![]() |
| (c) Elien Roemendael |
Toen Rosa Weis enkele jaren geleden les begon te volgen aan het deeltijds kunstonderwijs, ging er voor haar een nieuwe wereld open. Tussen de pigmentflesjes en sokkels, materiaalkisten en kleiblokken, ontstond een heel nieuw begrip van wat onderwijs kan en mag zijn: een experimentele en genereuze leeromgeving – letterlijk en figuurlijk.
Wie bij ons, in de kunstacademie in Mortsel, de beeldhouwklas binnenstapt, ziet meteen de materiaalkast. In die ietwat saai-grijze roldeurkast – vol met grote en kleine dozen, pigment- en inktflesjes, oude take-outbakjes die tot bewaarkistjes zijn omgetoverd – vind je alles wat nodig is om een beeldend kunstwerk te maken. Wanneer je iets zoekt of kwijt bent, een probleem opduikt of de inspiratie even weg is, is het advies steevast: ‘Kijk eens in de kast.’ Dit zijn de deuren van Narnia, de poorten tot de verbeelding: hier stap je van de ene wereld in de andere.
Nochtans is de magie van mijn beeldhouwklas allesbehalve bovennatuurlijk. Integendeel, de betovering is banaal en heeft simpelweg te maken met wat al voorhanden is: het lokaal. Wat de Franse filosoof Gaston Bachelard (1884-1962) al wist toen hij in 1957 La Poétique de l’espace uitbracht, kan ik na enkele jaren les volgen in het deeltijds kunstonderwijs (dko) intussen beamen: bepaalde ruimtes spreken tot de verbeelding. De ruimtelijke rigiditeit van een doorsnee lokaal in het leerplichtonderwijs – met hun identieke lessenaars, lockers en ‘vaste plaatsen’ – wordt hier immers aan het wankelen gebracht met prikkelende rommelkasten, -hoekjes en alle kunstwerken die erdoor tot stand komen. De (ruimtelijke) vrijheid van het dko is dan ook geen bijkomstigheid, maar iets om te koesteren.
Ik heb de lokaaldeur nog maar net geopend en ik ruik het al: iemand heeft weer een lading sinaasappelen meegebracht. Aan de centrale werktafel (een constructie van een plank en drie schragen) zit E. zoals gewoonlijk uit de sinaasappelhuid mannetjes te snijden. Een sinaasappellijfje en een sinaasappelhoofd en tweemaal twee sinaasappelvingers. De figuurtjes hangt ze vervolgens aan nagels op boven de deur, waar ze in alle rust kunnen drogen. Onder deze Citrusfiguren wandel ik wekelijks het lokaal binnen: een zegening.
Grondplan van het dko
De materiaalkast in mijn beeldhouwklas is natuurlijk niet de enige in haar soort. Ze is een van vele opbergkasten in talloze hobbylokalen, verspreid over heel Vlaanderen, waarrond amateurkunstenaars wekelijks samenkomen in het deeltijds kunstonderwijs. Het dko is een erkende onderwijsvorm in Vlaanderen en biedt sinds 1990 buitenschoolse opleidingen in de podium- en beeldende kunsten. Een gereglementeerd systeem, met vastgelegde richtlijnen en deskundige docenten, moet ervoor zorgen dat iedereen – van aspirerende (amateur)kunstenaars tot creatieve hobbyisten – hier terecht kan voor een volwaardig diploma glasblazen of urban dance. Democratische toegangsprijzen (met onder andere sociale tarieven) en flexibele lesuren (ook buiten de kantooruren) moeten er bovendien voor zorgen dat zoveel mogelijk mensen hun weg naar het dko vinden.
Lees hier het volledige artikel.
Rosa Weis studeert kunstwetenschappen aan de KU Leuven en rondt momenteel haar master af.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten