maandag 14 oktober 2013

VERSLAG DIRK VERHAEGEN VIERDAAGSE STUDIEREIS KONSEPT OBERHAUSEN, BREMEN EN HAMBURG (3-6 OKTOBER 2013)


KONSEPTREIS OKTOBER 2013: OBERHAUSEN, BREMEN, HAMBURG
 

DONDERDAG

 
OBERHAUSEN. De GASOMETER is een industrieel monument ergens in het noordwestelijke Ruhrgebied. We vangen onze vierdaagse reis aan met een bezoek aan de BIG AIR PACKAGE, een gigantische artistieke interventie van JAVACEF CHRISTO in dit op zichzelf reeds indrukwekkende bouwsel. We besluiten voorlopig de 'artistieke parafernalia' (boeken, postkaarten, posters, video's, gadgets…) te laten voor wat ze zijn en we starten met een profane hemelvaart naar het dak. De glazen wand van de lift geeft ons kijk op het grafische spel van zwellingen, naden en kabels. Tegenover deze ijle, lichtende witheid glijden aan de overkant de donkerbruine stalen wanden. Reeksen getallen, industriële schoonheid. Ik bekijk ze met typografische lust terwijl ik van enkele medereizigers alle overige maten en gewichten van ketel en kunstwerk te horen krijg. Helemaal boven, en eenmaal buiten, is het dak ingewikkelder dan we denken: er wachten ons nog een reeks metalen trappen en gaanderijen. De hoogtevrees eenmaal overwonnen, krijgen we uitzicht op een landschap van schoorstenen, bruggen en kanalen. Het groen lijkt hier zelfs een beetje overbodig. We vermannen ons. Dit is niet waarvoor we kwamen. We bezoeken het Centre Pompidou toch ook niet uitsluitend voor de roltrappen?

 

In 1968 bezocht ik als artistieke snotneus de Documenta 4 te Kassel. Tot de meest spectaculaire werken daar behoorde toen Christo's '5450 m Cubic Package', een vijfentachtig meter hoge, in kabels gesnoerde heliumworst. Deze triomfantelijke erectie stond op het ruime grasveld tegenover de Orangerie. Het was met andere woorden een buitensculptuur. 'BIG AIR PACKAGE', Christo's huidige project, roept dit inmiddels meer dan vijfenveertig jaar oude kunstwerk in herinnering. Het is nu véél groter, aanzienlijk breder, en in zekere zin een binnensculptuur: zij vult hier nagenoeg volledig de ingewanden van de gigantische, veelhoekige gasketel. Zij is ook een environment: wij kunnen via sluizen binnen in de sculptuur gaan en daar van binnenuit in de ijle hoogten kijken. Een wit platform en kussens nodigen uit tot rustige, interne contemplatie. Iedereen is onder de indruk. Het beeld van een scène komt voor de geest, de toeschouwers worden ongewild participanten. Alle associaties zijn welkom. Het podium en het diffuse licht doen mij wel een beetje aan Panorama Mesdag in Den Haag denken. Mij komt ook een foto van Rodchenko, met vooral het lineaire netwerk rond een luchtballon, voor de geest. Of ik zie van Leon Spilliaert een 'Luchtschip uit een loods' opdoemen. Ik zie oude foto's met gestrande, ballonvarende poolreizigers. Ik bevind mij in het beangstigende whiteout, het desoriënterende wit dat poolreizigers kan overvallen. Ik ga verder met mijn in vrijheid zwevende gedachten: als het verpakte edelgas in 1968 een ludiek, nog ietwat puberaal voorspel was, dan is het huidige project een volwassen penetratie, een postume, hemelse gemeenschap met de overleden welbeminde.

 

BREMEN. In Kassel, en alweer in 1968, zag ik nog een andere kunstenaar: KARL GERSTNER. Best mogelijk dat hij toen op mij meer indruk maakte dan Christo. Ik begon immers in de ban te geraken van constructivisme, concrete kunst en aanverwanten. Karl Gerstner was vertegenwoordigd met kleurige reliëfs bestaande uit lichtjes verschoven, gelakte panelen met zeer exacte kleurgradaties. Zwitserse precisie. Kunst met een voet in de wetenschap. Gerstner was ook een theoreticus. Zijn 'Kalte Künst?' uit 1957 is inmiddels een bibliofiel hebbedingetje. Karl Gerstner geldt verder als een zeer belangrijk grafisch vormgever. Hij behoort in het algemeen tot de strenge, rationele Zwitserse school. Ook Lohse en Max Bill waren zowel 'vrije' als 'toegepaste' kunstenaars. Blijkbaar -dat leren we in Bremen- was Karl Gerstner ook verzamelaar. In het WESERBURG MUSEUM FÜR MODERNE KUNST krijgen we die verzameling te zien en dat is verrassend genoeg geen 'Kalte Kunst' à la Lohse of Max Bill, maar eerder anarchistisch werk in de geest van Fluxus en Nouveau Réalisme. Van ANDRE THOMKINS zijn er collages en palindromen: 'Rue la Valeur' en 'Et il  a su à ça: causalité'. DANIEL SPOERRI is de man van de 'betrapte' en als zodanig opgeplakte tafelresten. Zijn 'Triple Multiplicateur d'art' spiegelt in kleine vitrine-étages op speelse wijze de schijn en de werkelijkheid. Chaos en repetitieve symmetrie ontmoeten elkaar. Zijn 'Palette de Karl Gerstner' toont het gereedschap van de exact metende verzamelaar in kwestie (o.a. bokalen met percentages kleur) als een nonchalant rommeltje. Tussen het ludieke anarchisme vormen enkele ernstige schilderijen van JAKOB WEDER de tegenpool. Weder tracht muzikale structuren in schilderijen te vatten. Grondtoon en nuancerend verloop worden noot voor noot volgens exacte parameters vastgelegd en in reeksen gradaties uitgevoerd. Hier loert het gevaar van dorheid.  

 

We vervolgen ons bezoek met hedendaagse kunst. Monochrome schilderijen van GÜNTER UMBERG en ROLF ROSE nodigen uit tot discussie: wat is kunst en wanneer is het kunst? Is kunst een hiërarchie? Heeft het met kunnen te maken? Of is het een gebied, te onderscheiden van verpleegkunde en bankwezen? Malevitch, Rodchenko en Yves Klein komen ter sprake, want kunstwerken verwijzen niet enkel naar de buitenwereld, zij verwijzen ook naar elkaar. Bovendien is twee keer iets niet begrijpen reeds een vorm van begrip. Verder kan een aandachtige beschouwing -zelfs zonder veel voorkennis- onze ogen openen en ons onderscheidingsvermogen aanscherpen. Er volgt veel moeilijke, niet-mimetische kunst. Bekende en onbekende namen. Voor trouwe KONSEPT-reizigers wordt het onbekende stilaan vertrouwd en er ontstaat liefde. Schijnbaar minder serieus is de tentoonstelling KABOOM met kunstwerken die flirten met de beeldtaal van de COMIC STRIP. We kopen een postkaart van de Braziliaanse RIVANE NEUENSCHWANDER: Lege tekstballonnen als wollige schaapjes op lege kleurvelden. Het monochrome in Disneyland.

 

Wandeling langs de Weserkade. Oude zeilschepen herinneren aan het zeevaardige en inmiddels verzande verleden van de HANZASTAD. Bij het RATHAUS (Weserrenaissance) staat het tien meter hoge ROLANDMONUMENT. Stijf als een stok symboliseert Roland de stedelijke vrijheid. Hij krijgt veel aandacht van de toeristen. Vriend en liefje moeten op de foto.
Het evenwichtige Rathaus, met zijn prachtige contrasten en met sculpturale details binnen oogbereik, kunnen ons persoonlijk meer bekoren: bijvoorbeeld het minnespel van wat een Neptunus kan zijn met zijn 'godin van de zilte baren'. Half zicht op de DOM, het plein op onbegrijpelijke wijze ontsiert door een twintigste-eeuws misbaksel. We zoeken vervolgens tussen marktplein en Weser de BÖTTCHERSTRASSE (ofte 'Kuipersstraat'), het PAULA MODERSOHN-BECKER MUSEUM en het LUDWIG ROSELIUS MUSEUM: een conglomeraat van BAKSTEENEXPRESSIONISME uit de jaren twintig en dertig. Het doet met zijn antirechtlijnigheid aan Gaudi of Hundertwasser denken. Architect HOETGER leerde koffiehandelaar en opdrachtgever ROSELIUS  in de landelijke kunstenaarskolonie van Worpswede kennen. Beiden werden overtuigde aanhangers van het Nationaal-Socialisme. De architectuur kan als reactionair modernisme getypeerd worden: archaïsche sentimenten, ambachtelijkheid en eigen volksaard tegenover rationalisme en internationalisme. In 1936 verklaarde de would-be architect Hitler de fantasierijke bouwstijl echter als ontaard. De schilderes PAULA MODERSOHN-BECKER heeft hier nooit gewoond. Zij stierf immers in 1907. Tijdens haar korte leven kreeg zij een opleiding in Berlijn en verbleef in Worpswede en in Parijs. Worpswede, gelegen vijfentwintig kilometer ten noordwesten van Bremen aan de grens van een heidelandschap, was een kunstenaarskolonie in navolging van o.a. Barbizon. De natuur en de dorpse eenzaamheid moesten het dorre, levenloze academisme vervangen. Paula uitte haar enthousiasme in lyrische dagboeknotities: 'De kleuren! Mooie bruine heide, kostelijk bruin! De kanalen met hun zwarte spiegelingen, asfaltzwart. De Hamme met haar donkere zeilen.' Zij was niet enkel enthousiast over het landschap, zij had ook dichters op zak, verzen van Goethe. Zij kende en correspondeerde met Rilke en in Parijs bezocht ze Rodin. In Berlijn, Wenen en Parijs bestudeerde ze de meesters uit het verleden. Impressionisten lieten haar onverschillig maar de school van Pont-Aven en de fameuze 'Talisman' van Sérusier -een kleurig, quasi abstract landschap naar de lessen van Gauguin- werden sleutelmomenten. Paula's werk beantwoordde niet aan Hitlers ideaal. Met enig cynisme zouden we kunnen zeggen dat de al te bescheiden Paula haar postume roem te danken heeft aan de Führer. Drie als 'entartete Kunst' verketterde werken worden getoond in een specifieke tentoonstelling: DIE BÖTTGERSTRASSE ALS IDEE. In het ROSELIUS MUSEUM beperken we ons tot enkele werken van LUCAS CRANACH, een kunstenaar die soms een inspiratiebron was voor Paula Modersohn-Becker.

 

Late namiddag en kille wind. We zoeken de warmte van een Stube voor enig alcoholisch genoegen.

 

VRIJDAG

 

HAMBURGER KUNSTHALLE. Eén museum, drie gebouwen. Twee daarvan kijken elkaar aan als geliefden. De historiserende Schinkel-school versus een haast minimalistische kubus. Alles bestaat uit polen. De eenheid is de kwaliteit: hier de liefde voor verhoudingen en het verfijnde materiaalgebruik, de gevoeligheid voor de site ook. De museumoppervlakte en de collectie zijn werkelijk enorm. Het zal selecteren worden. We vangen na enig ondergronds zoekwerk aan in het negentiende-eeuwse gebouw. We komen snel bij een grot van COURBET: geologische schilderkunst. Van CASPER DAVID FRIEDRICH 'Het wrak van de Hope' (wellicht een onjuiste titel): met zijn hoekige ijsschotsen is het romantiek met kubistische trekjes. Nog van Friedrich: een klein 'Boheems berglandschap', de bergen in delicate tinten paars en groen en de wolken geel en grijs. Een beweging van aardplooien en luchtlagen. Precieuze, strelende factuur. Zijn 'Ziehende Wolken' anticipeert op Hodler. Van JOHAN CHRISTIAN DAHL een 'Wolkenstudie' en een haast impressionistische (1837!) 'Elbe in Dresden'. Ik voel mij professioneel verplicht PHILIP OTTO RÜNGE de nodige aandacht te geven. Terwijl zijn werken naar onze smaak al te zeer in de buurt van de kitsch komen, is hij in de vroege negentiende eeuw een pionier in de kleurtheorie. Zijn Farbkügel met aardas, evenaar en meridianen stond model voor de kleurenleer van Johannes Itten en werd de kern van Wilhelm Ostwald en Alfred Munsells kleursystematiek. 'Amaryllis formosissima' is met één enkele bloem een ware kleurstudie in complementaire en kwalitatieve contrasten. We vervolgen met de twintigste eeuw. PAUL KLEE's 'Revolution des Viaductes' kan in 1937 met zijn stappende poorten het oprukkende fascisme verbeelden. LYONEL FEININGERs 'Landungssteg' toont onwezenlijke zeilschepen à la Friedrich. Kubistische romantiek van Friedrich, romantisch kubisme van Feininger. Een keramische uil van PICASSO: een mediterrane Inuit-sculptuur.

 

Nogmaals Kassel, Documenta 4. Daar was ook KITAJ vertegenwoordigd. Hij is toen - en wellicht voor vele anderen- naast het geweld van de pop-art wat op het achterplan geraakt. Met deze huidige tentoonstelling is hij een ware revelatie. De kleurrijke, collageachtige schilderijen met knappe factuur tonen niet de wereld van consumptie en banaliteit, maar een erudiete wereld waar Aby Warburg, Walter Benjamin, Rosa Luxemburg en Marx in een artistieke, de Joodse identiteit overstijgende diaspora rondspoken, op zoek naar een beloofde land zonder grenzen. Kitaj: 'Een diasporisch schilderij is er een waarin een volk van paria's, een onpopulair, gestigmatiseerd volk wordt opgenomen, in twijfel over dilemma's, zo onzeker als de impressionisten over het licht en de kubisten over vlakken en perspectief piekerden.' Niet alles is van gelijke kwaliteit. De pastels à la Degas lijken mij eerder op hun plaats in de Snoecks. Maar mijn nieuwsgierigheid groeit. Ik koop in de bookshop van Karen Michels: 'Aby Warburg, im Bannkreis der Ideen'. Aby Warburg over zichzelf: 'Jood van geboorte, Hamburger in het hart, Florentijn naar de geest'. Volgens Warburg moest kunst 'een minimumkwant aan beeldende verlichtingsenergie' bevatten. Hij bestudeerde de kunst van de Renaissance, maar ook die van Navajo en Hopi-Indianen. Hij ontdekte de kapitale invloed van de irrationele astrologie op de kunst van de renaissance. Rationeel of niet, de mens heeft steeds getracht 'tegenover de chaos van de redeloosheid een filter van retrospectieve bezinning te plaatsen'. Warburg was de grondlegger van de comparatieve iconologie. Erwin Panovsky is een beroemde telg van deze aanpak. Door zijn broers-bankiers gefinancierd legde Warburg een immense bibliotheek aan -een intellectueel diaspora- die uitgroeide tot een bij de universiteit aanleunend onderzoekscentrum. 

 

De meeuwen verwelkomen ons bij de Inner Alster. De plaatselijke Flandria's heten 'Eilbek', 'Alsterwasser', 'Alster Cabrio', 'Fleetenkieker', 'Goldbek', 'Ammersbek'. Zij zijn een rondreis waard op de kaarten van de verbeelding. In een glimp zien we onze chauffeur Dirk op zijn fiets zijn eigengereide reisweg volgen. Stadswandeling. Op weg naar het RATHAUS een glimp Venetië en de misplaatste demagogie van een oorlogsmonument. Wie wist werkelijk waarvoor hij vocht, waarvoor hij stierf? Op de binnenplaats van het Rathaus een fontein: ik doop de allegorische figuur in mijn iconografische onwetendheid tot 'godin van de natte dromen'.

 

We komen bij de ST. NICOLAI KIRCHE, ooit de hoogste toren ter wereld. De toren is er nog, voor de rest is het een gedenkteken ter herinnering aan de verschrikkingen van de oorlog. Voor de crypte is er geen tijd. Sculpturen zonder veel artistieke waarde. Wel een beklijvende tekst van de ook voor ongelovigen zeer lezenswaardige theoloog DIETRICH BONHOEFFER: 'Geen mens op de wereld kan de waarheid veranderen. Men kan haar slechts zoeken, haar vinden en haar dienen. De waarheid is op elke plaats.'

 

Een voorsmaakje van SPEICHERSTAD. Kanalen. Het opmerkelijke, monumentale Kantorhaus ELBHOF van architect WALTER MARTENS. Zicht op de nog in aanbouw zijnde ELBPHILHARMONIE: muzikale architectuur op de zilte golven. Verder oude huizen. Ingezwenkte halsgevels. Creperie Bretonne. We komen bij de theatrale SANKT MICHAELIS. In onze verbeelding proberen we de kerkbanken met mensen in historische kledij te bevolken. Borden met verschuifbare cijferplaatjes, goud op zwart. Zij geven aan welke psalmen gezongen worden. Opnieuw overvalt mij de typografische getallenlust. Getallen in kerken, getallen in gasketels. In de hoogte het triomfantelijk golvende orgel, haast opstijgend en aanzwellend als klanken, zelfs zonder muziek. Afdalen richting LANDUNGSBRÜCKEN. Havenlucht en Hafenrundfahrtenwerbung aan alle kanten. Hier heten de boten 'Kapitän Prusse', 'Traute Abicht' en 'Seute Deern'. Schommelende dromen. In de verte laadbruggen, machtige zeeschepen, kleurige containers en knikkende kranen… Een vluchtige blik: de toegang tot de oude Elbetunnel met oriëntaals aandoende mozaïek. Hoog tijd voor spirituele consumptie. We vinden op het nippertje nog plaats in het ruime en vrij authentieke 'Bei den St. Pauli Landungsbrücken'. We drinken 'Block Bräu' en 'Block Hefeweiz Bräu', ter plekke gebrouwen en door ons gedronken met zicht op de koperen ketels. Eén is geen. Het regent voorzichtig. Op weg naar het hotel een zonsondergang in de regen. Kasper David Friedrich tussen de nieuwbouw: düsterem, flimmerenden Himmel.

 

ZATERDAG

 

In de buurt van de Inner Alster bezoeken we het HAUPTBAHNHOF.  Buiten hebben we vanuit de hoogte ruim zicht op de vele sporen en de beweging der treinen. Klokkentorens. Glas en ijzer. Binnen begeven we ons via het shopping center naar een galerij met uitzicht op de perrons. Treinen en lichtende reclames vormen de kleurige accenten binnen het grauwe decor. Ons volgende bezoek wordt het MUSEUM FÜR KUNST UND GEWERBE. Op de gevelbanieren: STEVE MC CURRY. We zien een uitgebreide overzichtstentoonstelling van deze fotojournalist. Een eenzame hond tijdens de moesson. Een monnik in Lahsa. Een tandarts. Wijnrode handen op de blauwe muren van een steeg met het gele accent van een weglopend jongetje. Het Afghaanse meisje Sharba Gula. Een eenzame man na een tsunami. Kleurrijk, al te kleurrijk. Esthetische ellende. Verbrande schoonheid. We kiezen Oost Azië en beginnen met China. Een aarden pot, koud beschilderd met spiraalmotieven, 3000 à 2000 voor Christus. Wauw! Een andere pot, grijs en lavendelkleurig, 8ste eeuw na Christus. Tangdynastie. Hij en zijn maatjes in de vitrine kunnen probleemloos bij een hedendaagse pottenbakker staan. Tijdloos volmaakt. Een monumentaal landschap van HUANG DING: 'Zomerbergen', zeventiende of achttiende eeuw. Geleerde, filosofische schilderkunst. Een microkosmos die deelneemt aan het worden. Van Dao en Boeddhisme naar de Islam. Iraanse borden met heilspreuken, 10de eeuw. Jugendstil. Bauhaus. INSIDE OUT. EINBLICKE IN MODE. Mijn 'Fromme Helene' poseert gewillig bij het intrigerende  en suggestieve 'kleed bedrukt met naakte huid'. We zijn het allen eens: dit is een fantastisch museum met een fantastische collectie. En alles zo aantrekkelijk gepresenteerd. Een kleine wandeling in de omgeving confronteert ons met de ellende van junkies. Back to reality.

 

We beginnen met nieuwe moed aan een flinke stadswandeling. Boulevardgevoel, maar zonder Parijse gratie. We zoeken de kantoorgebouwen uit de vroege twintigste eeuw, aarzelend tussen neobarok en zakelijkheid. KLÖPPERHAUS (FRITZ HÖGER 1913). MÖNCKEBERG-HAUS. SPRINKENHOF (FRITZ HÖGER en HANS en OSKAR GERSON 1925). CHILEHAUS (FRITZ HÖGER 1922-24). HÖGER was alweer een overtuigde Nazi. We discussiëren over dit reactionaire modernisme met de vraag in hoeverre wij ons laten beïnvloeden door de duistere ideologische oriëntatie van deze architecten. Het gebouw, spits en trots als de boeg van een schip, en met zijn indrukwekkende ritmische vensters en geledingen is in elk geval werelderfgoed en kon navolging vinden. Op de hoek van het KONTORHAUS MESSBERGHOF (eerder BALLINHAUS - architecten HANS en OSKAR GERSON 1922-24) herinnert een koperen plaat aan het feit dat hier het gifgas Zyclon B werd ontwikkeld, dat ondermeer gebruikt werd in het vernietigingskamp Auschwitz. Van de joodse dichter ITZHAK KATZENELSON, die daar omkwam, deze versregels: 'und nit varnicht die schlechte ojf der erd, solln sej varnichtn sich allein'.

De filosoof Adorno vond dat het immoreel was na de holocaust nog poëzie te schrijven. Later moest hij zijn standpunt nuanceren. Katzenelson schreef tijdens de holocaust. Zijn gedichten zijn de kreten van een gefolterde.

 

SPEICHERSTADT. Negentiende-eeuwse oude pakhuizen met hun middeleeuwse en oosterse accenten. De meeste zijn nog in gebruik: tapijthandel, koffie, cacao, specerijen. Dokkanalen en metalen boogbruggen in vele richtingen. De fotografische wellust ontwaakt. Straatnamen. Namen van bruggen. Hier en daar renovatie. Kleurige steigers. Verpakte gebouwen van anonieme Christo's. Bij de SANDTORHAFEN mooie voorbeelden van hedendaagse architectuur. Een baardige dichter op een bank vertrouwt zijn wellicht kritische bedenkingen aan het papier toe.

 

De bus brengt ons naar het ALSTERPAVILJON. Het huidige halfronde gebouw met plat dak en glazen wanden stamt uit de jaren vijftig. De geschiedenis ervan is echter veel ouder. In het derde rijk kreeg het de spotnaam jodenaquarium. We drinken witte wijn. En nog een fles.  

 

VIERDE DAG

 

Een marathon maakt het verkeer in de stad onmogelijk. We geraken maar niet bij de te bezoeken KUNSTHALLE BREMEN. De bus rijdt rondjes zodat we ruim de tijd krijgen het plaatselijke stedenschoon te bewonderen. Het is een fantasierijke buurt, met vervallen veranda's en kariatidenkitsch. De winkels zijn van dezelfde strekking: hier een Einhorn Bäckerei, daar en Centauren Apothek. Er wordt uiteindelijk besloten te voet naar het museum te gaan. Een aangename wandeling, via de stemmige Salvador Allende Allee tot bij de de stadsgracht.    

 

We vangen ons museumbezoek aan in negentiende-eeuwse sferen: Duitse impressionisten en de school van Barbizon.  Een glimp van een constructief werk flitst mij zonder pardon naar de twintigste eeuw: WALTER DEXEL in het gezelschap van VASARELY en FRIEDRICH VORDEMBERGE-GILDEWART. Aan de wand aan de overzijde werken van de ZERO-groep. Volgende zalen met Duitse expressionisten. Een schilderij in stralende kleuren van JOHANNES ITTEN: BLAUGRÜNER KLANG (1917). Ik sprak reeds over Weder die muziek wou omzetten in beeldende kunst. Willen schilderen zoals muziek en in het beeldende gelijkaardige wetmatigheden willen ontdekken, dat was één van de wegen die naar abstractie voerden. Bij Itten waren mathematische verhoudingen zowel een constructief houvast als een metafoor voor eeuwige kosmische ordeningen. Dat vormde een brug tussen toon- en kleurfenomenen. Itten correspondeerde met de weinig bekende en door de geschiedenis onrechtvaardig als kleinmeester gecatalogeerde componist Joseph Mattheas Hauer. Het is meer en meer aangetoond dat deze Hauer, enkele jaren voor Schoenberg, in theorie zowel als in praktijk de ware uitvinder was van het twaalftoonstelsel.

 

In dit museum zien we Paula Modersohn-Becker op haar best. Enkele kleine werken overtuigen door eenvoud en authenticiteit. Een prachtig stilleven, haaks en met een extra kadrering binnen het schilderij. Een ander schilderij toont een diagonale sloot met afwisselende spiegeling van licht en donker. 'Ik geloof dat men bij het maken van schilderijen helemaal niet zo aan de natuur moet denken, tenminste niet bij de conceptie. De gekleurde schets helemaal zo maken zoals men iets in de natuur ervaren heeft. Maar mijn persoonlijke ervaring is de hoofdzaak. Wanneer ik die eenmaal heb vastgelegd in vorm en kleur, dan moet ik er van de natuur datgene inbrengen waardoor mijn schilderij natuurlijk lijkt, zodanig dat de leek niets anders gelooft dan dat ik het zo voor de natuur maakte.' Aldus Paula Modersohn-Becker in 1902.

 

VAN GOGH. CEZANNE. EUGENE BOUDIN. Een opmerkelijke THEO VAN RYSSELBERGHE: een nocturne, grof pointillistisch. Een ruige branding van COURBET. Hoe realistisch is een realist? Ben ik de enige die in de schuimende golven een boze visgod ziet?

 

Hedendaagse kunst tussen de oude meesters: JAMES TURREL met 'Above Between Below' doorheen drie verdiepingen. We aarzelen om de glasplaat te betreden. Naar mijn smaak is Turrel hier iets te kitscherig.

 

Op de bovenverdieping van het museum betreden we een grote witte ruimte met een installatie van JOHN CAGE, de avant-garde componist die met toeval werkte en de stilte liet meespreken. 'Music is everywhere, you just have the ears to hear it.' De beeldende kunst speelt een grote rol in zijn werk. Zijn partituren zien er uit als abstracte composities. WRITING THROUGH THE ESSAY, ON THE DUTY OF CIVIL DISOBEDIENCE (1985/91) is een ruimtelijke installatie met 36 luidsprekers, 24 lampen en 6 stoelen. De stoelen, allen verschillend van elkaar, staan ordeloos in de lege ruimte, de rest hangt in vriendelijke wanorde aan de zoldering. De lampen gaan aan en uit volgens de I CHING, het oeroude Chinese orakelboek. Wat we horen is een chaos met 24 keer de stem van John Cage, die David Thoreau's essay over de plicht tot burgerlijke ongehoorzaamheid leest. Wat kan dit betekenen? Wat is de bedoeling? In tegenstelling tot verkeersborden hebben kunstwerken geen eenduidige betekenis. Zij genereren betekenis. We kunnen Thoreau lezen en de nawerking en opleving van zijn manifest ontdekken. Of we kunnen Thoreau gaan lezen om beter van de herfstkleuren te genieten. Of we kunnen in de geest van John Cage, ons geld laten voor wat het is en genieten van de muziekjes van de bankautomaat.

 



Dirk Verhaegen, oktober 2013

vrijdag 11 oktober 2013

600 JAAR ETSKUNST: LEZING DR. AD STIJNMAN IN MUSEUM PLANTIN-MORETUS/PRENTENKABINET

Beste vrienden van de Foundation Veerle Rooms,

Graag vestigen wij nog eens uw aandacht op de lezing van prof. Ad Stijnman zaterdag 2 november en het bezoek aan het Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet, Vrijdagmarkt 22, Antwerpen.

- Wij verwachten de deelnemers om 13 uur aan de ingang van het Museum P&M.
Er wordt vooraf een koffie aangeboden.
- Om 13.30 uur stipt is er de lezing van Ad Stijnman in het auditorium. Het aantal deelnemers is beperkt tot 35. Er zijn nog enkele inschrijvingen mogelijk.
- 14,45 uur: Bezoek van groep 1 aan het Prentenkabinet waar conservator Marijke Hellemans ons vergast op de kennismaking met TIEN TOPSTUKKEN uit de rijke collectie.
- 15,30 uur: Bezoek van groep 2 aan het Prentenkabinet.

Beide groepen kunnen afwisselend GRATIS de tentoonstelling 'OVER KOMEN EN GAAN' bezoeken, met een 50 tal prenten en tekeningen waaronder 14 werken van Eugeen Van Mieghem. Het is een expo over migratie naar aanleiding van de opening van het RED STAR LINE Museum, Montevideostraat 4. Voor miljoenen mensen uit heel Europa waren de loodsen van de Red Star Line de start van een nieuw bestaan in de Verenigde Staten en Canada: de Nieuwe Wereld. Tussen 1873 en 1934 vertrokken meer dan twee miljoen landverhuizers van hieruit.

Het belooft een bijzonder leerrijke en aangename namiddag te worden.
Inschrijvingen voor 20 oktober - zie flyer bijlage.

Vriendelijke groet

Jan Dockx
Voorzitter Vriendenkring Foundation Veerle Rooms
http://www.rooms-veerle.be/foundation



Een tip van Jacqueline Van Der Mueren.

maandag 7 oktober 2013

STUDIEREIS KONSEPT AMSTERDAM & DEN HAAG (ZATERDAG 9 NOVEMBER 2013) + INLEIDENDE OPEN LES KUNSTEXPLORATIE (DINSDAG 22 OKTOBER 2013)


GAUGUIN,  BONNARD,  DENIS: EEN RUSSISCHE LIEFDE VOOR FRANSE KUNST

VAN REMBRANDT TOT DAMIEN HIRST: DE ANATOMISCHE LES



GAUGUIN, BONNARD, DENIS

EEN RUSSISCHE LIEFDE VOOR FRANSE KUNST

AMSTERDAM  HERMITAGE

 

Edouard Vuillard, Kinderen. 1909
Vanaf 14 september 2013 besteedt de Hermitage Amsterdam aandacht aan drie grote namen uit de Franse schilderkunst eind negentiende en begin twintigste eeuw: Gauguin, Bonnard en Denis. Na de doorbraak van het impressionisme zochten zij naar nieuw artistieke wegen.
De ongrijpbare Paul Gauguin (1848-1943) was de inspiratiebron voor de introverte Pierre Bonnard (1867-1947) en de theoreticus Maurice Denis (1870-1943). De laatste twee verenigden zich kortstondig met een aantal andere kunstenaars (zoals Vallotton en Vuillard) onder de naam les Nabis, wat in het Hebreeuws ‘profeten’ betekent. Het was een kleine maar zeer interessante groep jonge kunstenaars.
In tegenstelling tot de impressionisten, die vooral momentopnames van het licht in de natuur probeerden te vatten, legden de Nabis de nadruk op kleur, gevoel, symbool en verbeelding. Hun werk was al snel geliefd in Paris, maar ook in Moskou.









De rijke Russische verzamelaar Ivan Morozov was al spoedig gecharmeerd van de jeugdige talenten, kocht werk aan en gaf later ook grote opdrachten. Zo vroeg hij in 1908 Maurice Denis om de muzieksalon van zijn huis te decoreren. De tentoonstelling biedt een unieke reconstructie van deze exclusieve kamer met zeven schilderingen en zes decoratieve panelen: De geschiedenis van Amor en Psyche. Pierre Bonnard schilderde in opdracht van Morozov de monumentale triptiek Méditerrannée. Ook dit drieluik is te zien in een illusionaire setting: door het werk achter zuilen op te stellen wordt de illusie versterkt van een uitzicht op de Middellandse Zee.

Het werk van de Nabis wordt in de context geplaatst van Franse schilderijen en tekeningen uit de tijd vlak vóór, tijdens en direct na Nabis. Met enkele beeldhouwwerken van Auguste Rodin, Aristide Maillol en Paul Albert Bartholomé geeft de tentoonstelling een beeld van de veelzijdigheid van het bloeiende artistieke klimaat in Parijs in de jaren 1890.

In 1889 werd de term Nabis voor het eerst gebruikt door de jonge kunstenaarsgroep die zocht naar een nieuwe manier van schilderen. Ze waren studiegenoten aan de Académie Julian in Parijs. De experimentele durfal Gauguin werd voor hen het inspirerende voorbeeld; hij zette hen op het pad naar een andere manier van kijken en schilderen. De getoonde werken zijn gemaakt in de periode van 1890 tot het begin van de Eerste Wereldoorlog.


Felix Valloton, Vrouw met zwarte hoed
Met hun ‘platte’ schilderijen – het traditionele lineaire perspectief ontbreekt in die beginperiode – luidden de Nabiskunstenaars samen met andere vernieuwers als Van Gogh en Gauguin de moderne kunst in. Met hun schilderijen in ongemengde kleuren, hun expressieve gebruik van vorm en een sterk coloriet, baanden zij het pad voor de vrije en abstracte kunst. De onderwerpen varieerden van stadsgezichten, landschappen, religieus werk tot portretten en interieurs. De schilders maakten ook gebruik van de fotografie om composities uit te proberen; ze ontwikkelden een fotografische manier van kijken. Zij omarmden de decoratieve schilderkunst van de art nouveau en maakten reusachtige decoratieve panelen voor de gebouwen van hun opdrachtgevers. Daarmee zochten ze de grenzen op tussen hoge en lage, tussen beeldende en toegepaste kunst.











VAN REMBRANDT TOT DAMIEN HIRST: DE ANATOMISCHE LES

DEN HAAG GEMEENTEMUSEUM

De menselijke anatomie is een onuitputtelijke bron voor de wetenschap, maar ook voor de kunst. Al eeuwenlang is het menselijk lichaam en de ontleding ervan een gewild onderwerp onder kunstenaars. Gedreven vanuit de fascinatie voor het menselijk lichaam en de honger naar kennis wist men dat alleen door werkelijk binnenin het lichaam te kijken, de anatomie te doorgronden was. Het Gemeentemuseum Den Haag organiseert een unieke tentoonstelling over De anatomische les waarbij zeventiende eeuwse meesters worden getoond samen met internationale moderne en hedendaagse topkunstenaars. Voor het eerst worden alle tien anatomische lessen die in de zeventiende eeuw in Nederland zijn vervaardigd bij elkaar gebracht, waarvan zeven in bruikleen zijn uit de collectie van het Amsterdam Museum. Deze tentoonstelling is alleen nu mogelijk omdat het schilderij De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp van Rembrandt uit de collectie van het Mauritshuis zich in het Gemeentemuseum bevindt. In het najaar van 2013 kan de bezoeker als het ware onder de menselijke huid kruipen in kunstwerken van Rembrandt tot Damien Hirst

Rembrandt, De anatomische les van Dr. Jan Beeijma
De ontleedkunde van het Chirurgijngilde uit de zeventiende eeuw staat symbool voor het innovatieve karakter van Nederland in de Gouden Eeuw. Ook burgers konden tegen betaling meekijken naar de menselijke ontledingen in het Theater Anatomicum. Wetenschap, kunst en koopmansgeest gingen samen en zorgden voor een ongekende periode van bloei. Maar misschien wel het allerbelangrijkste: de schilderijen markeren het begin van de empirische wetenschap.
Voor het eerst komen mensen in Europa los van het allesomvattende idee van God. De Bijbel is niet langer de verklaring voor alles. De mens ging op zoek naar de tastbare werkelijkheid en zo werd het lichaam binnenste buiten gekeerd.

In de tentoonstelling zijn ook objecten te zien uit de geschiedenis van de medische wetenschap. Naast chirurgische instrumenten zal ook het wereldberoemde preparaat ‘Kind met de Turkse muts’ van het Universitair Medisch Centrum Utrecht worden getoond. Dit is een belangrijk preparaat, vermoedelijk gemaakt door Frederik Ruysch omstreeks 1700. De collectie preparaten van Ruysch werd aangekocht door Peter de Grote, de Tsaar van Rusland. Om die reden is deze collectie, die is ondergebracht in de Hermitage in St. Petersburg, moeilijk toegankelijk.

Damien Hirst, Sometimes I Avoid People
De imperfectie of het falen van het menselijk lichaam, de verhouding tussen lichaam en geest, de macht van de medische wereld en de magie van de doorsnijding zijn onderwerpen die in de moderne en hedendaagse component van de tentoonstelling aan de orde komen. De line-up is indrukwekkend, met namen als Atelier van Lieshout, Francis Bacon, Berlinde De Bruyckere, Matthew Day Jackson, Lucio Fontana, Mona Hatoum, Paul Thek, Marc Quinn en de eerder genoemde Damien Hirst. Met name de wrijving tussen het goddelijke en het aardse wordt zichtbaar. Zo is er van Hirst de installatie Sometimes I Avoid People te zien, bestaande uit twee glazen vitrines en gascilinders. Het is een manier om het moderne sterven zichtbaar te maken: een verborgen activiteit, die plaatsvindt achter de gesloten deuren van ziekenhuiskamers en waarvan de gevolgen snel en efficiënt worden weggewerkt.

De Nederlandse en internationaal vermaarde beeldhouwer Folkert de Jong vervaardigt speciaal voor deze tentoonstelling een omvangrijke installatie die gebaseerd is op het idee van het Theater Anatomicum. In de installatie The Primacy of Matter over Thought wordt de bezoeker in het hart van de tentoonstelling in het centrum van een ruimte geplaatst waar hij zich bewust wordt van de kwetsbaarheid van zijn eigen bestaan. Folkert de Jong neemt het theater als uitgangspunt om vragen te stellen over de machtsverhouding tussen kunstwerk, kunstenaar en kijker. Oftewel de daad, de dader en de getuigen.



PRAKTISCH
 

Datum: zaterdag 9 november 2013
Vertrek: 08h00, hoek Pulhoflaan – Grote Steenweg Berchem (halte tram 7 en 15)
Terug:  rond 18h30

Inschrijven van donderdag 10 tot vrijdag 25 oktober 2013 via de Konsepttelefoon: 0473 93 86 71.

Spreek een boodschap in en vermeld je naam en telefoonnummer of stuur een sms met dezelfde informatie.

Enkel nadat Konsept je contacteerde, kan je het verschuldigde bedrag storten op de Konseptrekening IBAN  BE56 3200 6929 8688  -  BIC  BBRUBEBB  en is je inschrijving definitief.

Leden Konsept 40 €; niet-leden 47 €
Graag duidelijk vermelden voor wie je inschrijft.





OPEN LES KUNSTEXPLORATIE

DINSDAG 22 OKTOBER 2013


van 20.30 uur tot 22.10 uur

in het lokaal kunstexploratie




Als inleiding op deze kunstreis nodigen wij u uit op een  open les kunstexploratie met als titel: "Het belang van de anatomieleer in de kunstgeschiedenis".
Lesgever is Etienne Van Deyck, leraar kunstgeschiedenis ABK Mortsel.
Deelname is gratis


Wie na deze inleidende open les zin heeft gekregen in meer Kunstexploratie, heeft dinsdag en woensdag 22 en 23 oktober nog een last minute kans om zich voor deze richting aan de Academie voor Beeldende Kunst Mortsel in te schrijven!”
 

 

dinsdag 1 oktober 2013

CHRISTO KEYBORD SPEAKER 'INTEGRATED2013': INTERNATIONAL ART & DESIGN CONFERENCE


INTEGRATED2013

INTERNATIONAL ART & DESIGN CONFERENCE

24 & 25 OCTOBER 2013, DESINGEL, ANTWERP


 We are very honoured to announce our keynote speaker, Christo!


Both legendary and controversial, Christo and his late wife Jeanne-Claude (†2009) created extraordinary environmental artworks. These include the wrapping of the Reichstag in Berlin and of the Pont Neuf in Paris, the 39 km-long Running Fence in the Sonoma and Marin counties in California, and The Gates in New York City’s Central Park.

Christo’s latest project, Big Air Package*, an indoor installation for the Gasometer Oberhausen, Germany, was conceived in 2010 and is on view from 16 March to 30 December 2013. Measuring 90 metres high, with a diameter of 50 metres and a volume of 177,000 cubic metres, this artwork is the largest-ever inflated envelope without a skeleton.

Don’t miss Christo as well as the incredible Integrated2013 line-up with Daan Roosegaarde, Rick Poynor, Dan Perjovschi, Theo Jansen, Eike König, Sara De Bondt, Ludovic Balland, Felix & Mathis Pfäffli, Morag Myerscough, The Stone Twins & many others. The number of places is limited!

Read the manifesto ‘The fluidity in-between’ & register at:www.2013integratedconf.org

Integrated is a biennial art & design conference organized by St Lucas University College of Art & Design Antwerp in collaboration with deSingel International Arts Campus Antwerp.
* Konsept bezoekt the Big Air Package tijdens vierdaagse studiereis Oberhausen, Bremen en Hamburg (3-6 oktober 2013)


Een tip van Dirk Verhaegen

NIEUW: CURSUS KUNSTBESCHOUWING DIT ACADEMIEJAAR OP DINSDAGAVOND! VOLG NU EEN PROEFLES IN OKTOBER!







 

 



KunstexploratieCursus kunstbeschouwingEtienne Van Deyck en Mark BosselaersDe optie ‘kunstexploratie’ richt zich tot alle geïnteresseerden in kunstgeschiedenis en kunstbeschouwing. Er wordt geen voorkennis verwacht. Het programma van deze opleiding is opgedeeld in drie luiken. Het centrale luik betreft kunsttheorie, de zijluiken enerzijds een ondersteunende kunstinitiatie, anderzijds een excursieprogramma.

De kunsttheorie, tweewekelijks op dinsdagavond, vertrekt steeds uit een beeldanalyse van een specifiek kunstwerk. Dit werk wordt vervolgens gesitueerd in een bredere kunsthistorische context om uiteindelijk als een gevalstudie een specifieke kunstbeschouwelijke benaderingswijze te illustreren. De selectie van de werken is representatief voor de verschillende cultuurperiodes uit de kunstgeschiedenis, met dien verstande dat er meer referenties voorzien zijn naar mate we naar de eigen tijd toegaan. De selectie biedt eveneens een overzicht van de belangrijkste kunstbeschouwelijke thema’s. Daarenboven wordt gestreefd naar een evenwicht tussen picturale, sculpturale en architecturale kunst. Ieder jaar wordt dit volwaardig kunsthistorisch en kunstbeschouwelijk overzicht gevarieerd met nieuwe aspecten, zodat u uiteindelijk een rijk geschakeerd referentiekader bekomt. De kunstinitiatie, tweewekelijks op dinsdagavond, is een ondersteunend atelier waarin u materialen en technieken van verschillende artistieke disciplines evenals de beeldtaal en beeldstructuren zowel aanschouwelijk als proefondervindelijk verkent. Tenslotte biedt het excursieprogramma, één zaterdagnamiddag per maand, u de gelegenheid om uw kunstbeschouwelijke vaardigheden in direct contact met kunstwerken te oefenen.

Praktisch:

Deze opleiding voorziet 4 studiejaren

wekelijks op dinsdagavond van 18u40 tot 22u10 aan de Academie voor Beeldende Kunst.

Eén zaterdagnamiddag per maand gaan we op tentoonstellingsbezoek.

 

Indien u dat wenst kan u gedurende de maand oktober vrijblijvend een les volgen om na te gaan of dit een opleiding is waar u naar zoekt.

 
 

maandag 23 september 2013

KONSEPT BEZOEKT OVERZICHTSTENTOONSTELLING R.B. KITAY IN KUNSTHAL HAMBURG (STUDIEREIS OBERHAUSEN, BREMEN EN HAMBURG 3-6 OKTOBER 2013)





De Amerikaanse kunstenaar R.B. Kitaj werd geboren in oktober 1932 te Chagrin Falls, Ohio, als Ronald Brooks, maar hij nam de naam van zijn stiefvader aan. Kitaj studeerde aan de Koninklijke Academie in Londen, waar hij in contact kwam met David Hamilton, David Hockney en Allen Jones. Deze drie kunstenaars zouden later tot de belangrijkste kunstenaars van de popart-beweging gaan behoren. De kleurrijke schilderijen van R.B. Kitaj worden vaak gerekend tot de popart, maar in tegenstelling tot zijn collega's vond hij zijn inspiratiebronnen niet in de populaire cultuur, maar in de kunstgeschiedenis, literatuur en geschiedenis.

Aan het einde van de vijftiger jaren begon Kitaj te exposeren. In 1960 won hij de prestigieuze Arts Council prijs. Op zijn eerste solo-expositie in 1963 toonde hij stukken, waarin hij de moderne literatuur en de geschiedenis becommentarieerde. De meeste werken van Kitaj gaan over het schilderen zelf, over verfbehandeling en compositie, waarbij hij politieke statements niet uit de weg ging.
Kitaj werkte afwisselend in Engeland en de Verenigde Staten.
Vanaf de jaren zeventig ging Kitaj zich steeds meer interesseren voor zijn joodse achtergrond. Vernietigingskampen als Auschwitz gingen als decor dienen van zijn voorstellingen.

Door critici werd R.B. Kitaj soms verguisd om zijn figuratieve benadering. Kitaj bleef een controversieel kunstenaar, die figuratie predikte toen abstracte kunst de norm was. Vaak gingen zijn schilderijen vergezeld van lange ingewikkelde teksten. De kritiek hierop pareerde hij met de uitspraak: "Sommige boeken hebben plaatjes en sommige plaatjes hebben boeken."
In 1976 stelde hij een expositie samen voor het Arts Council in de Hayward Gallery met de titel "The Human Clay", waarin hij het opnam voor de figuratieve kunst en de aanval opende op de abstracte en conceptionele kunst.
 Op deze tentoonstelling was zijn werk te zien naast schilderijen van Frank Auerbach, Francis Bacon, Lucien Freud en Leon Kossoff. In de catalogus noemde Kitaj de vijf kunstenaars de 'Londense School'. Deze term werd later veelvuldig gebruikt om deze kunstenaars aan te duiden.

Een groot overzicht in de Tate Gallery in Londen in 1994 had het hoogtepunt van zijn loopbaan moeten worden, maar de tentoonstelling werd door de Britse pers afgebrand. Kort na deze tentoonstelling overleed zijn tweede vrouw, de Amerikaanse schilderes Sandra Fisher, aan een hersenbloeding. Kitaj verweet zijn critici haar dood. Hij meende ook dat antisemitische gevoelens een rol hadden gespeeld in de kritiek. In 1996 verwerkte hij deze indrukken in het schilderij "The critic kills".

Na de dood van zijn vrouw vestigde Kitaj zich in Los Angeles en werkte hij aan zijn serie "Los Angeles pictures". Aan het einde van zijn leven volgde een rehabilitatie. Veel belangrijke musea kochten zijn werk aan en in 1995 ontving hij op de Biënnale van Venetië de Gouden Leeuw, een onderscheiding voor zijn hele oeuvre.

 R.B. Kitaj overleed in oktober 2007 in Los Angeles.
 
bron: cultuurarchief nl.

maandag 16 september 2013

DIE ELBPHILHARMONIE IN HAMBURG: EEN ARCHITECTURAAL HOOGSTANDJE








De Elbphilharmonie is een ontwerp dat architectenbureau Herzog & de Meuron gemaakt heeft voor een concertzaal bovenop een oude havenloods in Hamburg. Herzog & de Meuron staat onder leiding van Jaques Herzog (1950) en Pierre de Meuron (1950). De Elbphilharmonie moet een groots symbool van de stad Hamburg worden, vergelijkbaar met het Sydney Opera House. Naast concertzalen zullen ook een hotel met 220 kamers, 35 appartementen, een nachtclub, een conferentiecentrum en verschillende restaurantjes een plek in de Elbphilharmonie krijgen.
Vermoedelijke oplevering: 2014
bron: Architektenweb

dinsdag 10 september 2013

CONCERTTIP: DAAU STELT ZEVENDE ALBUM 'TEN DEFINITIONS' VOOR IN DESINGEL

DAAU - TEN DEFINITIONS

woensdag 2 oktober 2013 - 20 uur

Blauwe Zaal deSingel Antwerpen  




















Die Anarchistische Abendunterhaltung (DAAU) werd in 1992 opgericht aan het Antwerpse conservatorium. In 1995 was er niet alleen een eerste, titelloze cd maar vooral ook een heel eigen sound. Klassiek geschoolde muzikanten bespeelden hun akoestische instrumenten met een rockattitude, gaven blijk van zigeunerspirit en improviseerden erop los. Ze bestormden met veel kabaal de schavotten tussen klassieke muziek en pop. Wat volgde was een muzikaal parcours dat hen geregeld sterretjes deed zien. Zes albums, een steeds wisselende bezetting, uitstapjes naar barre gebieden als electro, folk en jazz - maar bovenal een live reputatie om u tegen te zeggen. De sound van DAAU bleef door de jaren even ongrijpbaar als oorspronkelijk en authentiek.

