dinsdag 22 april 2014

MEERDAAGSE STUDIEREIS KONSEPT: HILDESHEIM, WOLFSBURG & GOSLAR (2-5 OKTOBER 2014)

Meerdaagse Studiereis Konsept
HILDESHEIM, WOLFSBURG, GOSLAR
Vier Dagen Kunst En Cultuur, Vier Dagen Werelderfgoed
2 - 5 oktober 2014


Deze vierdaagse kunstreis brengt ons naar één van de belangrijkste centra van vroegromaanse en Ottoonse kunst in Duitsland, en bij uitbreiding in centraal Europa. Het is dan ook geen toeval dat haast elke stad in deze regio op de werelderfgoedlijst van de Unesco prijkt. In Goslar staat het eerste keizerlijk paleis van Duitsland. In het begin van de 20ste eeuw kende dit gebied een nieuwe bloeiperiode dank zij de mijnbouw. Belangrijke architecten van de Bauhaus werden aangetrokken om fabrieken en woonhuizen voor de nieuwe rijken te bouwen. Wolfsburg, gebouwd rond de volkswagen fabrieken, ontwikkelt zich de laatste jaren hoe langer hoe meer tot een stad met een interessant modern en hedendaags architecturaal en kunst- patrimonium.De bossen rond Hildesheim zijn door de gebroeders Grimm opgetekend als het land van Sneeuwwitje en de Zeven Dwergen.

Museum Kalkriese

Op de heenweg bezoeken we in de buurt van Osnabrück, op de plek waar ooit de Varusschlacht heeft plaats gevonden, het museum en park Kalkriese. Dit is een landschapspark en museum op de plaats waar in het jaar 9 n Ch de Romeinen een zware nederlaag leden tegen de Germanen. Tot 5 oktober loopt er de  tentoonstelling ‘Mumien – Reise in der Unsterblichkeit’, met pronkstukken uit het Egyptisch museum van Firenze. Het museum wil vooral een herdenkingsplaats zijn waar elke bezoeker in eigen gedachten en ervaringen kan dwalen, eerder dan een plek die de geschiedenis en het verleden oprakelt en er een beeld aangeeft.

Alfeld: Fagus-fabriek van Walter Gropius.



In Alfeld bevindt zich de Fagus-fabriek van Walter Gropius. Deze behoort tot het UNESCO werelderfgoed. Walter Gropius bouwde deze fabriek in 1911. Gropius was een leerling van Peter Behrens. Deze fabriek was zijn eerste grote ontwerp en het eerste gebouw waarvan de wanden bijna volledig waren opgetrokken in glas. Gropius zal later, met name in 1919, in Dessau de Bauhaus-hogeschool oprichten.


Hildesheim
Hildesheim werd in 815 gesticht als bisschopsstad. De stad bezit liefst vijf romaanse kerken, waaronder de (herbouwde) Mariendom en de Michaeliskirche die beide op de Werelderfgoed-lijst van de UNESCO staan. Een andere kerk, de gotische Andreaskerk, valt op door haar 115 m hoge toren, de hoogste van Nedersaksen en een van de hoogste kerktorens ter wereld. De historische binnenstad leed op 22 maart 1945 grote schade door geallieerde luchtbombardementen, maar de Marktplatz met zijn vakwerkbouwhuizen werd zorgvuldig gereconstrueerd. Pronkstuk op dit plein is het gotische houten 

Knochenhaueramtshaus uit 1529 (herbouwd vanaf 1986). De 1000 jaar oude St. Michael-kerk geldt als een van de mooiste vroegromaanse kerken van Duitsland en als sleutelwerk van de middeleeuwse kunst. Pronkstuk in het interieur is het beschilderde houten plafond uit de  13e eeuw, dat de stamboom van Christus toont en een fascinerende indruk geeft van de romaanse monumentale schilderkunst.

Goslar

De ganse binnenstad van Goslar behoort tot het UNESCO werelderfgoed. Zij is de hoofdstad van de Ottoonse romaanse kunst in Duitsland. Zeer bijzonder is de Kaiserpfalz, het keizerlijk paleis dat dateert uit de 11de eeuw. Het is een prachtig voorbeeld van vroegromaanse wereldlijke architectuur.

Tijdens een stadswandeling kunnen we genieten van de mooie binnenstad, en bezoeken we het Mönchehaus, een museum van moderne kunst met een mooie beeldentuin. (werk van oa Henry Moore, Max Ernst, Alexander Calder, Victor Vasarely en Joseph Beuys).
Net buiten Goslar bevindt zich de ertsmijn Rammelsberg, waar sinds meer dan 1000 jaar onafgebroken erts werd ontgonnen. Ook deze mijn behoort tot het industriële werelderfgoed van UNESCO.


Wolfsburg

Wolfsburg is als stad pas ontstaan op 1 juli 1938 en is daarmee een van de weinige steden die gesticht zijn in de 20ste eeuw. De stad heeft in haar korte maar interessante bestaan herhaaldelijk een voortrekkersrol gespeeld op het gebied van stedenbouwkundige trends in Duitsland. Wolfsburg is een typisch voorbeeld van een volgens plan ontwikkelde en toch geslaagde stad en is vanaf het begin van haar bestaan nauw verbonden met Volkswagen AG.

De Finse architect Alvar Aalto (1898 tot1976) behoort samen met Frank Lloyd Wright, Walter Gropius, Ludwig Mies van der Rohe en Le Corbusier tot de vijf belangrijkste architecten van de 20ste eeuw. In Wolfsburg staan drie van de zes gebouwen die hij in Duitsland realiseerde: het Kulturhaus (1958 tot 1962) het gemeentecentrum Heilig-Geist aan de  Klieversberg (1959 tot 1962) en de Stephanuskirche in de wijk Detmerode (1962 tot 1968)

De Londense architecte Zaha Hadid (die tekende voor het ontwerp van het nieuwe havengebouw in Antwerpen) behoort onmiskenbaar tot de grootste architecten van deze tijd. Met haar compromisloze en verrassende gebouwen schuift zij de grenzen van het architecturale denken steeds verder op naar onbekend terrein. Het Phaeno-Museum biedt een boeiende kijk op verrassende fenomenen uit de wetenschappelijke en technische wereld. Een geleid architectuurbezoek staat op het programma.

De Berlijnse architect Hans Scharoun (1893 tot 1972) liet een veelzijdig oeuvre na. Hij wordt aangezien als een van de meest fantasierijke architecten van het expressionisme. Hij poneerde als alternatief voor het rationele bouwen de idee van de ‘Organische architectuur’, en hij ontwierp veel visionaire gebouwen. Slechts een klein deel ervan werd ook gerealiseerd. Uit 1973 stamt het Theater dat hij in 1965 voor Wofsburg
ontwierp.

Niet enkel deze unieke gebouwen staan op de monumentenlijst, maar eveneens ganse stadswijken zoals de Steimker Berg, de wijk Detmerode en de ‘Wohnhöfe’ in de binnenstad uit de vroege jaren 1940.













Het Kunstmuseum

 In 1994 opende dit museum. Het bezit een uitgebreide collectie moderne en hedendaagse kunst, waarin haast alle grote kunstenaars uit die periode vertegenwoordigd zijn.

Er worden eveneens grootse tentoonstellingen opgezet. Tot 19 oktober loopt de tentoonstelling ‘Spuren der Moderne’, met oa de volgende kunstenaars: John Armleder, Richard Artschwager, Hussein Chalayan, Tony Cragg, Jan Dibbets, Andreas Gursky, Rebecca Horn, Anselm Kiefer, Gerhard Merz, Nam June Paik, Panamarenko, Elizabeth Peyton, Neo Rauch, Thomas Schütte, Cindy Sherman, Beat Streuli, James Turrell, Luc Tuymans en vele anderen. 

In Schloss Wolfsburg bevindt zich de stedelijke kunstcollectie, met oa werken van Uecker, Roy Lichtenstein, Keith Haring en Reinhard Voigt. In hetzelfde gebouw organiseert de Kunstverein regelmatig tentoonstellingen van hedendaagse kunst.
Tenslotte bevindt zich in Wolfsburg ook de ‘Autostadt’, een immens groot gebied met prachtige hedendaagse gebouwen waarin de geschiedenis van het autoconcern Volkswagen uitgebreid wordt toegelicht.


Schloss Wolfenbüttel, met zijn fraaie renaissancistische toren en barokke gevel is het op één grootste kasteel van Nedersaksen. Behalve het prachtige interieur kan je er de Herzog August Bibliotheek bezoeken, die in de 17de eeuw de grootste bibliotheek van Europa was en nu nog over meer dan 860000 werken beschikt. Hoogtepunt van de collectie is het Reichenauerevangelie uit de 10de eeuw en het evangelie dat aan Heinrich der Löwe toebehoorde.



Hagen: het Museum Osthaus en de Hohenhof Jugendstilvilla

In 1906 gaf Karl Ernst Osthaus aan de Belgsich ontwerper en architect Henry van de Velde de opdracht in de nieuwe tuinwijk Hohenhagen een woning voor zijn familie te ontwerpen. In 1908 was de woning klaar. De Tuinstad Hohenhagen was een baanbrekend stedenbouwkundig project dat het bouwen van luxueuze tuinsteden moest bevorderen. Architecten als Behrens en Van de Velde werden ervoor aangetrokken. Door het uitbreken van de eerste wereldoorlog bleef de tuinwijk echter grotendeels onvoltooid, al kan je
er enkele zeer mooie realisaties uit die tijd bewonderen.
Het Osthaus museum bevindt zich in een jugendstilhuis dat door Henry van de Velde tot een museum werd verbouwd. Na restauraties in 1992 en 2008 is het jugendstilinterieur weer in zijn volle glorie te zien. Het museum heeft een mooie collectie expressionistische kunst, met oa Feininger, Archipenko, Beckmann, Jawlensky, Nolde en Rohls. Blikvanger is de beroemde knapenfontein van Minne.

Praktisch

-          Vertrek op 2 oktober 2014 om 7h15; lunchpakket mee te brengen
-          Aankomst op 5 oktober 2014 rond 22h00
-          Verblijf op basis van half pension met uitgebreid avondmaal en ontbijtbuffet.
-          Drie nachten in Hildesheim
-          Novotel: Bahnhofsallee 38, 31134 Hildesheim, Duitsland
-          Telefoon:+49 5121 17170
-          Het avondmaal op de terugreis in Venlo (De Valk) is inbegrepen in de prijs
-          Verder inbegrepen in de prijs: vervoer, baantaksen, fooien, inkomsten van de musea, annulatieverzekering en informatiebrochure.
-          Prijs op basis van 40 deelnemers
o   Tweepersoonskamer: 380 € per persoon
o   Opleg voor éénpersoonskamer: 60 €
o   Niet leden van Konsept: opleg 60 €

Inschrijven vanaf 28 april 2014 en voor 13 mei 2014 (wegens beperkte optie op het aantal hotelkamers)

Uitsluitend via de Konsepttelefoon: 0473 93 86 71.

Spreek steeds een boodschap in en vermeld je naam en telefoonnummer.
Ook een sms met dezelfde informatie is welkom.
Enkel nadat Konsept je contacteerde
, kan je het verschuldigde bedrag storten op de Konseptrekening: IBAN:BE56 3200 6929 8688 en is je inschrijving definitief.
Graag duidelijk vermelden voor wie je inschrijft.

Meer praktische gegevens met de juiste dagindeling volgen.

woensdag 16 april 2014

dinsdag 8 april 2014

WANDELTENTOONSTELLING VAN BUITENGEWONE KUNSTENAARS BUSO KATRINAHOF


Een tip van Jacqueline Van der Mueren


maandag 31 maart 2014

WALPURGIS ZOEKT FIGURANTEN(65+) VOOR UNIEKE MUZIEKTHEATERVOORSTELLING ROND DE GROOTE OORLOG

De provincie Antwerpen, Stad Mortsel en WALPURGIS zijn op zoek naar 65-plussers voor een unieke muziektheater voorstelling rond de Groote Oorlog.

Till we meet again (Mother)

Dit ene grafschrift als een schrijnende getuigenis van individueel, eenzaam leed.
Van een moeder aan haar 19-jarige zoon.
Aan een hele generatie jonge mannen die vertrekken naar het front om te sneuvelen.

Het inspireerde zangeres en theatermaakster Eurudike De Beul tot het creëren van een muziektheatrale voorstelling.
4 zangeressen, een soundscape met honderden stemmen (ongeschoolde individuele stemmen en ingetogen koren), video, een unieke locatie en misschien wel met u?

Bijzonder aan het project is dat we hiervoor op zoek zijn naar mensen uit de provincie Antwerpen van 65plus en met affiniteit voor of een eigen verhaal over de Eerste Wereldoorlog.





Repetities vinden plaats in Mortsel op 7 en 8 april en op 15 en 16 mei.
De voorstelling wordt gespeeld op 17 en 18 mei in het Fort 4 in Mortsel.

Iets voor u? Maak er deel van uit!



Meer informatie op www.walpurgis.be of neem contact op met Ellen via mail communicatie@walpurgis.be of telefoon 03 235 66 62.


Till we meet again (Mother) is een aangrijpende voorstelling in het Fort 4 in Mortsel in het kader van Antwerpen1914-1918 en het Fortengordel-evenement.

zondag 23 maart 2014

STUDIEREIS KONSEPT ROTTERDAM EN AMSTELVEEN, ZONDAG 27 APRIL 2014

* ROTTERDAM: BRANCUSI, ROSSO, MAN RAY - Framing Sculpture

* AMSTELVEEN: WERKEN UIT DE COLLECTIE VAN HET SOLOMON R. GUGGENHEIM MUSEUM NEW YORK

BRANCUSI, ROSSO, MAN RAY, Framing Sculpture
Museum Booymans-Van Beuningen, Rotterdam



Van over de hele wereld toont Museum Boijmans Van Beuningen topstukken van drie van de meest invloedrijke kunstenaars van de twintigste eeuw: Constantin Brancusi (1876-1957), Medardo Rosso (1858-1928) en Man Ray (1890-1976). Vanuit topcollecties van onder andere Centre Pompidou en MoMA worden iconische sculpturen ingevlogen die nooit eerder te zien waren in Nederland, zoals ‘Princesse X’ (1915-16) en ‘Colonne sans fin’ (1918) van Brancusi. Brancusi, Rosso en Man Ray maakten in hun werk op vernieuwende wijze gebruik van fotografie. De unieke samenkomst van zo’n veertig sculpturen en ruim zestig foto’s die zij van hun sculpturen maakten, biedt een blik over de schouder van deze experimentele kunstenaars




Drie pioniers van de moderne beeldhouwkunst.




Rosso, Brancusi en Man Ray zijn beslissend geweest voor de ontwikkeling van de moderne beeldhouwkunst. Medardo Rosso wordt samen met Auguste Rodin (1840-1917) gezien als de kunstenaar die de impressionistische stijl introduceerde in de beeldhouwkunst. Brancusi staat bekend als de grondlegger van de moderne beeldhouwkunst met zijn sculpturen van sterk geabstraheerde vormen in gepolijst brons of marmer. Man Ray die vooral bekend is als fotograaf en schilder speelde een belangrijke rol in het Dadaïsme en het Surrealisme. Hij voegde alledaagse voorwerpen samen tot nieuwe objecten, vergelijkbaar met de ‘readymades’ van Marcel Duchamp (1887-1968). Ook ontwikkelde hij zijn eigen fototechniek die hij ‘rayografie’ noemde.








Framing sculpture

Na 1900 werd fotografie voor meer mensen beschikbaar door de technische ontwikkelingen die fotograferen makkelijker en goedkoper maakten. Kunstenaars zochten begin 20 ste eeuw steeds meer naar een nieuwe vormentaal in de fotografie. Brancusi, Rosso en Man Ray zetten de fotografie niet zozeer in om hun werk te registreren, maar als een middel om duidelijk te maken hoe toeschouwers hun sculpturen moesten zien en interpreteren. Ze gebruikten de -voor die tijd- experimentele mogelijkheden van het medium, zoals overbelichting, vernieuwende camerastandpunten en het vervagen van voor- of achtergrond. Brancusi fotografeerde zijn werk bijvoorbeeld in het directe zonlicht, waardoor het gepolijste brons op de foto dramatisch schittert. Hij besloot zelfs dat niemand anders zijn sculpturen mocht fotograferen, waardoor hij de afbeeldingen van zijn werk volledig in eigen hand hield. Rosso bewerkte foto’s nadat ze afgedrukt waren door het fotopapier af te knippen en erop te schrijven en tekenen. De tentoonstelling laat zien hoe deze drie kunstenaars, ieder op hun eigen manier, al begin 20ste eeuw bezig waren met thema’s als representatie en manipulatie: thema’s die als zeer hedendaags worden ervaren




Parijse avant-garde


De zeldzame confrontatie van deze drie kunstenaars in één tentoonstelling maakt onverwachte overeenkomsten zichtbaar in hun experimentele en baanbrekende aanpak. Hoewel geen van de beeldhouwers Frans was, woonden en werkten zij een belangrijk deel van hun leven in het Parijs van begin 20ste eeuw en maken deel uit van de levendige avant-garde. Man Ray hielp Brancusi met het maken van een donkere kamer in zijn atelier voor het ontwikkelen van foto’s, maar had de kwaliteit van de foto’s van Brancusi niet heel hoog zitten. Wel bewonderde hij diens sculptuur. In Man Ray’s foto ‘Noire et blanche’ (1926) is duidelijk een overeenkomst te ontdekken tussen de houding van het beroemde model Kiki de Montparnasse en Brancusi’s sculptuur ‘Muse Endormie’ (Slapende muze) uit 1910. Brancusi had zich voor dat beeld op zijn beurt laten beïnvloeden door een werk van Rosso (Enfant malade, 1893-95).








DE COLLECTIE VAN HET SOLOMON R. GUGGENHEIM MUSEUM NEW YORK
COBRA MUSEUM, Amstelveen

Vanaf 4 april opent een bijzondere tentoonstelling in het Cobra Museum. Een aanzienlijk deel van de kunst die bij de opening van het Solomon R. Guggenheim Museum in New York in 1959 aan de muur hing komt voor 5 maanden naar Amstelveen! Het betreft werk van de internationale abstracte beweging waaronder Rothko, Pollock, De Kooning, Bourgeois, Francis, Burri, Chilida, Hofmann, Mathieu, Twombly, CoBrA kunstenaars Alenchinsky, Appel en Jorn en vele anderen. De meeste werken zijn nooit eerder in Nederland te zien geweest en werden in 2012 opnieuw in het Guggenheim in samenhang getoond onder de titel Art of an other kind.














PRAKTISCH




Datum: zondag 27 april 2014
Vertrek: 09h30 hoek Pulhoflaan – Grote Steenweg Berchem (halte tram 7 en 15)
Terug: rond 18h30




Inschrijven: van  26 maart tot 17 april  2014 via de Konsepttelefoon: 0473 93 86 71.




Spreek een boodschap in en vermeld je naam en telefoonnummer of stuur een sms met dezelfde informatie.

Pas nàdat Konsept je contacteerde, kan je het verschuldigde bedrag storten op de Konseptrekening IBAN  BE56 3200 6929 8688  -  BIC  BBRUBEBB  en is je inschrijving definitief.
Leden Konsept: 44 €; niet-leden: 52 €


Graag duidelijk vermelden voor wie je inschrijft!

dinsdag 4 maart 2014

MET STIP TE NOTEREN IN UW AGENDA: MEERDAAGSE STUDIEREIS KONSEPT HILDESHEIM, WOLFSBURG, GOSLAR (2-5 OKTOBER 2014)

MEERDAAGSE STUDIEREIS KONSEPT:
HILDESHEIM, WOLFSBURG, GOSLAR

VIER DAGEN KUNST EN CULTUUR,
VIER DAGEN WERELDERFGOED

VAN 2 TOT 5 OKTOBER 2014.

AANKONDIGING

Deze vierdaagse kunstreis brengt ons naar één van de belangrijkste centra van vroegromaanse kunst in Duitsland, en bij uitbreiding in centraal Europa. Het is dan ook geen toeval dat haast elke stad in deze regio op de werelderfgoedlijst van de Unesco prijkt. In Goslar staat het eerste keizerlijk paleis van Duitsland. In het begin van de 20ste eeuw kende dit gebied een nieuwe bloeiperiode dank zij de mijnbouw. Belangrijke architecten van de Bauhaus werden aangetrokken om fabrieken en woonhuizen voor de nieuwe rijken te bouwen. Wolfsburg, gebouwd rond de volkswagen fabrieken, ontwikkelt zich de laatste jaren hoe langer hoe meer tot een stad met een interessant modern en hedendaags architecturaal en kunstpatrimonium.
De bossen rond Hildesheim zijn door de gebroeders Grimm opgetekend als het land van Sneeuwwitje en de Zeven Dwergen.

Hildesheim


Hildesheim werd in 815 gesticht als bisschopsstad. De stad bezit liefst vijf romaanse kerken, waaronder de (herbouwde) Mariendom en de Michaeliskirche die beide op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO staan. Een andere kerk, de gotische Andreaskerk, valt op door haar 115 m hoge toren, de hoogste van Nedersaksen en een van de hoogste kerktorens ter wereld. De historische binnenstad leed op 22 maart 1945 grote schade door geallieerde luchtbombardementen, maar de Marktplatz met zijn vakwerkbouwhuizen werd zorgvuldig gereconstrueerd. Pronkstuk op dit plein is het gotische houten Knochenhaueramtshaus uit 1529 (herbouwd vanaf 1986).





De 1000 jaar oude St. Michaelkerk geldt als een van de mooiste vroegromaanse kerken van Duitsland en als sleutelwerk van de middeleeuwse kunst. Pronkstuk in het interieur is het beschilderde houten plafond uit de 13e eeuw, dat de stamboom van Christus toont en een fascinerende indruk geeft van de romaanse monumentale schilderkunst.


Goslar


De ganse binnenstad van Goslar behoort tot het UNESCO werelderfgoed. Zij is de hoofdstad van de Ottoonse romaanse kunst in Duitsland. Zeer bijzonder is de Kaiserpfalz, het keizerlijk paleis dat dateert uit de 11de eeuw. Het is een prachtig voorbeeld van vroegromaanse wereldlijke architectuur.
Tijdens een stadswandeling kunnen we genieten van de mooie binnenstad, en bezoeken we het Mönchehaus, een museum van moderne kunst met een mooie beeldentuin. (werk van oa Henry Moore, Max Ernst, Alexander Calder, Victor Vasarely en Joseph Beuys).




Net buiten Goslar bevindt zich de ertsmijn Rammelsberg, waar sinds meer dan 1000 jaar onafgebroken erts werd ontgonnen. Ook deze mijn behoort tot het industriële werelderfgoed van UNESCO.
Een curiositeit, maar de moeite waard is de Gustav Adolfkirche, een houten ‘stavkirche’ naar Noors voorbeeld, begin 1900 gebouwd in Jugendstil.











In Alfeld bevindt zich de Fagus-fabriek van Walter Gropius. Deze behoort eveneens tot het UNESCO werelderfgoed. Walter Gropius bouwde deze fabriek in 1911. Gropius was een leerling van Peter Behrens. Deze fabriek was zijn eerste grote ontwerp en het eerste gebouw waarvan de wanden bijna volledig waren opgetrokken in glas. Gropius zal in 1919 in Dessau de Bauhaus-hogeschool oprichten.



Wolfsburg

Wolfsburg is als stad pas ontstaan op 1 juli 1938 en is daarmee een van de weinige steden die gesticht zijn in de 20ste eeuw. De stad heeft in haar korte maar interessante bestaan herhaaldelijk een voortrekkersrol gespeeld op het gebied van stedenbouwkundige trends in Duitsland. Wolfsburg is een typisch voorbeeld van een volgens plan ontwikkelde en toch geslaagde stad en is vanaf het begin van haar bestaan nauw verbonden met Volkswagen AG.



De Finse architect Alvar Aalto (1898 tot 1976) behoort samen met Frank Lloyd Wright, Walter Gropius, Ludwig Mies van der Rohe en Le Corbusier tot de vijf belangrijkste architecten van de 20ste eeuw. In Wolfsburg staan drie van de zes gebouwen die hij in Duitsland realiseerde: het Kulturhaus (1958 tot 1962) het gemeentecentrum Heilig-Geist aan de  Klieversberg (1959 tot 1962) en de Stephanuskirche in de wijk Detmerode (1962 tot 1968)






De Londense architecte Zaha Hadid (die tekende voor het ontwerp van het nieuwe havengebouw in Antwerpen) behoort onmiskenbaar tot de grootste architecten van deze tijd. Met haar compromisloze en verrassende gebouwen schuift zij de grenzen van het architecturale denken steeds verder op naar onbekend terrein. Het Phaeno-Museum biedt een boeiende kijk op verrassende fenomenen uit de wetenschappelijke en technische wereld.





De Berlijnse architect Hans Scharoun (1893 tot 1972) liet een veelzijdig oeuvre na. Hij wordt aangezien als een van de meest fantasierijke architecten van het expressionisme. Hij poneerde als alternatief voor het rationele bouwen de idee van de ‘Organische architectuur’, en hij ontwierp veel visionaire gebouwen. Slechts een klein deel ervan werd ook gerealiseerd. Uit 1973 stamt het Theater dat hij in 1965 voor Wofsburg ontwierp.


Niet enkel deze unieke gebouwen staan op de monumentenlijst, maar eveneens ganse stadswijken zoals de Steimker Berg, de wijk Detmerode en de ‘Wohnhöfe’ in de binnenstad uit de vroege jaren 1940.



Het Kunstmuseum


In 1994 opende dit museum. Het bezit een uitgebreide collectie moderne en hedendaagse kunst, waarin haast alle grote kunstenaars uit die periode vertegenwoordigd zijn

 Er worden eveneens grootse tentoonstellingen opgezet. Tot 19 oktober loopt de tentoonstelling ‘Spuren der Moderne’, met oa de volgende kunstenaars: John Armleder, Richard Artschwager, Hussein Chalayan, Tony Cragg, Jan Dibbets, Andreas Gursky, Rebecca Horn, Anselm Kiefer, Gerhard Merz, Nam June Paik, Panamarenko, Elizabeth Peyton, Neo Rauch, Thomas Schütte, Cindy Sherman, Beat Streuli, James Turrell, Luc Tuymans en vele anderen.

In Schloss Wolfsburg bevindt zich de stedelijke kunstcollectie, met oa werken van Uecker, Roy Lichtenstein, Keith Haring en Reinhard Voigt. In hetzelfde gebouw organiseert de Kunstverein regelmatig tentoonstellingen van hedendaagse kunst.


Tenslotte bevindt zich in Wolfsburg ook de ‘Autostadt’, een immens groot gebied met prachtige hedendaagse gebouwen waarin de geschiedenis van het autoconcern Volkswagen uitgebreid wordt toegelicht.


Schloss Wolfenbüttel, met zijn fraaie renaissancistische toren en barokke gevel is op één na het grootste kasteel van Nedersaksen. Behalve het prachtige interieur kan je er de Herzog August Bibliotheek bezoeken, die in de 17de eeuw de grootste bibliotheek van Europa was en nu nog over meer dan 860 000 werken beschikt. Hoogtepunt van de collectie is het Reichenauerevangelie uit de 10de eeuw en het evangelie dat aan Heinrich der Löwe toebehoorde.










Op de heen- of terugreis bezoeken we het Museum Osthaus en de Hohenhof Jugendstilvilla in Hagen.
In 1906 gaf Karl Ernst Osthaus aan de Belgsich ontwerper en architect Henry van de Velde de opdracht in de nieuwe tuinwijk Hohenhagen een woning voor zijn familie te ontwerpen. In 1908 was de woning klaar. De Tuinstad Hohenhagen was een baanbrekend stedenbouwkundig project dat het bouwen van luxueuze tuinsteden moest bevorderen. Architecten als Behrens en Van de Velde werden ervoor aangetrokken. Door het uitbreken van de eerste wereldoorlog bleef de tuinwijk echter grotendeels onvoltooid.
Het Osthaus museum bevindt zich in een jugendstilhuis dat door Henry van de Velde tot een museum werd verbouwd. Na restauraties in 1992 en 2008 is het jugendstilinterieur weer in zijn volle glorie te zien. Het museum heeft een mooie collectie expressionistische kunst, met oa Feininger, Archipenko, Beckmann, Jawlensky, Nolde en Rohls. Blikvanger is de beroemde knapenfontein van Minne.



Tenslotte ligt op de heen- of terugweg eveneens het museum Varusschlacht , museum en park Kalkriese, vlak bij Osnabrück. Dit is een landschapspark en museum op de plaats waar in het jaar 9 n Ch de Romeinen een zware nederlaag leden tegen de Germanen. Tot 5 oktober loopt er de  tentoonstelling ‘Mumien – Reise in der Unsterblichkeit’, met pronkstukken uit het Egyptisch museum van Firenze.











BINNEN ENKELE WEKEN KRIJGT U DE GEDETAILLEERDE REISROUTE EN KAN U INSCHRIJVEN.



maandag 3 maart 2014

VIDEO/INSTALLATIE NAAR 'DER LAUF DER DINGEN' DOOR ATELIER BEELDHOUWKUNST ABK MORTSEL OP DAG DEELTIJDS KUNSTONDERWIJS





Het atelier Beeldhouwkunst vult de dag van het DKO (22 februari '14 ) in met een presentatie gebaseerd op "Der Lauf der Dingen", een video/installatie van kunstenaarsduo Fischli en en Weiss.
De studenten maakten ieder een sculpturaal onderdeel die één grote installatie vormt waarbij elk onderdeel een actie genereert die op zijn beurt een reactie bij het volgende onderdeel voortbrengt.
In 'De loop der dingen' mag niets te laat gebeuren of niets te vroeg.
Het resultaat: een absurdistische en opwindende kettingreactie waarin water, vuur, zwaartekracht, toeval en humor het verloop van de gebeurtenissen bepalen. Zo wordt een universum gecreëerd van objecten door ze op verschillende manieren met elkaar in verband te brengen en ze toe te staan individueel te functioneren.
Zo ontstaat een verhaal over oorzaak en gevolg, mechanismen en kunst, onwaarschijnlijkheden en precisie.
Het geheel werd gefilmd en wordt samen met de objecten uit de installatie gepresenteerd.

vrijdag 28 februari 2014

VOOR JAN HOET

maandag 17 februari 2014

BOEKENTIP: 1913. HET LAATSTE GOUDEN JAAR VAN DE TWINTIGSTE EEUW. FLORIAN ILLIES

1913. Het laatste gouden jaar van de twintigste eeuw.

Florian Illies.


Iedere middag stapt Ernst Ludwig Kirchner in de onlangs geopende metro en reist naar station Potsdammer Platz. Met Kirchner waren ook de andere schilders van Die Brücke kortgeleden vanuit Dresden, de plaats waar ze werd opgericht, die heerlijk vergeten zomerse stad van de barok, naar Berlijn verhuisd. Eric Heckel, Otto Mueller en Karl Schmidt-Rottluff waren gezworen kameraden geweest die verf en vrouwen deelden en wier schilderijen sprekend op elkaar leken – maar Berlijn, deze pulserende, veeleisende stad die zichzelf hoofdstad noemt, maakt hen tot individuen en zaagt aan de bruggen die hen verbinden. Alle anderen hadden zichzelf in Dresden gevonden toen ze de zuivere kleuren, de natuur en de menselijke naaktheid konden huldigen. In Berlijn dreigden ze ten onder te gaan.

Maar Ernst Ludwig Kirchner vindt zichzelf pas in Berlijn – hij is dan begin dertig. Zijn kunst is stads, rauwer, de figuren zijn uitgerekt en zijn tekenstijl is even gejaagd en agressief als de stad zelf, zijn schilderijen dragen het roet van de metropool als een laagje vernis op het voorhoofd. Al in de wagons van de metro nemen zijn ogen de mensen gulzig op, op zijn schoot maakt hij zijn eerste, snelle schetsen – twee, drie strepen met potlood: een man, een hoed, een paraplu. Dan stapt hij uit en wringt zich door de mensenmassa’s, met zijn schetsblokken en tubes in de hand. Hij wordt naar Aschinger gedreven, waar je de hele dag kunt blijven zitten op één bord soep. Daar zit Kirchner dus, en hij kijkt en tekent en kijkt. Het schemert al op deze winterdag, het lawaai op het plein is oorverdovend. Het is het drukste plein van Europa waarop voor ieders ogen niet alleen de centrale verkeersaders van de stad elkaar kruisen, maar ook de lijnen van de traditie en het moderne leven: wie vanuit de ondergrondse de dagelijkse sneeuwmodder in stapt, ziet nog paardenkarren die vaten vervoeren, met vlak daarnaast de eerste luxueuze automobielen en koetsjes die de paardenvijgen proberen te ontwijken. Verschillende trams tegelijk rijden over het grote plein; een schurend, metaalachtig geluid vult de weidse ruimte wanneer ze de bocht om gaan. En daartussenin: mensen, mensen en nog eens mensen – iedereen rent alsof de tijd hem op de hielen zit, boven hem reclameborden die worstjes aanprijzen, eau de cologne en bier. En onder de arcaden de elegant geklede cocottes, de prostituees, de enigen die nauwelijks in beweging zijn op dit plein, als spinnen aan de rand van hun web. Ze dragen de zwarte weduwsluier voor hun gezicht om niet bij de politie op te vallen, maar wat vooral de aandacht trekt zijn hun enorme hoeden, potsierlijk oprijzende bouwsels met veren, onder de lantaarns, waarvan het groene gaslicht wordt ontstoken zodra de vroege winteravond valt.   

Het zijn dit vale groen dat in de gezichten van de cocottes op de Potsdammer Platz oplicht en het knarsende lawaai van de grote stad erachter die Ernst Ludwig Kirchner tot kunst wil maken. Schilderijen. Maar hij weet nog niet hoe. En hij tekent daarom voorlopig gewoon verder – ‘ik tutoyeer mijn tekeningen’, zegt hij, ‘maar mijn schilderijen spreek ik aan met u.’ Hij stopt dus zijn jij-en-jouvriendschappen, de stapels schetsen die hij de laatste uren aan zijn tafeltje heeft gemaakt, in zijn map en haast zich naar huis, naar zijn atelier. In Wilmersdorf, aan de Durlacherstrasse 14, tweede etage, heeft Kirchner een hol voor zichzelf ingericht: vrijwel helemaal behangen met oosterse tapijten, volgestouwd met Afrikaanse en Oceanische beeldjes en maskers en Japanse kamerschermen, en daarnaast met eigen sculpturen, eigen meubels, eigen schilderijen. Er bestaan foto’s van Kirchner uit deze tijd waarop hij naakt is of zijn zwarte pak met stropdas draagt, het hooggesloten overhemd hagelwit, zijn sigaret nonchalant tussen zijn vingers alsof hij Oscar Wilde is. Naast hem altijd Erna Schilling, zijn geliefde, de opvolgster van de dromerige Dresdense Dodo met haar zachte contouren, een vrouw van een verbijsterende gelijkenis met Kafka’s Felice Bauer. Ze heeft de etage versierd met borduurwerk naar ontwerpen van Kirchner en van haarzelf.

Kirchner had Erna en haar zus Gerda Schilling een jaar eerder in een Berlijnse dansgelegenheid leren kennen, waar ook Heckels vriendin Sidi op het podium stond. Hij lokt de knappe danseressen met hun droevige ogen nog diezelfde avond mee naar zijn atelier, want hij wist het op het eerste gezicht: hun architectonisch gebouwde lichamen ‘scherpen mijn zin voor schoonheid waarmee ik de fraai geschapen vrouwen van mijn tijd hoop weer te geven.’ Eerst woont Kirchner samen met de negentienjarige Gerda, dan met de achtentwintigjarige Erna en tussendoor ook nog met alle twee tegelijk. Cocotte, muze, model, zus, heilige, hoer, minnares: bij hem komt het er allemaal niet zo op aan. Door de honderden tekeningen kennen we ieder detail van de twee vrouwen – Gerda zinnelijk provocerend, Erna met kleine, hoge borsten en een breed achterwerk, beheerst en met een melancholieke rust. Er bestaat een schitterend schilderij uit deze tijd, met links drie uitnodigende naakte vrouwen, en rechts de kunstenaar in zijn atelier, sigaretje in de mond, de vrouwen met een kennersblik monsterend, zo voelt hij zich prettig. Het oordeel van Paris schrijft hij met zwarte verf op de achterzijde van het doek. En: 1913, Ernst Ludwig Kirchner.

Maar als Paris Kirchner op deze avond terugkomt van de Potsdammer Platz, zijn de lampen al gedoofd, Paris komt te laat voor het oordeel, en Erna en Gerda zijn in slaap gevallen, begraven in de reusachtige kussens in het woonvertrek dat door dit trio infernale de beroemdste Berlijnse kamer van de wereld zal worden.

Dit en nog veel meer moois kan je lezen in het prachtige boek: 1913 Het laatste gouden jaar van de twintigste eeuw. Florian Illies. Uitg Atlas Contact 2013.

 Een boekentip van Carl Stubbe, voorzitter Konsept.



maandag 10 februari 2014

STUDIEREIS KONSEPT ZATERDAG 15 MAART 2014 GENT EN DUINKERKEN

STUDIEREIS ZATERDAG 15 MAART 2014
* GENT: GERICAULT, FRAGMENTEN VAN MEDEDOGEN
* DUINKERKEN: FRAC en LAAC

GERICAULT, FRAGMENTEN VAN MEDEDOGEN
MSK, Gent

In 1908 verwierven De Vrienden van het Museum voor Schone Kunsten Gent op een Parijse veiling voor een mooie prijs een schilderij van Théodore Géricault (1791 – 1824) met als titel ‘De waanzinnige moordenaar’. Bij deze gelegenheid vroeg de lokale pers zich af wie er zo gek zou zijn om in zijn woonkamer het portret van een moordenaar op te hangen! Het portret – dat eigenlijk dat van een kleptomaan was – maakte samen met onder andere ‘De ijverzuchtige’ uit het Musée des Beaux-Arts de Lyon en ‘De kinderdief’ uit het Museum of Fine Arts in Springfield Massachusetts, deel uit van een reeks portretten van geestesgestoorden die door Géricault in het hospitaal ‘La Salpêtrière’ in Parijs geschilderd waren. 
Door deze reeks portretten, evenals door zijn meesterwerk ‘Het vlot van de Medusa’, kreeg Géricault snel naam als de schilder van de gruwel, van de pijn, van de waanzin en van de dood. De tentoonstelling in het Museum voor Schone Kunsten Gent toont door middel van schilderijen, tekeningen, prenten en documenten een andere benadering van deze door de realiteit en alle aspecten van de menselijke natuur begeesterde kunstenaar. Door een vrijwillig streven naar een dagelijks bestaan, soms gelukkig, maar in een tijdsgewricht dat ten prooi was aan de stuiptrekkingen van de geschiedenis dikwijls ook gewelddadig of dodelijk, tracht Géricault de mens in al zijn facetten te ontraadselen. Hierbij legt hij getuigenis af van een diepe empathie voor zijn modellen, van wie het gelaat de littekens van het leven draagt. Door het verdriet maar ook de hartstochten van zijn tijdgenoten vol mededogen te willen delen, raakt hij echter uitgeput en vernietigt tenslotte zichzelf.

Werken van andere kunstenaars zoals Füssli, Goya, Delacroix en Menzel laten ons toe om de context waarin Géricault werkte beter te begrijpen.

Deze tentoonstelling werd gerealiseerd in samenwerking met de Schirn Kunsthalle in Frankfurt

DE ‘JUPONS’ VAN DE REVOLUTIE

Aansluitend vindt een kleine tentoonstelling plaats over de rol van de vrouw tijdens de Franse Revolutie: “De Marianne-figuur in de kunst verbeeldde niet alleen de jonge Franse Republiek en de Vrijheid. Ze was geen ideaal of allegorisch beeld, maar bestond echt, en was getekend naar de trekken van een alledaagse schone. Vrouwen streden net zo goed als mannen in de revolutionaire stoottroepen. Enkelingen slaagden er zelfs in om een politieke rol te spelen, doch hun lot was veelal beklagenswaardig. Zo was er Théroigne de Méricourt, een vrijheidsstrijdster, die in 1792 op de barricaden stond en uiteindelijk als ‘waanzinnige’ opgesloten werd in La Salpêtrière, zoals de zogenaamde ‘Hyena’ waarvan Géricault een portret maakte, en waar ze 20 jaar later stierf.

FRAC' FONDS REGIONEAUX D’ART CONTEMPORAIN'
Duinkerken

HET GEBOUW


Frankrijk telt momenteel 23 'Fonds Régioneaux d’Art Contemporain'.Vorig jaar vierden zij de  dertigste verjaardag van het besluit dat aan de basis lag van hun oprichting. De regering Mitterand wilde het kunstbeleid decentraliseren en zo werd op initiatief van de toenmalige minister van cultuur Jacques Lang in elke regio een kunstdepot (FRAC) opgericht. Elke FRAC beschikt over een ruim jaarlijks aankoopbudget om de drie belangrijkste doelstellingen te verwezenlijken: de afstand tussen de hedendaagse kunst en de bevolking verkleinen, actuele werken verzamelen, en ze aan zo veel mogelijk mensen tonen en via publiekswerking toegankelijk maken. Samen vormen de fondsen de derde grootste overheidscollectie hedendaagse kunst in Frankrijk. Het merendeel van de werken dateert van na 1960 en is van de hand van artiesten die representatief zijn voor de Franse en internationale beeldende kunst.

Het FRAC Nord-Pas de Calais heeft het jaren lang moeten stellen met een oud gebouw waar enkel plaats was voor een magazijn en kantoren. Directrice Hilde Teerlinck - een uitgeweken Vlaamse - is dan ook maar wat blij dat de collectie vanaf nu een ruime tentoonstellingsruimte krijgt. Het gebouw in Duinkerken is daarmee één van de vier nieuwe FRAC gebouwen die getuigen van een nieuwe ontwikkelingsfase: de regionale verantwoordelijken vonden het belangrijk de collecties een vaste stek te geven. Hilde Teerlinck noemt ‘haar’ FRAC géén museum maar een ‘bewaar- en tentoonstellingsruimte.’

Voor Duinkerken ontwierpen de architecten Lacaton & Vassal - die o.a. voor de verbouwing van het Palais de Tokyo in Parijs tekenden - een transparante kopie van het historische ‘atelier de préfabrication n°2’ (AP2). Deze gigantische hal - waar vroeger onderdelen voor de scheepsbouw werden gemonteerd - maakte zo’n indruk op de architecten dat zij er voor kozen om het oorspronkelijke gebouw onaangeroerd te laten en er als een hedendaagse tweeling een nieuw gebouw met exact hetzelfde volume, dezelfde grondoppervlakte en dezelfde hoogte als het historische AP2 tegenaan te plakken. Het interieur van het FRAC kenmerkt zich door een uitgepuurde architectuur, ontdaan van alle frivoliteiten en doet daardoor qua structuur enigszins aan het MAS in Antwerpen denken. Het FRAC is een gebouw met een buiten- en een binnenschil die van elkaar gescheiden worden door een rondgang van trappenhallen en gaanderijen. 

Naarmate men, verdieping per verdieping, naar boven gaat ontdekt men één van de belangrijkste eigenschappen van het gebouw: de lichtinval en het zicht op de Noordzee. Deze  maken integraal deel uit van de architectuur. Bij de oprichting van het FRAC was niemand in de regio in het initiatief geïnteresseerd, maar dertig jaar later wordt de collectie van Duinkerken door heel Frankrijk benijd.

LE FUTUR COMMENCE ICI

Om ter gelegenheid van de dertigste verjaardag de collectie van het museum  in de kijker te plaatsen, werd een selectie uit de eigen collectie van méér dan 1500 werken samen gebracht onder de noemer ‘Le futur commence ici’.

De tentoonstelling is opgevat als een confrontatie tussen gevestigde waarden als Andy Warhol, Gerard Richter en Dan Flavin met jongere kunstenaars als Gabriel Kuri en Walead Beshty.

Andere kunstenaars zijn: Afif, John Armleder, Otto Berchem,  Angela Bulloch, Andre Cadere Claude Courtecuisse, Anne Collier, Matthew Darbyshire, Dejanov en Heger, Angela de la Cruz, Marcel Duchamp, Sam Durant, Latifa Echakhch, Peter Friedl didier Fiuza Faustino, Piero Gatti, Cesare Paolini, Franco Teodoro, Martí Guixe, Isabell Heimerdinger, Georg Herold, Fabrice Hyber, Donald Judd, Scott King, Lang / Bauman, Rainier Lericolais, Antonia Low, Ari Marcopoulos, Mathieu Mercier Philippe Meste, Olivier Mosset, Bruce Nauman, Gabriel Sierra, Markus Sixay, Superflex, Rirkrit Tiravanija, Rosemarie Trockel, Gavin Turk, Daan van Golden, Barbara Visser, Lawrence Weiner, Franz West, Christopher Wool, Lorena Zilleruelo.

LATIFA ECHAKHCH: ‘À CHAQUE STENCIL UNE REVOLUTION’


De semi-permanente installatie van de Marokkaanse Latifa Echakhch. ‘À chaque stencil une révolution’ (naar een citaat van Yasser Arafat) neemt een hele ruimte in beslag. De muren zijn bekleed met honderden bladzijden carbonpapier: materiaal dat in analogere tijden gebruikt werd om allerhande (politieke) boodschappen of beelden te verspreiden. De onderste helft werd besproeid met alcohol waardoor het pigment van de wanden op de vloer afgelopen is. Alle potentiële boodschappen en ideeën lijken zo opgelost en verbleekt.
Een eenvoudig maar zeer krachtig werk.

LORENA ZILLERUELO

Op de vierde verdieping maakt de bezoeker kennis met een van de stokpaardjes van dit FRAC, de interactie tussen verschillende kunsttakken, in dit geval tussen beeldende kunst en design. Vooral het deconstructieve werk van Barbara Visser, die designklassiekers aan een grondige revisie onderwerpt,bekoort..




In de bioscoopruimte op de derde verdieping wordt de interactie met het publiek - één van de pijlers van het FRAC beleid - geïllustreerd door een video-installatie van Lorena Zilleruelo. Zij baseerde haar werk op een 19de-eeuws schilderij van Giuseppe Da Volpedo. Naargelang de toeschouwer zich in de projectieruimte beweegt wordt de actie op het scherm - een optocht van arbeiders onder aanvoering van twee mannen en een vrouw met baby - gestuurd via een aantal sensoren.


HET LAAC

Te midden van een beeldentuin, waterpartijen, steenblokken en windvlagen – het strand ligt maar een boogscheut ver – strekt het Lieu d’Art et Action Contemporaine (LAAC) zich met zijn verrassende architectuur in witte keramiek naar de hemel uit. Het museum, dat bruist en straalt zoals in de jaren van de popart, bezit een erg uitgebreide collectie van meer dan 1500 kunstwerken als spiegel van de jaren 1940-1980. Zo zijn er werken te zien als Circus van Karel Appel, Car Crash van Andy Warhol en Valise Expansion van César, die afhankelijk van de tentoonstellingskalender afwisselend gepresenteerd worden. Een echte ‘must’ in het museum is de verzameling grafische kunst waar de bezoeker uitzonderlijk zijn eigen weg kan uitstippelen en in de vele laden en schuifkasten zowat 200 tekeningen en prenten kan bewonderen.

 Langs de kronkelige paadjes en tussen de watervlaktes duiken achttien metalen, betonnen of stenen beeldhouwwerken op: werken van Arman, Dodeigne, Venet, Appel, Zvenigorodsky, Moth, Lalanne, Paul Van Hoeydonck, Visieux, Samel, Storel, Féraud, Claisse.

UITNODIGING


Op woensdag 19 februari 2014 nodigen Konsept & de Academie voor Beeldende Kunst Mortsel je om 20.00 uur in de Bovenzaal van de ABK uit voor:





Géricaults “Het vlot van de Medusa” 

lezing door Etienne VAN DEYCK, leraar kunstgeschiedenis en kunstexploratie aan de ABK Mortsel


 Deze lezing is het startschot voor:


 - Dag v/h DKO: “Boven Water” op zaterdag 22 februari 2014 met ondermeer een eigenzinnige interpretatie van het beroemde “Vlot” van Géricault door het atelier modeltekenkunst o.l.v. Mark Bosselaers


en een  inleiding op:

- de studiereis van Konsept naar Duinkerken en Gent met een bezoek aan de tentoonstelling “Géricault. Fragmenten van Mededogen” op zaterdag 15 maart 2014


STUDIEREIS PRAKTISCH


Datum: zaterdag 15 maart 2014
Vertrek: 09h15 hoek Pulhoflaan – Grote Steenweg Berchem (halte tram 7 en 15)
Terug: rond 19h30

Inschrijven: van  13 februari tot 09 maart  2014 uitsluitend via de Konsepttelefoon: 0473 93 86 71.


 Spreek een boodschap in en vermeld je naam en telefoonnummer of stuur een sms met dezelfde informatie. Alleen nadat Konsept je contacteerde, kan je het verschuldigde bedrag storten op de Konseptrekening IBAN  BE56 3200 6929 8688  -  BIC  BBRUBEBB  en is je inschrijving definitief.


Leden Konsept: 26 €; niet-leden: 33 €
Graag duidelijk vermelden voor wie je inschrijft.




NIEUW MAILADRES KONSEPT:

konsept@telenet.be





donderdag 30 januari 2014

'HET VLOT VAN MEDUSA': LEZING ETIENNE VAN DIJCK ALS STARTSCHOT DAG DKO & INLEIDING STUDIEREIS KONSEPT GENT EN DUINKERKEN ZATERDAG 15 MAART 2014


Op woensdag 19 februari 2014 nodigen Konsept & de Academie voor Beeldende Kunst Mortsel je om 20.00 uur in de Bovenzaal van de ABK uit voor:






HET VLOT VAN MEDUSA (Théodore Géricault), 1818.

lezing door Etienne VAN DEYCK, leraar kunstgeschiedenis en kunstexploratie aan de ABK Mortsel.

Deze lezing is het startschot voor:


Dag v/h DKO: “Boven Water” op zaterdag 22 februari 2014 met ondermeer een eigenzinnige interpretatie van het beroemde “Vlot” van Géricault door het atelier modeltekenkunst o.l.v. Mark Bosselaers

Info: Academie voor Beeldende Kunst Mortsel, Lieven Gevaertstraat 52, 03 449 31 85, www.abk-mortsel.be

& inleiding op:

de studiereis van Konsept op zaterdag  15 maart 2014 naar de tentoonstelling “Géricault. Fragmenten van Mededogen” in het Museum voor Schone Kunsten, Gent en een bezoek aan het FRAC en het 'LAAC'in Duinkerken (meer info volgt!)











vrijdag 24 januari 2014

WINNAARS TOMBOLA KONSEPTLEDEN 2014



Het Konseptbestuur dankt iedereen die haar/zijn lidmaatschap voor 2014 hernieuwde of zich lid maakte. We evenaren bijna het ledenaantal van 2013!

Naar goede gewoonte organiseert Konsept jaarlijks een tombola.. Onschuldige kinderen uit het atelier van Veerle Roels duidden geblinddoekt én met viltstift 12 winnaars aan op de ledenlijst van 2014.

De winnaars ontvangen elk een waardebon  van 10 euro, in te ruilen bij één van de Konseptsponsors.

Na een telefoontje vooraf naar het secretariaat van de ABK Mortsel, kunnen zij daar hun bon ophalen..

De gelukkigen:


DE CASTRO
Beckwé Jackie
Blomme Manuela 


OXALIS
Horemans Hilde
Huybrechts Beatrix 


DE BOEKUIL
Leemans Frank
Limpens - van Goethem Nancy 


GOEMINNE
Meyvis Marc
Smets - Van Ostaeyen Marc 


DE HEERLYCKHEID
Van Dyck Alfons
Verdonck Jan 


KOFFIE VERHEYEN
Vertommen - Lambert Jozef
Wellens Hugo