woensdag 21 oktober 2009

REISVERSLAG & FOTO'S DIRK VERHAGEN OVER VIERDAAGSE KONSEPTREIS OKTOBER 2009

KONSEPTREIS OKTOBER 2009:
CHARTRES, PARIJS EN OMSTREKEN


Op het programma staan Chartres en Parijs, alom bekend en geprezen. Daarnaast bezoeken we ook minder bekende plaatsen en streken, half vergeten oorden, waar men gewoonlijk aan voorbij rijdt op weg naar verdere bestemmingen en waarvan men slechts een glimp of een wegwijzer opvangt. Soms roept dat een zeker heimwee op. Rivieren geven hun naam aan de departementen: Oise, Val de Marne, Eure et Loir... Landelijke streken met veel geschiedenis. De stad en haar agglomeraties zijn nooit ver achter de horizon, dreigen soms de oude evidente schoonheid te verslinden. Ook dit zullen onze bestemmingen zijn. We krijgen een afwisseling van monumenten en musea met oude en nieuwe kunst, alles harmonisch gedoseerd.

BEAUVAIS

De kathedraal St. Pierre is een combinatie van grootheidswaanzin en catastrofes. Zoals de kerk er nu uitziet doet ze mij een beetje denken aan een duwboot zonder konvooi. De complexe geschiedenis en de problematische technologie maken haar meer tot curiositeit dan tot een bevredigende esthetische ervaring. En zelfs de schoonheid van de catastrofes blijft afwezig. Trekstangen tussen de luchtbogen, zware houten steunbalken in het interieur: we voelen ons niet echt gerust. Een astronomische klok uit de negentiende eeuw, ontworpen door A.L. Vérité. What's in a name. Echt genietbaar ondanks de schade: fragmenten van fresco's, de kleuren bruinrood en blauw. Oude en nieuwe glasramen: Chartres kondigt zich aan.

Wandeling in de omgeving. Oude huizen, vakwerk, kleurig beschilderde ramen en deuren.

Kathedraal St. Etienne. Minder bekend, de aandacht waard. Een amalgaam van romaanse, gotische, religieuze en wereldse fragmenten. De heterogene mengeling nodigt ons uit om de volgorde van het bouwen te begrijpen. In de onmiddellijke omgeving zien we sobere, uniforme urbanisatie die ons herinnert aan het Le Havre van August Perret. Tijd voor een terrasje.

Na de middag bezoek aan het Musée départemental de l'Oise. In de nieuwe zalen decoratieve projecten van Maurice Denis. Voor sommige reisgenoten een beetje soft en oubollig. Laat ons niet vergeten dat deze vooraanstaande vertegenwoordiger van de Nabis een wegbereider van het modernisme en de abstractie was. We herinneren ons zijn vaak geciteerde statement dat een schilderij nog voor het een paard, een naakt of welke anekdote ook verbeeldt, in de eerste plaats een plat vlak is, bedekt met kleuren die op een bepaalde manier geordend zijn. Ook Edouard Vuillard verrast nog steeds met zijn bevreemdend decoratief japonisme. De voorstelling is nauwelijks te lezen. Juist dat nodigt uit tot esthetische lectuur. Art Nouveau van topniveau zien we met meubilair van o.a. Serrurier-Bovy.
We genieten verder van 19e eeuwse landschappen: twee schitterende Corots en werk van voor mij onbekenden als Kyhn, Boudot-Lamotte, Larsen, Neuman en Buntzen. Larsen roept met een eenvoudige kleine marine in frisse kleuren herinneringen op aan Hodler. Manets leermeester Thomas Couture is voor de gelegenheid slechts met tekenwerk vertegenwoordigd. Schilders, opgepast voor zijn technische richtlijnen: het gebruik van bitumen in de onderschildering is nefast geweest voor veel 19e-eeuwse schilderkunst!
In het renaissancegebouw beklimmen we de trappen op zoek naar indrukwekkende houten gebinten. Beetje Hessenhuis. Dan in het middeleeuwse gedeelte op zoek naar de met musicerende sirenen beschilderde gotische gewelven. Veel moeten we overslaan, de tijd dringt.

VITRY-SUR-SEINE
MUSEE D'ART CONTEMPORAIN DU VAL-DE-MARNE

We worden getrakteerd op een herschikking van de vaste collectie en op de eerste individuele tentoonstelling in Frankrijk van Simon Starling (Turner Prize 2005). Het concept transformatie staat centraal. Een fiets wordt een stoel wordt een fiets wordt een stoel. Rien ne se perd, rien ne se crée. Destructie en reconstructie. Iedereen zoekt houvast. Sommigen missen zweet. Ik houd mij op de vlakte, het kijken en denken vraagt immers ook inspanning.
Tussen de nieuwe media, die soms al te veel kijktijd opeisen zonder relevant te zijn, word ik getroffen door een hedendaags schilderij -een flatgebouw in grijswaarden- in de oeroude techniek van de wasschilderkunst (encaustiek). Sommige foto's zijn zonder conceptuele verhalen gewoon mooi. In de boekenwinkel vind ik een Franse vertaling van Color in Art van John Gage. Eerder schreef hij Color and Culture en Color and Meaning. Stuk voor stuk aanraders. Ik raak tijdens de komende busritten zo gefascineerd door de lectuur dat ik de landschappen buiten vergeet te bekijken. Het boek werpt licht op wat we verder nog te zien zullen krijgen: de glasramen van Chartres, de schilderijen van Sonia en Robert Delaunay, deze van Matisse of van Rothko...

CHARTRES

De kathedraal meermaals bezocht en de actuele ervaring is alweer zo anders, zo nieuw, zo onbekend. Hoe zit het met dat geheugen? De globale aanblik van de westgevel met de twee ongelijke torens kan niet tippen aan de volmaakte harmonie van de Notre-Dame te Parijs. Maar fragmenten en details herstellen dit tekort. Indrukwekkende beelden, zich voegend naar de architectuur of zelfstandigheid opeisend. De glasramen, het hoogtepunt van het goddelijke blauw. Van op afstand bekeken een diffuus geheel, in boeken naderhand openbaren zich pas de details. Ridders, heiligen, engelen, duivels en zelfs bordeelscènes. Jaren werk om de iconografie te ontcijferen. Op de vloer het labyrint. Je hoeft niet gelovig te zijn om op de eeuwenoude stenen blootvoets het onderliggende Keltische en druïdische fundamenten te willen voelen. Het Keltische verleden zal vaker op deze reis te voelen zijn.

We bezoeken het Centre international du vitrail. Udo Zembok wordt met hedendaags glas vertegenwoordigd. De technieken worden didactisch vermeld: 'verre fusiocolor, verre fusiocolor et émaux, verre fusionné en multicouches, inclusion de pigments, émaux, peinture sur verre et collage, vert antique collé et gravure à la roue'. We krijgen zicht op werkplaatsen en cursisten in volle doen. Ik noteer een boekwerk: Architectures de lumière: vitraux d'artistes. Het boek gaat over glasramen van belangrijke hedendaagse kunstenaars. Als liefhebber van de geometrische abstractie kan ik daarin niet naast Aurelie Nemours (1910-2005) kijken. Haar bloedrode glasramen, die zij ontwierp voor de Romaanse priorij Notre-Dame de Salagon, zijn voorbeelden van extreme abstractie, extreme strengheid. Geen afbeeldingen van heiligen, geen bijbelverhalen. Rood visioen. Misschien Hildegard von Bingen: 'De roodheid van het bloed dat neerdaalde uit de door het goddelijke aangeraakte hoogte, bloem die nooit door de winter van de slangenadem werd verschrompeld.' Aurelie Nemours zullen we profaner, maar in even sobere strengheid, opnieuw tegenkomen in het Centre Pompidou.

Ik lees over de middeleeuwse glasramen in mijn boek van John Gage:

'Het middeleeuwse glas, tenminste wat er van overbleef, schijnt een reeks kleurfasen te hebben doorlopen, van het glas van Augsburg in Duitsland, in het begin van de Middeleeuwen, met zijn witte achtergronden en zijn sterke groen/rood contrasten naar het latere glas van Chartres en Saint-Denis, waar het blauw domineert. Het blauw werd conceptueel beschouwd als de kleur die het dichtst het zwart benaderde, en er zijn goede redenen om aan te nemen dat dit Franse glas uit het begin van de middeleeuwen bedacht was om een ondoordringbare duisternis te scheppen en tegelijk het licht door te laten, zoals de onpeilbare God van de toenmalige theologie. Maar vanaf de XIIIe eeuw domineerde het meer traditionele geloof in een God van het licht opnieuw de westerse theologische standpunten, wat zich vertaalde, op het einde van de middeleeuwen, in een steeds helderder glas dat van dan af geschilderd werd met een nieuw uitgevonden techniek, het zilvergeel, dat, na verhitting, een lichtgeel voortbracht.'

Herinneringen duiken op aan de glasramen die we op eerdere Konseptreizen te zien kregen: Keulen met Gerhard Richter, Ronchamp met Le Corbusier, Jacques Villon en Roger Bissière in de kathedraal van Metz en Braque in Varangeville.

Na de lunch maken we een wandeling in de Montmartre-achtige trapstraatjes en we treffen elkaar bij het Museè des Beaux-Arts de Chartres. Maurice de Vlaminck -de wielerkampioen van de schilderkunst- is zowel met fauvistisch als met later expressionistisch getint werk vertegenwoordigd. Echt verrassend levendig is zijn blauwe, gestuele keramiek uit 1906-1910. Het expressionisme van Chaïm Soutine gaat dieper. Zijn trapstraatje lijkt qua motief een scheefgetrokken Utrillo, maar de heftige factuur kondigt Pollock en het abstracte expressionisme aan. De zonderlinge en moeilijke Soutine was hier in de buurt enkele zomers de gast van een hem welgezind echtpaar. Ongetwijfeld het meest indrukwekkend is een verzameling Oceanische, Afrikaanse en Noord-Amerikaanse tribale kunst. Een tiental Afrikaanse stukken komt uit de verzameling van Maurice de Vlaminck. Zoals Picasso en andere tijdgenoten was hij een vroege verzamelaar van 'primitieve' kunst. Oude meesters in de vlucht bekeken: van Chardin Le singe peintre en Le singe antiquair, verder nog Fragonard. Een knappe Jongkind, het impressionisme aankondigend.

MAINTENON

Madame de Maintenon kreeg dit kasteel in 1674 geschonken door Lodewijk de XIV. Het is de typische transformatie van een middeleeuwse burcht tot een renaissance lusthof. Ook zijzelf zorgde voor verdere toevoegingen. Achter de strakke tuin van Le Notre, met het perspectief van een kanaal, tekent zich de ruine van het onvoltooid gebleven aquaduct van Vauban af. Tijd om het ancien régime te evalueren. We maken onze associaties, denken onwillekeurig een beetje aan het kasteel van Cantincrode of aan de Duitse romantiek met zijn echte en valse ruines.

Terwijl de rivieren samenvloeien worden de reisindrukken met de nodige consumpties besproken op een plaatselijk terras. Andere kunst: een pijp stoppen.

PARIJS
Parc Citroën

In de voormiddag bezoeken we het Parc Citroën: veertien hectaren groot en aangelegd op de voormalige terreinen van de Citroënfabriek. Franse symmetrie, Engelse natuurlijkheid en Japanse meditatieve intimiteit wisselen elkaar af. Gilles Clément en Alain Provost tekenden het park met Patrick Berger en Jean-Paul Vignier als architecten. Bijzonder mooi zijn de puur structurele serres. Niet alles lijkt onder controle. Maar schoonheid is overal: in de gescheurde membranen van een droge waterpartij leest mijn verbeelding vogels van Braque, Ernst en Baumeister. We lopen tot bij de Seine. Rustig de boten, voortvarend de bovengrondse metro.

Centre Pompidou

Op de tetoonstelling elles@centrepompidou worden we verwelkomt door de
kleurige, levensgrote badges van Agnès Thurnauer: Louis Bourgeois, Miss van der Rohe, Joséphine Beuys, Annie Warhol... We doorlopen de uitgebreide tentoonstelling met wisselende appreciatie. Tussen de soms extreme lichamelijkheid (Orlan, Hannah Wilke, Marina Abramovic,...) en het soms al te sloganeske (Barbara Kruger,...) zijn de stille werken van Marthe Wéry, Aurélie Nemours, Agnes Martin en Véra Molnar voor mij een verademing. Een verdieping hoger gaan we terug in het verleden met werk van Joan Mitchell, Helen Frankenthaler, Viera da Silva, Natalia Gontcharova, Frida Kahlo, Suzanne Valadon en vele anderen. Een onwaarschijnlijk kleurrijk portret van de hand van Sonia Delaunay, daterend van vòòr haar kennismaking met Robert Delaunay, is voor mij een hoogtepunt. Dit is echt artistieke power. Kooplust in de bookshop: een dichtbundeltje van Aurelie Nemours: Midi la lune. Dubbeltalenten mag je niet onderschatten. En dan, een stukje prijziger, een bibliofiel juweeltje van Marina Tsvetaeva: Nathalie Gontcharova: sa vie son oeuvre.

Later op de middag bezoeken we Quai Branly. De museumarchitectuur zelf is boeiend maar naar mijn smaak iets te sterk aanwezig. Kleur, afwisseling. Verticale tuinen. De verzameling etnische kunst uit Afrika, Azië, Oceanië en Amerika is fantastisch, maar de schemerige presentaties en de kronkelwegen worden weldra hinderlijk. Tijd voor een terras met een glimp van de Eiffeltoren. We discussiëren over kolonialisme en cultuurroof. En we verbazen ons over de artistieke overtuigingskracht van voorwerpen waarvan de betekenis en culturele context ons meestal volkomen vreemd zijn.

Nieuw hotel. Achter de bar een Bessy Turf. De prijs van dezelfde wijn wisselvallig. De Grimbergen geserveerd in een voor Kronenbourg bestemd glas. Het napraten blijft artistiek geladen met veel 'les goûts et les couleurs...' gehalte.

Zondag. We rijden door het indrukwekkende Forêt de Compiègne. Ons toch ook niet zo kleine Zoniënwoud kan daar drie keer in. Tijd om te mijmeren. Reisroutes zijn knooppunten en wegwijzers naar andere reizen in ruimte en tijd. Mijn gedachten gaan naar Hella S. Haasse die van 1979 tot 1990 in St. Witz woonde en die haar herinneringen vastlegde in Ogenblikken in Valois.
Valois, tegenwoordig te definiëren als de landstreek binnen het Ile de France, verdeeld over de departementen Oise, Aisne en Val d'Oise. Oise en Aisne vormen mèt de Somme de provincie Picardië. De streek is ook verbonden met schrijvers als Charles Péguy en Gérard de Nerval. In Ermenonville bracht Jean-Jacques Rousseau zijn laatste maanden wandelend door. Ik citeer uit Frédéric Gros Marcher, une philosophie (een bijbel voor alle Konceptuele wandelaars en doortrapte bottines):

'Rousseau, autrefois, pouvait dire qu'en marchant il était maître de ses imaginations, n'ayant à composer qu'avec ses chimères, absolument sûr de ses rêves. Au contraire, les dernières promenades ont l'immense douceur des détachements. Je veux dire: plus rien à espérer ni à attendre. Vivre seulement, se laisser exister. Parce qu'il n'y a plus à être quelqu'un, on se laisse seulement traverser par un courant, ou plutôt par ce ruisselet insistant d'exister.'

Onze voortreffelijke chauffeur heeft toch een verkeerde weg genomen. Het zet ons programma even scherp. In Morienval stoppen we voor een kort bezoek aan de prachtig gelegen romaanse Eglise Notre-Dame. Ik keer terug naar Hella S. Haasse en citeer ten volle uit Ogenblikken in Valois:

'Het kerkje is van binnen roomblank in het gedempte licht. Sinds het einde van de vorige eeuw heeft men hier stelselmatig de oude, donkerverkleurde poreuze (en dus door indringend vocht vergruisde) steen vernieuwd.
Voor het hoofdaltaar staan rijen met blauw lint bestrikte kaarsen van de kinderen die daar de vorige dag hun eerste communie hebben gedaan. Een bejaarde dove geestelijke, met een door littekens mismaakt gezicht, scharrelt rond in de sacristie, wijst op de tegen een zijwand opgestelde zerken van abdissen van de benedictinessenklooster uit de twaalfde eeuw; van de marmeren gezichten en handen zijn alle lijnen weggesleten. Ook ziet men er een grafsteen met een 'gisant', een ridder in harnas in volle lengte uitgestrekt boven de plek waar zijn hart rust; zijn lichaam bleef dààr waar hij in 1191 tijdens een kruistocht het leven liet.
De doopkapel, oudste deel van de kerk, is vol groene glans, de weerkaatsing van een in de middagzon badende tuin buiten. Duiven koeren in de vensternissen. Achter de halfronde muur van het deambulatorium daalt de bodem vrij steil af naar een kleine vallei met boomgaarden en moestuinen; het riviertje Automne ruist onzichtbaar tussen het gras. Om twaalf uur precies kraakt en rammelt het in de grote toren met zijn ommegang van romaanse zuiltjes, twee klokken beginnen te luiden, één met een diepe galm, één met een heldere tegenstem. De wolken drijven blinkend door de zomerhemel, windvlagen doen de bomen buigen en ruisen.'

Moriënval, een plaats om terug te komen. Hella S. Haasse, een dame om vele malen te lezen.

We klimmen naar het kasteel van Pierrefonds. Trappen, omwallingen, kantelen, poorten. Het was één van de burchten die Louis d'Orléans (afwezige vader van Charles d'Orléans, hertog-poëet) op strategische punten liet bouwen. Het uitzicht over het dal is schitterend in het herfstige zonlicht. De geschiedenis van het kasteel wordt met iets te weinig zin voor synthese en met iets te veel overacting beschreven door de gids. Ons gezelschap geeft al snel de voorkeur aan zelfstandig kijken. Mij treffen de geometrie van sommige trappen en bepaalde neogothische ornamenten die erg art nouveau aandoen.

Het kan vreemd lijken, maar er is een duidelijk te volgen lijn van de neo-gotische restauraties van Viollet-le-duc naar Berlage, Lauweriks en het Bauhaus. In zijn pogingen de geheimen van de middeleeuwen te achterhalen ontstond bij Viollet-le-duc een mathematisch denken dat religieus-metafysisch getint was. Berlage en Lauweriks waren erfgenamen van dit mathematische denken. Het metafysische karakter viel echter stilaan weg, evolueerde in de twintigste eeuw naar een puur rationeel systeem. Zo zitten we met deze rasters en getallen weer in vroegere Konseptreizen, in Hagen am Stirnband, in Den Haag bij het Gemeentemuseum, in Dessau bij het Bauhaus en zelfs op de Normandische kust bij de getallenmystiek van het onvergetelijke Domaine des Moutiers te Varangeville-sur-mer.

FAMILISTÈRE DE GUISE

Er is enige verbeelding nodig om voorbij de sombere, vervallen gevangenis-achtige indrukken het revolutionaire engagement te begrijpen van deze ooit utopische site. Gelukkig valt deze gids beter mee dan de vorige. Schoonheid is overal. De sombere gangen, de afgebladderde muren en de bouwwerven bieden, in kontrast ook met het bijzonder knappe design van de huidige museale accomodatie, gelegenheid tot fotografisch plezier. We wandelen over de Oise terwijl het vaag begint te schemeren. Melancholie. De oude fabriek met haar geometrische letters kan er nog net bij. Tijd voor de bookshop en studeren maar.

Terwijl Hella S. Haasse zich afvraagt hoe lang het oude beeld van 'Valois', van 'Pays de France' nog zal bestaan en of het niet zal worden opgeofferd aan industriële zones, luchtbruggen, zwartglazen torens, ondergrondse winkelgalerijen en luchthavens type Charle de Gaulle ziet zij dit:

'Gezien op weg van het Centre Commercial van Louvres naar dat van Fosses-Survilliers: de mooiste regenboog van mijn leven. Tegen de loodgrijze wolkenlucht staat als met een passer getrokken een volmaakte cirkel van fonkelende banen kleur over het landschap, dat -nog glinsterend van regen- het bovenaards licht weerkaatst.
De echte winter is nog niet begonnen, de barre tijd van de 'grands froids', met bomen van kristal en wijde, witbestoven akkers. Toch lijken, in de glans van de regenboog, de naakte bomen op de hellingen van Montmélian al overtogen door het rossige waas dat uitbotten, voorjaar, aankondigt.'

Een mooier slotakkoord kan ik niet bedenken.

Dirk Verhaegen, oktober 2009

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen