zaterdag 24 mei 2008

HOMMAGE AAN JEF MOUTON, TER GELEGENHEID VAN ZIJN AFSCHEID ALS ATELIERLERAAR VAN HET ATELIER BEELDHOUWKUNST VAN DE ABK

We staan op het punt om de 21ste editie van de jaarlijkse projecttentoonstelling van het atelier beeldhouwkunst te openen en we mogen stellen dat deze editie historisch zal zijn voor de ABK. De projecttentoonstellingen van de beeldhouwers ontstonden immers onder de bezielende leiding van hun atelierleraar, Jef Mouton. ‘Kubus’ zal het laatste project zijn dat Jef begeleidde, omdat hij vanaf volgend schooljaar met ‘terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen’ gaat na 32 jaar dienst in het DKO, waarvan de eerste 10 jaar aan de Gemeentelijke Tekenschool van Waasmunster en de Westhoekacademie van Koksijde en de laatse 22 aan de ABK – Jef werd aangesteld in Mortsel met ingang vanaf 20 maart 1985.

Als voorbereiding van een tekst over Jefs eigen oeuvre had ik ooit het genoegen om zijn werk beter te leren kennen. Een aantal kenmerken ervan en ook een paar uitspraken van Jef m.b.t. zijn werk zijn me in ’t bijzonder bijgebleven, des te meer omdat ik ze voortdurend herkende, niet alleen in hetgeen Jef zijn leerlingen bijbracht, maar ook in de manier waarop. Wat me al die jaren heeft getroffen is de enorme comptabiliteit die er bestond tussen Jef als kunstenaar en Jef als leraar en tegelijk het gemak en de spontaneïteit waarmee die uitwisseling gepaard ging. Enerzijds vond er zoiets als een haast natuurlijke osmose plaats tussen het privé-atelier van Jef en dat van de school, anderzijds bood die overdracht voldoende ruimte aan de leerlingen voor de ontwikkeling van een persoonlijke beeldtaal.

Het materiaal vormt voor Jef het vertrekpunt voor al zijn sculpturen: de eigenschappen, de afmetingen en de vorm van het blok blauwe hardsteen bepalen de beeldende werkzaamheden: splijten, zagen, hakken, polijsten, stapelen, …. Het onderwerp van het oeuvre wordt bepaald door het onderzoek naar de wetmatigheden van het materiaal, eerder dan door de creatie van een voorstelling of door de illustratie van een esthetische theorie. Aan de exclusiviteit van het materiaal, blauwe hardsteen, koppelt Jef de soberheid van een geometrische vormgeving.
Bij zijn bevraging gaat hij methodisch en analytisch te werk: één bepaald gegeven puurt hij uit tot een lange reeks sculpturen: zoals bijvoorbeeld de verticale stapelingen uit ’90 – ’93. Ondanks deze seriële uitwerking hoedt Jef zich ervoor om te vervallen in een systeem: in elk project huizen de nodige verrassingelementen die de openheid ervan garanderen.
Tijdens de eerste leerjaren van de optie beeldhouwkunst nodigde Jef zijn leerlingen uit tot een grondige kennismaking met de eigenschappen van een aantal materialen: klei, gips, hout, steen, en de daaraan gekoppelde werkprocédé’s in oefeningen waarvan de vormgeving zich beperkte tot meetkundige figuren. Daardoor verwierven de leerlingen een solide basis, waarop ze ten allen tijde konden terugvallen ook wanneer ze in het verdere verloop van hun opleiding kozen voor een niet-geometrische beeldtaal. Alleen al uit de verscheidenheid aan afstudeerprojecten bleek duidelijk dat er in het beeldhouwersatelier ook de nodige stimuli en begeleiding aanwezig waren voor en bij de keuze voor figuratief en verhalend of experimenteel werk.
In Jefs eigen sculptuur valt dikwijls een combinatie waar te nemen van architectonische onderdelen: zuil, dekplaat, pijler, architraaf, kruisribgewelf. Lichamen die vaak ook het onderwerp uitmaakten van de projecttentoonstellingen: denken we maar aan de edities met als titel: ‘Sokkel – zuil - kapiteel’; ‘Trappen’, ‘Daknaalden’, ‘Bol’, ‘Kubus’, …
Ook met zijn lesonderdelen sprong Jef om als architect: hij wist met een uitgekiende opeenvolging van oefeningen een strategie op te bouwen waardoor hij stelselmatig de sculpturale vaardigheden en ruimtelijke inzichten van zijn leerlingen kon doen toenemen.
Over de veelbesproken verhouding tussen ambacht en concept zei Jef het volgende: ‘Buiten het vakmanschap, ambacht of techniciteit kunnen we als kunstenaar niet, gelukkig is deze altijd ondergeschikt aan de idee, aan het inhoudelijke.’ In zijn eigen werk komt de gevoeligheid, de poëzie van steen maar aan de oppervlakte dankzij die noodzakelijke bagage aan métier. In het specifiek artistiek atelier werden beide aspecten complementair behandeld; tijdens de lessen bijzondere kunstgeschiedenis dacht Jef samen met zijn leerlingen na over een kunstfilosofische stellingname of kreeg een vraagstuk uit de geschiedenis van de sculptuur m.n.: ‘aan welke voorwaarden dient het ideale beeldhouwersatelier te beantwoorden?’ een practische uitwerking in architectuurtekeningen en een maquette.

Jef ziet in de langzame verbeeldingskracht van steen in het bijzonder – het weerbarstige en tegelijk kwetsbare karakter ervan vereisen een zorgvuldige en dus tijdrovende bewerking – een paradigma van de ‘traagzaamheid’ van de beeldhouwkunst in het algemeen. Hij toonde zich nooit een voorstander noch van een spoedcursus beeldhouwkunst, noch van een modulair onderwijssysteem in één of ander domein van de beeldende kunst.
Tengevolge van de respectvolle en omzichtige omgang met het materiaal, heerste er in de beeldhouwerslokalen ondanks het kloppen, slijpen en zagen, een contemplatieve, rustgevende atmosfeer.

Als collega was Jef de spreekwoordelijke rots in de branding : je kon altijd op hem rekenen. In de omgang was en is hij geduldig, luisterbereid, ernstig, vriendelijk en goedlachs. Jef probeerde telkens een duidelijke maar genuanceerde mening te vertolken: aan zijn advies had je een houvast. Kortom: we zullen Jef missen in de ABK.
‘Alles is eindig’, vertelde hij ooit in een interview, ‘dingen hebben pas zin als er een begin en een einde is: hetgeen ertussenin ligt, krijgt dan meer gewicht.’ (…) ‘Het besef op een bepaald moment te moeten ophouden is van essentieel belang voor de realisatie van een werk, maar ook voor een oeuvre.’ Deze uitspraak is momenteel wel van toepassing op Jefs loopbaan in het onderwijs, maar zeker niet op zijn carrière als kunstenaar, wel integendeel.
Ook het einde van het atelier beeldhouwkunst is nog lang niet inzicht: Filip Vervaet zal vanaf 1 september de fakkel van Jef overnemen. Hij gaf reeds enkele jaren samen met Jef voor een aantal uren les bij de beeldhouwers en hij zal de projecttentoonstelling ‘Kubus’ inleiden.

Ann Woedstadt,
directeur ABK

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen