karakter van de prebarokke Duitse steden. We hebben er nu een aantal van doorkruist; er zullen er nog meer volgen. Er had zich in mijn hoofd een theorie gevormd en de onbeholpen noten waarmee ik mijn instrument stemde hebben al op voorgaande pagina’s geklonken, dus ik kan maar beter mijn hart helemaal luchten.”
Wat ontbreekt in deze fragmenten kan je lezen in het schitterende boek “Een voettocht langs Rijn en Donau”, geschreven door Patrick Leigh Fermor (uitg Atlas). De auteur beschrijft er een voettocht die hij in 1933 ondernam en die hem van Hoek van Holland helemaal naar Constantinopel bracht.
Lezen dus maar.
Patrick Leigh Fermor
Een voettocht langs Rijn en Donau.
Uitg Atlas 2007.
Groeten aan de Konsept medereizigers met de belofte dat ik hen een en ander zal vertellen op de bus naar Ulm en Augsburg.
Carl Stubbe
maandag 28 juli 2008
DONAU, CLAUDIO MAGRIS: DE ULTIEME VOORBEREIDING OP DE VIERDAAGSE KONSEPTREIS KARLSRUHE – ULM – AUGSBURG (2 – 5 OKTOBER 2008)
Over dit boek
Donau is een moderne odyssee langs het kloppend hart van Centraal-Europa, waar het leven wordt beïnvloed door het Oosten en het Westen, door het christendom en de islam. De loop van de oude rivier volgend, van de oorsprong in de heuvels van Beieren, door Oostenrijk en Hongarije, via de Balkan naar de Zwarte Zee, voert de reiziger langs landschappen een grote verscheidenheid aan volken en culturen hun sporen hebben achtergelaten. Magris neemt ons mee op zijn bijzondere tocht verrijkt door ontmoetingen, mijmeringen en geesten uit het verleden, van Ovidius tot Marcus Aurelius, van Kafka tot Canetti. Met zijn loflied op de Donau heeft Claudio Magris een meesterwerk gecreëerd, waarin eruditie en een weergaloze schrijfstijl moeiteloos een verbond zijn aangegaan. 'Filosofie, oorlog, geschiedenis en politiek worden vermengd met nieuwsgierigheid, stijl en een enorme kennis.' - The Observer 'Op vrijwel iedere pagina is wel een passage te vinden die het hart een sprongetje doet maken… Een meesterwerk.' - John Banville
uitg. Bert Bakker, 1991, 408 blz.
Voor u gelezen en warm aanbevolen door Carl Stubbe, voorzitter Konsept
dinsdag 22 juli 2008
woensdag 2 juli 2008
donderdag 19 juni 2008
BENEFIETVEILING 4 WERKEN VAN LERAARS ABK TIJDENS OPENDEURWEEKEND
Tijdens het opendeurweekend: vrijdagavond 20 juni; zaterdag en zondag 21 en 22 juni van 10u00 tot 17u00 wordt er in de academie voor beeldende kunst een bescheiden benefietveiling georganiseerd ten voordele van de familie van Sanne en Ben, die bij een woningbrand in Aartselaar het leven lieten.
Met deze benefietverkoop wil de ABK de familie steunen die niet alleen emotioneel, maar ook financieel zwaar getroffen werd.
Van volgende leraars wordt zondag tussen 16u00 en 17u00 een werk aan de hoogst biedende toegewezen:
- Nans Neyens;
- Mark Bosselaers;
- Erik Nagels;
- Jef Mouton
De minimumprijs per werk bedraagt 250,00 euro. De werken zijn op zaterdag en zondag te bezichtigen in de bibliotheek van de ABK van 10u00-12u00 en van 14u00-17u00.
Geïnteresseerde kopers kunnen tot zondag 15u30 hun bod in een speciaal daartoe voorziene box (in inkomhal voor secretariaat)deponeren. Tussen 16u00 en 17u00 wordt bekend gemaakt (informeren kan ook telefonisch) wie de gelukkige eigenaars van de werken zijn.
woensdag 18 juni 2008
maandag 16 juni 2008
INLEIDING AFSCHEIDSPROJECT 'KUBUS' VAN JEF MOUTON, DOOR FILIP VERVAET, ATLIERLERAAR BEELDHOUWKUNST
Eerst en vooral wil ik iedereen hartelijk welkom heten op deze tentoonstelling ‘’kubus’ met werken van de studenten en ex-studenten van het atelier beeldhouwkunst onder leiding van mijn collega Jef Mouton. In zekere zin is deze projecttentoonstelling, die elk jaar plaats heeft hier op de terreinen van fort 4 dit jaar een bijzondere gebeurtenis aangezien Jef volgend jaar zal genieten van een welverdiend pensioen en dit dus de laatste keer is dat dit gebeuren onder zijn deskundige begeleiding zal plaatsvinden. Voor deze gelegenheid heeft Jef dan ook een thema gekozen dat hem nauw aan het hart ligt, zowel binnen zijn opdrachten in het atelier alsook binnen zijn eigen beeldend: de kubus.
Bij de opdrachtstelling werd onder andere verwezen naar de Kaaba in Mekka, het zwarte kubusvormige heiligdom, die een spirituele betekenis in zich draagt maar tegelijk een betekenis van schepping. Toen Malevich zijn zwart vierkant schilderde leek het einde van de schilderkunst in zicht, hoe kan men een beeld, zowel in vorm als kleur nog verder reduceren dan tot een zwart vierkant. Echter vormde dit schilderij juist een bron van inspiratie voor latere kunstenaars. Zo kan men de kubus ook beschouwen als een tot het uiterste gedreven vereenvoudiging van het driedimensionele beeld.
Maar zoals men hier in deze tentoonstelling kan zien biedt deze vorm een onuitputtelijke bron aan ruimtelijke mogelijkheden en betekenissen. Hetgeen mij hier dan ook aangenaam verrast is, dat ondanks deze op het eerste zicht vormelijke beperking van de kubus, men nergens hier in deze tentoonstelling tussen de 42 werken, 2 gelijke sculpturen kan vinden. Elke sculptuur bevat een eigen universum, taal, gevoel.
-Een diversiteteit in materie: hout, steen, gips, metaal, glas in lood maar ook boeken, theezakjes, asfalt, tot zelfs een smeltende blok ijs en later tijdens de opening een performance met hout en vuur.
-Ook een diversiteit aan vormelijke ingrepen en uitdrukkingingen: open vormen, doorboord tegenover gesloten vormen,
massieve sculpturen tegenover nauwelijks zichtbare poëtische werkjes, tranparante en lichtgevende vormen tegenover gesloten, zwarte blokken ,of een stapeling van treinbilzen
-maar ook een grote diversiteit aan inhoud, hetgeen bewijst dat dit atelier niet louter een fabriek is van vormen of een hobbyatelier, maar deze ruimschoots overstijgt; zoals poëtische verwijzingen naar de natuur of zoektochten naar evenwicht en harmonie, tot zelfs maatschappelijk geangageerd werk.
En toch voel je tussen al deze diversiteit en individuele werken een zekere vorm van eenheid of evenwicht.
Dat de studenten tot deze boeiende resultaten komen is zeker en vast een resultaat van de opleiding die zij van Jef meegekregen hebben. Wanneer hen in een eerste jaar gevraagd wordt enkele geometrische ingrepen in een kubus te doen, denk ik dat de meeste studenten geen idee hebben waartoe dit kan leiden, maar gaande weg werden zij op een zeer constructieve manier begeleid met toch voldoende individuele vrijheid om zo uiteindelijk tot dit zeer persoonlijk en gevarieerd sculpturaal werk uit te komen.
Ook de aanwezigheid en deelname van de vele ex-studenten elk jaar opniew bewijst dat dit niet louter een opleiding betreft maar, en dat merkte ik vanaf dat ik de eerste stappen in het beeldhouwatelier zette, dat er een zeer positieve groepsfeer aanwezig is waarbinnen ideeën worden uitgewisseld en er steeds wederzijds respect is en interesse en elkanders werk. Ik denk dat voor al deze dingen Jef daarom wel een welverdient applaus verdient.
Ik ben dan ook van plan de komende jaren verder te bouwen op deze degelijke basis die Jef heeft opgebouwd waarvoor dank.
Een tweede luik van deze tentoonstelling vindt u aan de rechterzijde van de hangar, waar de studenten van de specialisatiegraad hun verbeelding de vrije loop hebben laten gaan over wat voor hen het perfecte beeldhouwatelier zou kunnen zijn. Ik heb tussen die plannen enkele prachtige voorstellen gezien die zeker en vast het realiseren waard zouden zijn, daarom nodig ik dan ook de burgemeester uit voor de eerste steenlegging van dit nu nog virtuele beelhouwatelier. Ignace zal u begeleiden
Filip Vervaet
zaterdag 14 juni 2008
NIEUWSBRIEF JRG 1 JUNI 08 NR 3

DE WEBLOG VAN VRIENDENKRING KONSEPT
Alle leden van Konsept krijgen de gelegenheid om berichten te laten plaatsen: over wat hen boeit in verband met kunst, interessante tentoonstellingen, theater- en muziekvoorstellingen, tentoonstellingen van eigen werk, enz… . Je stuurt gewoon een mailtje naar konsept@scarlet.be en de blogbeheerders plaatsen indien mogelijk je berichtje.
Wil je foto’s van Konseptreizen of van atelierprojecten delen met anderen, stuur ze dan als een JPEG bestandje naar konsept@scarlet.be en wij plaatsen ze in onze fotogalerij.
Op de weblog vind je uitleg over hoe je je kan abonneren. Telkens er een nieuw berichtje op de weblog verschijnt word je dan automatisch per mail verwittigd.
En tenslotte: neem actief deel aan de weblog door regelmatig reacties te versturen.
LIDMAATSCHAP KONSEPT
Door lid te worden van de vriendenkring Konsept steun je al haar activiteiten, en stel je haar in staat een aantal activiteiten en initiatieven van de akademie te ondersteunen. Bovendien geniet je van aanzienlijke kortingen bij deelneming aan reizen, uitstappen en andere activiteiten.
Lid kan je worden door je lidgeld te storten op
Rekeningnummer 320-0692986-88
De lidgelden bedragen:
- individueel lid : 5€
- gezinslid: 5€
- erelid: 30 €. Ereleden krijgen de premieplaat ontworpen door Nans Neyens (premieplaat 2008- 2009)
Wij waarderen het heel erg indien je je mailadres bezorgt aan de vriendenkring via konsept@scarlet.be
maandag 9 juni 2008
OPEN BRIEF BOB STIKKERS AAN JEF MOUTON
Beste Jef,
Op de Konseptblog verschenen al eerder de teksten van Directeur Ann Woedstadt, Schepen Erik Broeckx en ook uw tekst ter gelegenheid van de opening van KUBUS op het Fort en uw afscheid aan de ABK-Mortsel.
Graag maak ik van dezelfde weg gebruik om jou bij deze gelegenheid zeg maar een open brief te schrijven.
Jef, jij bent langer aan de ABK verbonden geweest dan ikzelf, maar we kennen elkaar al van in 1975. Lang dus. We hebben de pioniersjaren en de uitbreidings-‘boem’ meegemaakt van het DKO dat toen nog onderwijs voor Sociale en Culturele promotie heette.
En nu komt uw pensioen er dus echt aan in september. In juli en augustus kan je al oefenen – het atelier is daar een ideale plaats voor - je moet immers niet meer aan volgend schooljaar denken. De boekentas en de schoolagenda mogen weg.
Dat je voor de academie een belangrijk leraar bent geweest met erkenning ver buiten de Mortselse academie staat vast en is terecht al uitgebreid in de verf gezet.
Ook dat je je studenten na het verlaten van de academie altijd wist blijven te begeesteren is evengoed duidelijk. Dat bewijst hun aanwezigheid bij de projecten die je elk jaar trouw hebt opgezet volop. Ook bij de verschillende tentoonstellingen rond belangrijke hedendaagse beeldhouwers die je binnen het kader van de academie organiseerde waren je studenten en ‘afgestudeerden’ altijd van kortbij betrokken.
Zij waren immers het allereerste doelpubliek van deze tentoonstellingen die trouwens heel wat leerlingen en vrienden van de academie hebben weten te boeien. Die tentoonstellingen waren zonder belerend te zijn altijd uitermate leerzaam. Dat was ook je bedoeling want je hebt deze tentoonstellingen altijd in de eerste plaats gezien als lessen in beeldhouwkunst.
Jef, we hebben elkaar leren kennen aan de Westhoekakademie, in de te kleine ateliers – in welke academie zijn deze trouwens groot genoeg? - op het oude dorpsplein van Koksijde, naast de kerk. Jouw atelier deels op het ‘gelijkvloers’ van de oude pastorij en het mijne deels op de eerste verdieping. We liepen regelmatig bij elkaar binnen want zoveel materieel en materiaal hadden we aanvankelijk niet en dus moesten we goede gebruiksafspraken maken.
Na het werk hadden wij en de andere collega’s, bij de nodige pintjes en sigaretten – er werd daar toen wat afgedampt - tot in de late, meestal vroege uren, gesprekken over kunst, over de studenten en over tentoonstellingen, over beeldhouwen en schilderen, over alles wat ons op dat ogenblik bezighield. Dat deze gesprekken erg geanimeerd waren moet ik jou niet vertellen. En ’s anderdaags een snel ontbijt en ‘zere weg’ naar de akademie.
Na het ‘Dorp’ hebben we in de ‘Hagedorenstraat’ bijna 8 jaar het atelier gedeeld. Daar heb ik pas echt goed ondervonden hoe belangrijk de leraar Jef Mouton voor een school is. Wij hebben elkaar zien en horen werken en we vonden het normaal elkaar raad te vragen, samen met de studenten een gesprek op te zetten over de formele en technische aanpak van een werk; details soms, maar nooit onbelangrijk en altijd vruchtbaar.
Ik heb toen veel opgestoken over wat sculptuur eigenlijk is en kan zijn en ik heb, dank zij jouw hulp en raad, zij het rudimentair, klei op een minder amateuristische en technisch betere manier leren gebruiken. Dat kwam het werk van de studenten en mijn arbeidsvreugde ten goede.
We hebben daar met zijn allen hard gewerkt, ik denk maar aan de verhuis bij het opzetten van de eindejaarstentoonstelling, het herschilderen van sokkels en van de loodzware tentoonstellingspanelen met hun zeer merkwaardig verbindingssysteem.
Jouw programma, het artistiek-didactisch skelet waarrond jouw lessen waren opgebouwd, stond van meet af aan stevig op poten en er moest in de loop van de jaren weinig aan veranderd worden. Omdat je van bij het begin de correcte pedagogische lijn volgde waarbij aandacht voor alle elementen waar het in sculptuur om gaat in de juiste dosering en op de juiste plaats kwam, met altijd voldoende ruimte voor individuele correcties en aanpassingen. Omdat je altijd oog had voor het individu met zijn mogelijkheden en beperkingen kon je steeds, jaar na jaar zeer boeiende en dikwijls ook verrassende en altijd intelligente eindejaarstentoonstellingen voorstellen.
Het is dan ook niet moeilijk te begrijpen dat ik, toen er kort na mijn aanstelling in Mortsel een leraar nodig was voor het atelier beeldhouwkunst en ondanks ons beider Westhoekverleden, jou met aandrang heb aangezocht om dit atelier over te nemen.
Je hebt vrij snel positief gereageerd en zo startte jouw parcours in Mortsel dat we allemaal kennen. Je hebt hier uiterst verdienstelijk werk geleverd, en daarvoor Jef, ben ik je erg dankbaar.
En nog iets Jef, misschien een detail, maar volgens mij niet, je woonde het verst van ons allemaal en je was nooit te laat op de ABK ondanks de Kennedy-tunnel en de autostradefiles. Hoe dat kwam?
Respect voor je studenten zeker, en daar begint en eindigt toch alles mee.
De leraar Jef Mouton is nu ‘op pensioen’ maar de beeldhouwer blijft doorwerken.
Je weet Jef dat als ‘elke steen zijn beeld verdient’ (het zijn je eigen woorden) jij nog veel werk voor de boeg hebt.
En wees gerust als oud-studenten in de toekomst een tentoonstelling van Jef Mouton bezoeken zullen de herinneringen aan de leraar en zijn woorden er altijd bij zijn.
Ik eindig, ook in naam van Ria, die al die jaren van heel nabij getuige is geweest van het academieverhaal, met je eigen woorden:
‘ de naarstigheid Jef’
het ga je goed en tot in het atelier,
Bob Stikkers
,

