Na het verstilde album 'The Shepherd's Dream' uit 2010 stelt het ensemble in deSingel zijn zevende plaat, 'Ten Definitions', voor. Iets minder verstild dan zijn voorganger, en met weer een nieuwe bezetting. Boris Wilsdorf (Einstürzende Neubauten) stond in voor de mixage van het album. Met de herintrede van Buni Lenski (viool) en met nieuw groepslid Steven Cassiers (Dez Mona, drums) klinkt DAAU anno 2013 in het concertprogramma 'Ten Definitions' frisser dan ooit tevoren.

 
DAAU:
 
accordeon: ROEL VAN CAMP 
klarinet: HAN STUBBE
viool: BUNI LENSKI
contrabas: HANNES D'HOINE
drums: STEVEN CASSIERS


 








vrijdag 6 september 2013

'OPERATION GOMORRHA': HET BOMBARDEMENT OP HAMBURG TIJDENS DE TWEEDE WERELDOORLOG.








Op 24 juli 1943 voerden de Britten een bombardement uit op de stad Hamburg. De codenaam ervan was ''Operation Gomorrha''. Het totale offensief van Arthur Harris ('Bomber' Harris) duurde tot 3 augustus. Gedurende deze periode vlogen 2353 zware bommen-werpers over de stad. Er viel in totaal ruim negenduizend ton aan Brisantgranaten en brand-bommen. In de nacht van 24 juli alleen al vielen bijna honderdduizend brandbommen op de stad.

In tegenstelling tot de Amerikanen gebruikten de Britten een tapijtbombardement-techniek. Hele steden werden opgedeeld in sectoren. Een eerste bommenlading bestond uit explosieve luchtmijnen die daken wegrukten en vensters lieten springen. Hierna volgden brandbommen en brisantbommen om alles in brand te steken. Door het ontbreken van daken ontstonden al gauw hele vuurstormen die zo intens waren dat de zuurstof uit de schuilkelders werd gezogen, dat rook in deze schuilkelders trok, en waterleidingen zwaar werden beschadigd... Door het gebruik van bommen met een tijdsontsteking werd ook het bluswerk bemoeilijkt, omdat men niet wist wanneer deze bommen zouden ontploffen.

Door deze techniek, en door de “goede” weersomstandigheden (droge zomerlucht en warme temperaturen, in de nacht daalde de temperatuur niet onder de dertig graden) werd in Hamburg een ware vuurstorm ontketend door ruim zevenhonderd bommenwerpers. Volgens officiële cijfers vielen er die nacht 18.474 doden. Het werkelijke aantal ligt waarschijnlijk hoger doordat niet alle lichamen geborgen konden worden. Door de intense hitte en de dagenlange brand restte van veel lichamen niet meer dan verkoolde beenderen en as.

Met naar schatting 42.000 doden staat Hamburg op de eerste plaats in de top-tien van 'aantal doden bij luchtaanvallen'. Het bombardement op de stad Dresden staat tweede op deze lijst, maar daar vielen de circa 25.000 doden op één nacht. In Hamburg was dit niet het geval: in de nacht van 29 op 30 juli vielen in de wijk Barmbek 10.000 doden. In totaal werden in Hamburg 277.000 woningen verwoest, dit is de helft van alle woonruimte van de stad.
De Britten spraken nadien in hun propaganda over het "Hamburgiseren" van Duitse steden.

Tenslotte werd door bombardementen op 13 december 1943 en 18 juni 1944 ook de helft van de Speicherstadt vernield.


Bronnen:
Wikipedia.org
Ralf Lange: Hafencity + Speicherstadt,, uitg Elbe&Flut, 2010i>

donderdag 15 augustus 2013

INTERACTIEVE INSTALLATIE ABK MORTSEL OP FORTBOM: HET THEATERFESTIVAL VOOR JONG EN OUD OP FORT 4 - ZONDAG 1 SEPTEMBER 2013


















Op zondag 1 september presenteert de ABK ter gelegenheid van het familietheaterfestivel "Fortbom"

van 13u00 tot 18u00 een interactieve installatie voor kinderen in het Hoofdfrontgebouw van FORT 4 Mortsel.

donderdag 8 augustus 2013

INSPIREREND: THE LANDFILLHARMONIC ORCHESTRA





Spread the word,

Suzanne Van Bree

maandag 5 augustus 2013

CHRISTO'S 'BIG AIR PACKAGE' GASOMETER OBERHAUSEN : EERSTE HALTE OP VIERDAAGSE STUDIEREIS KONSEPT (3-6 OKTOBER 2013) NAAR HAMBURG EN BREMEN






Het „Big Air Package – Project for Gasometer Oberhausen, Germany“ werd in 2010 door Christo ontworpen en is tot en met 30 december 2013 te zien. De sculptuur is binnen het industrieel monument opgesteld en is uit 20 350 vierkante meter lichtdoorlatend weefsel en 4 500 meter zeil vervaardigd. In opgeblazen toestand bereikt het omhulsel met een gewicht van 5,3 ton een hoogte van meer dan 90 meter, een diameter van 50 meter en een inhoud van 177 000 kubieke meter. De Big Air Package reikt nagenoeg van wand tot wand van het vroegere gasreservoir en laat slechts een smalle omloop vrij, vanwaar de sculptuur van alle kanten kan worden aanschouwd. Luchtsluizen geven de bezoekers verder de gelegenheid, het monumentale kunstwerk van binnen te beleven. Twee ventilatoren produceren een constante luchtdruk en houden het kunstwerk staande. De Big Air Package is daardoor het grootste vervaardigde opblaasbare omhulsel ooit, dat zonder een skelet uitkomt. Verlicht door het dakraam van de Gasometer, ontstaat binnenin een diffuse atmosfeer van licht. Hier, centraal in de Big Air Package, openbaart zich een unieke belevenis van ruimte, grootte en vorm.

Expositie met werken uit vijf decennia
Parallel aan de sculptuur Big Air Package is een tentoonstelling op de onderste verdieping van de Gasometer. Deze toont een collectie van de belangrijkste projecten, die Christo en Jeanne-Claude in de afgelopen vijf decennia op de meest gevarieerde plaatsen in de wereld gerealiseerd hebben. Grootformaat foto’s, films en ontwerpen herinneren aan fascinerende, maar steeds door de tijd begrensde kunstgebeurtenissen. De grootformaat foto’s van Wolfgang Volz laten de projecten in hun schoonheid en visionaire kracht verschijnen en maken zichtbaar, wat de werken van Christo en Jeanne-Claude verbindt.

maandag 29 juli 2013